Het Biologisch Station Koning Leopold III op het eiland Laing, Papoea-Nieuw-Guinea

door em. Prof. dr. Jean Bouillon († 2009)
vertaling: Dr. Jackie L. Van Goethem


Sinds 1966 heeft het Laboratorium voor Dierkunde van de Franstalige Vrije Universiteit van Brussel (ULB) talrijke exploraties van lange duur georganiseerd in diverse gebieden van de Indische Oceaan (Seychellen, Mozambique, Zuid-Afrika).

Hoewel deze zendingen heel vruchtbaar waren, vertoonden ze toch een aantal gebreken: enerzijds moest er telkens weer een instrumentarium in gereedheid worden gebracht, alsmede logistiek materiaal om te verzamelen en te bewaren, dat drie tot vier maanden op voorhand diende te worden verstuurd, opdat het bijtijds ter plaatse zou zijn; anderzijds, diende er op zijn minst vier maanden te worden gewacht vooraleer het kostbare ingezamelde materiaal was aangekomen in België, zodat het kon worden bestudeerd.

Op de terugweg van een dezer multidisciplinaire zendingen in 1974, zaten mijn collega Ben Tursch en ikzelf, wegens een vliegtuigpanne verscheidene dagen geblokkeerd in Kartoem. Tijdens deze vele uren van wachten, rijpte het idee van een permanent biologisch station in de tropen, voorzien van de nodige uitrusting en het hele jaar door operationeel, wat de hiervoor vermelde nadelen zou opheffen.

Wij raakten het ook eens over de plaats. Natuurlijk zou de focus liggen op de zeefauna van Melanesië, die onbetwistbaar de rijkste is ter wereld. Het was nu uitkijken naar een geschikt land. Indonesië leek ons niet mogelijk zowel om administratieve als politieke redenen. In Nieuw-Caledonië waren de Fransen allang actief; het zou dus dom zijn en pretentieus om ze concurrentie aan te doen. Een analoge redenering gold voor Australië.

Onze keuze viel bijgevolg op een nog in grote mate onverkend gebied: Papoea-Nieuw-Guinea (PNG). In augustus 1974 begonnen wij met de prospectie van de hele noordkust van PNG, die zeer rijk is aan koraalriffen. Uiteindelijk viel onze keuze op een klein, onbewoond eiland, Laing of Malagazzi (pop-upvenster). Het ligt relatief dicht bij een grote stad (Madang), maar toch voldoende ver om er geen overlast van te ondervinden (een 220 km, grotendeels onverharde weg en vijf doorwaadbare waterlopen).

Het eiland Laing (4°10'30"Z, 144°52'20"O) ligt in de Hansabaai (pop-upvenster), die deel uitmaakt van de Bismarckzee. Het is een koraalzandstrook, nauwelijks 800 m lang en gemiddeld 60 m breed, omgeven door een franjerif en niet meer dan 50 cm boven het niveau van hoog water. Het eiland ligt ongeveer 3 km uit de kust in water van 30 m diepte. Ten noorden ligt de actieve vulkaan Manam (pop-upvenster), zo'n 20 km ver, omgeven door diep oceaanwater, met de zeebodem op 2 200 m.

Op het eiland groeien niet minder dan 80 verschillende plantensoorten (pop-upvenster), die bijzonder goed gedijen in een zout milieu. Zoet water is alleen maar afkomstig van regens tijdens het natte seizoen. Laing krioelt van landkrabben, vliegende honden en bovenal van muggen. De academische overheid van de 'Université Libre de Bruxelles', en zeer in het bijzonder rector A. Jaumotte, verwelkomden zeer hartelijk dit project, terwijl de Faculteit Wetenschappen zijn onvoorwaardelijke steun betuigde in de lijn van de traditionele openheid van deze instelling.

De universiteit verschafte ons de eerste kredieten die toelieten een klein veldlaboratorium op te richten. In december 1974 begaf prof. Ben Tursch zich naar PNG om contact te leggen met de lokale gezagsdragers. In januari 1975 ontscheepten mijn technicus, de heer Guy Seghers, mijn echtgenote en ikzelf op het eiland Laing. Onmiddellijk begonnen we met de constructie van de eerste bouwwerken, en vooral van het laboratorium (pop-upvenster), en dit onder de bijzonder efficiënte en bekwame leiding van Guy Seghers. Hij werd geholpen door zeven jonge, maar voor dit werk onervaren Papoea's. Nooit eerder hadden zij een zaag of een hamer gezien.

Een van hen, de heer Miller Magap, werd later mijn lokale technicus en betrouwbare medewerker, én vriend tot hij op tragische wijze in 1997 overleed. Alle materiaal noodzakelijk voor de constructie van de bouwsels, tot en met een heuse betonmolen, werd met een 4x4 terreinwagen (pop-upvenster), over 220 km piste, doorsneden door talrijke rivieren, vanuit de dichtstbijzijnde stad Madang aangevoerd. Tot slot moest alles nog met een bootje naar het eiland worden gebracht.

De verdere afwerking van de gebouwen werd mogelijk dankzij de bijkomende kredieten verstrekt door het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, het Leopold III-Fonds voor Natuuronderzoek en Natuurbehoud en het Franqui-Fonds. In juni 1975 waren de meeste gebouwen afgewerkt, het station operationeel (pop-upvenster) en het hele jaar door bemand, dankzij een alternatieve aanwezigheid van de promotoren en een vaste manager.

Vanaf 1976 stuurde het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen jaarlijks onderzoekers naar Laing; vanaf 1979 werd het station opengesteld voor onderzoekers van andere Belgische universiteiten (Antwerpen, Gent, Luik en Leuven) en buitenlandse (Australië, Italië, Spanje, VK en VSA). Aanvankelijk opgezet in het brein van de promotoren voor een termijn van max. vijf jaren, heeft het biologisch station 20 jaren gefunctioneerd, met jaarlijks gemiddeld zo'n twaalf bezoekende wetenschappers (pop-upvenster), die er vier weken tot zes maanden doorbrachten.

De wetenschappelijke activiteiten konden worden ontplooid dankzij het Fonds voor Fundamenteel en Collectief Onderzoek en het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen, die niet alleen onderzoeksprojecten van diverse Belgische universiteiten financierden, maar tevens bijdroegen, samen met de ULB en de Ministeries van Nationale Opvoeding en Wetenschapsbeleid, tot de werkingskosten van het Station. De aluminiumbootjes en zodiacs van het Station waren niet geschikt voor verre exploratietochten, maar aan dit euvel werd verholpen na de schenking door het Leopold III-Fonds van een motorzeiljacht met een lengte van 10 m (pop-upvenster), dat 'Sarsia' werd gedoopt.

Hiernaast heeft het Leopold III-Fonds ook talrijke verblijven van onderzoekers gefinancierd en verscheidene punctuele onderzoeken. Koning Leopold III kwam persoonlijk tussenbeide in de financiering van een klein medisch dispensarium (pop-upvenster), geïnstalleerd in een dorp op het vasteland. Voortdurend betuigde hij zijn steun aan het Station, dat te zijner ere de naam kreeg: 'Biologisch Station Koning Leopold III'. Ondanks een Spartaanse infrastructuur en de ongemakken van een tropisch klimaat, maar misschien juist daardoor, heeft het Station een onschatbare steun geleverd aan onderzoek en wetenschap.

Meer dan 560 wetenschappelijke publicaties en tientallen doctoraatsthesissen en licentiaatsverhandelingen zijn gewijd aan de studie van de fauna en flora in zee (pop-upvenster) en op het land, en lang niet alles is op dit ogenblik reeds bestudeerd en gepubliceerd.

Honderden nieuwe soorten, genera en families, zowel dieren als planten werden beschreven. Om maar één voorbeeld te noemen, niet minder dan 176 soorten kwallen werden beschreven die gevonden zijn in de wateren rondom het eiland Laing, terwijl er amper 59 bekend waren in dat hele eilandengebied van de Grote Oceaan. Van die 176 soorten zijn er 53 die nieuw zijn voor de wetenschap. Een ervan, Cnidocodon leopoldi is opgedragen aan Zijne Majesteit Koning Leopold III, een andere aan Ererector Baron Jaumotte: Laingia jaumottei.

 

Legende van de illustraties:


Lijst van publicaties inzake het biologisch station van het eiland Laing

 

Opmerking: de onderstreepte woorden bevatten een hyperlink.