Getuigenissen

Congo 1957 - Een reis van Koning Leopold III

door Jacques Deschepper


 

Congo 1957
Relaas geïllustreerd met foto's van Koning Leopold III.

Indien u op een kleine foto klikt wordt ze groter.


Inhoudstafel

 

Januari 1957. Als officier van het 1ste Regiment der Gidsen, in dienst van de Openbare Weermacht van Belgisch Congo, had ik bijna 2½ jaar van mijn term in Kivu gedaan zonder verlof te nemen. Ik genoot intens van dit eerste verlof dat begonnen was met een wondermooie beklimming van de Ruwenzori tot aan de voet van de gletsjers. In gezelschap van mijn vrouw en een bevriend paar kwamen we aan in onze vertrekbasis: het hotel Mutwanga.

Een telegram wachtte op me: "Afspraak de ... januari op het vliegveld van Bunia waar ik met een militair vliegtuig zal aankomen om ... uur". Het was getekend: majoor Vandewalle. De majoor was mijn hiërarchische overste. Chef van de sectie G-2, de inlichtingendienst van de Openbare Weermacht te Leopoldstad (1), had hij mij te Bukavu, op 3 000 km, gedetacheerd om in de provincie Kivu de antenne te zijn van de dienst. Ik zag hem nooit. Onze betrekkingen, overigens gekenmerkt door een totaal vertrouwen, beperkten zich tot enkele brieven met onderrichtingen en de verslagen die ik hem toezond. Zijn verplaatsing naar het oosten van Congo en mijn oproeping in vol verlof deden mij een belangrijke gebeurtenis vermoeden.

Mijn echtgenote en onze vrienden zetten de toeristische reis voort, terwijl ik op weg ging om majoor Vandewalle op het vliegveld van Bunia op te wachten. Pas uit het vliegtuig gestapt kondigde hij me aan: "Koning Leopold zal binnenkort een privéreis ondernemen in het oosten van Congo. Zijn aankomst in Stanleystad is voorzien voor 22 februari. Hij zal vergezeld zijn van prinses Lilian en burggraaf Gatien du Parc. Op voorstel van generaal Janssens heeft de gouverneur-generaal je aangeduid als ordonnansofficier van de koning voor de duur van zijn verblijf. Gedurende het eerste deel van zijn verblijf zal je de koning tot gids dienen. Je zal de verbinding zijn met alle overheden zodat het programma naar de wensen van de koning zal verlopen en de organisatie foutloos zal zijn wat betreft vervoer, logement, enz."

Dezelfde dag zetten de majoor en ik ons op weg om de nodige schikkingen te treffen met de overheden van de gewesten, die de koning in de provincie Kivu zou doorkruisen. Onze rondreis eindigt in Stanleystad. Wij brengen er een bezoek aan de heer Schöller (2), Gouverneur van de Oostprovincie, waar de koninklijke rondreis zal beginnen en eindigen. De reis van koning Leopold in een land met enorme afstanden, vereist een zekere logistieke voorbereiding, vooral wat betreft de transportmiddelen, te land en in de lucht, de radioverbindingen, enz. Daarom gaf de Generale Staf een codenaam 'Operatie Heron', een verwijzing naar de kleine viermotorige de Havilland Heron. Dit vliegtuig, dat de verplaatsingen van de gouverneur-generaal verzekerde, zal ter beschikking gesteld worden van de koning.

Op 21 februari 1957 begeven koning Leopold en prinses Lilian zich naar Melsbroek in gezelschap van koning Boudewijn, van prinses Josephine Charlotte en van de prinsen Albert en Alexander. Onder de personaliteiten die hen op het vliegveld kwamen groeten: eerste minister Achiel Van Acker. Vergezeld van burggraaf Gatien du Parc, grootkamerheer, gaat het koninklijk paar aan boord van de DC6 van de regelmatige lijn van Sabena. Het neemt plaats in de kleine ruimte achter de stuurcabine, bijgenaamd 'honeymooner'. 's Anderendaags om 10 uur in de morgen landt het toestel op het vliegveld van Stanleystad. Bij het uitstappen worden koning Leopold en prinses Lilian verwelkomd door gouverneur-generaal Pétillon, provinciegouverneur en mevrouw Schöller en de heer Schmit, gouverneur van Kivu. Zodra de koning de twee detachementen van het 5de bataljon van de Openbare Weermacht schouwt, begint de menigte Congolezen "vive le roi" te roepen, weldra gevolgd door de aanwezige Europeanen, die de koning en de prinses ook toejuichen.

Twee kleine meisjes, een blank en een zwart, geven bloemen aan prinses Lilian. De heer Schöller stelt de koning de hogere overheden van de provincie voor, geestelijke, gerechtelijke, militaire en administratieve. Daarna begeeft het koninklijk paar zich naar de residentie van de provinciegouverneur, waar het zal logeren tijdens hun verblijf in Stanleystad.

's Namiddags, bij een recordwarmte van 35° C in de schaduw, begeven de koning en de prinses zich naar de stroomversnellingen, de 'Stanley falls'. Talrijke Congolezen wachten langs het traject en begroeten het koninklijk paar met vreugdekreten. Die warme manifestaties zullen zich herhalen op alle plaatsen waar wordt doorgetrokken. Halte in het dorp van de Wageniavissers, waar jonge meisjes van de stam enkele dansen uitvoeren. De kentekens van de chef worden overhandigd aan de koning: een hoed in huid van civetkat, versierd met papegaaiveren, een civetpels die als halsdoek gekruist over de borst wordt gedragen en een dolk met breed lemmet. Gans zijn reis zal de koning geschenken ontvangen van de inlandse hoofden, zoals de gewoonte het wil.

Aan de stroom gekomen maken de koning en de prinses de spectaculaire regatta's mee, betwist door 600 Wageniapagaaiers verdeeld over 16 lange prauwen. Om de stroomversnellingen de baas te kunnen heeft elke prauw een veertigtal pagaaiers nodig. In een perfecte gelijktijdigheid, op het ritme van de tamtams, hanteren de mannen rechtstaande hun lange pagaaien. Bij elk duwen van de pagaaiers verdwijnt de prauw bijna volledig in het water. De chef van de winnende bemanning komt de felicitaties van de koning in ontvangst nemen. Weldra wordt hij gevolgd door anderen die de hand van de vader van koning Boudewijn willen drukken. Daarna vervoegen zij weer hun bemanningen, met hun atletische lichamen, die een lied van de stam aanheffen.

Tijdens de koers nam de koning onophoudelijk foto's. Hij gebruikt nu eens zijn Leica voor de dia's, dan zijn Rolleiflex voor de zwartwitfoto's. Gedurende zijn hele reis neemt hij voortdurend foto's, met zorg het onderwerp van de genomen beelden noterend. Daar ik hem hielp bij het laden van zijn toestellen heb ik gemerkt dat hij in tien dagen 16 films van 36 foto's had gebruikt. Aan dat ritme heeft hij tijdens dit verblijf tussen 2 en 3.000 dia's en foto's gemaakt.

Na de regatta's zet de koning de Wageniavissers op film. Ter hoogte van de 7de stroomversnelling, waar de stroom versmalt tussen rotsen, hebben de vissers een reeks stellages gebouwd doorheen de stroomversnellingen. Ze bestaat uit dikke stokken, tussen de rotsen geplant, onderling verbonden met kruisbalken. Aan dit geheel, samengevoegd en verbonden door lianen, zijn grote visfuiken vastgemaakt. Om deze plaats te bereiken moeten de vissers in hun prauwen met grote moeite stroomopwaarts varen. Het opheffen van de fuiken vanop de stellages vergt veel stoutmoedigheid. Het is een spektakel waarnaar men van verre komt kijken. De koning herinnert zich het reeds in 1925 gezien te hebben. Inderdaad, de studiereis die prins Leopold dat jaar in Congo deed bracht hem eveneens in Stanleystad.

Op de terugweg naar de stad deed de koning zijn wagen nog stoppen om de Lokele-inlanders te fotograferen, die aan boord van hun grote prauwen wonen. Een gedeelte van het vaartuig is overdekt met een dak van bladeren, terwijl in het andere gedeelte de vrouwen koken. Het is een eigenaardig zicht de rook van vuren die opstijgt uit de prauwen. Deze levenswijze vindt haar oorsprong in het zwerversbestaan van de Lokele vroeger. Heen en weer varend op de stroom dreven zij handel met de oeverbewoners.

De belangstelling van de koning voor de inlandse bevolking was niet die van een toerist met slechts aandacht voor de schilderachtige en folkloristische kanten. De eerste vragen, die hij mij stelde over de Congolezen hadden betrekking op hun levensvoorwaarden. Die belangstelling uitte zich verder in Stanleystad met zijn bezoek aan de beroepsschool van de broeders Maristen en aan de woningen gebouwd door de Dienst der Afrikaanse Wijken in de Mangobowijk. De prinses, die de koning bij die bezoeken vergezelde, had dezelfde aandacht voor de sociale verwezenlijkingen. Eerst had ze een sociale thuis bezocht in de inlandse stad en gedurende gans de reis zal ze hospitalen, onderwijsinstellingen en sociale woningen bezoeken.

Na een omweg om de dam en de nieuwe hydro-elektrische centrale op de Tshoporivier te bekijken, gingen de koning en de prinses naar de zoo in oprichting. Een slangenspecialist toont hoe zich tegen de beet van een giftige slang te beveiligen door handen en armen in te wrijven met het blad van een bepaalde boom. Tijdens deze demonstratie houdt de prinses twee, gelukkig ongevaarlijke, slangen vast zonder de minste afkeer te tonen. Een toneeltje dat het geluk uitmaakt van de fotografen, en van de koning in het bijzonder.


(1) Als kolonel heeft deze hogere officier een tijdlang de functie van Consul van België uitgeoefend in Katanga, ten tijde van de afscheiding. Terug naar de tekst
(2) Deze hoge ambtenaar werd later Vice-Gouverneur Generaal, nadien Grootmaarschalk van het Hof. Terug naar de tekst

 

Tijdens die eerste twee dagen vergezelden de gouverneur-generaal, gouverneur Schöller en de plaatselijke gewestelijke overheden de koning en de prinses. Nu gaat de reis een privé karakter aannemen. Burggraaf du Parc en ik zijn de enige leden van het gevolg om met het koninklijk paar aan boord van de viermotorige Heron te gaan. Het toestel stijgt op met als bestemming het district Ituri. De koning is stralend en zijn gesprekken laten het enthousiasme doorschemeren waarmee hij de activiteiten van de komende dagen tegemoet ziet. Het duurt niet lang vooraleer hij zijn zetel verlaat om naast de piloot te gaan zitten op de plaats van de boordradio. Zo heeft hij het beste uitzicht om van het spektakel te genieten dat deze vlucht op niet al te grote hoogte biedt. Lange tijd glijdt het Ituriwoud voorbij onder de vleugels, daarna de savanne van de Irumustreek. Vooraleer te Bunia te landen maakt het vliegtuig een bocht over de steile hellingen van Bogoro en de zone zuidwest van het Albertmeer. Het is die sector die de koning straks wil verkennen.

Bij de doortocht van Bunia wordt de wagen tegengehouden door een menigte blanken en zwarten, die hun sympathie willen betuigen. Na de steile helling van Bogoro te hebben overgestoken, ontdekken we de ontzaglijke grootte van het Albertmeer. In de haven van Kasenyi aangekomen, schepen wij in aan boord van een grote stalen motorboot. Om tijd te winnen wordt een picknick aangeboden tijdens de vaart. Een boy in wit kleed, rode ceintuur en rode muts (type van de zoeaven) verdeelt de sandwiches. Aan de monding van de Semliki moeten wij over een zandbank. Enkele bemanningsleden stappen in het water om het vaartuig over de hindernis te duwen. De boot vaart de rivier op waar enkele nijlpaarden luidruchtig blazend duiken wanneer wij naderen. Visarenden vliegen weg met een doordringende kreet. Dan is het een vlucht zilverreigers die opstijgt. Wegens de jacht op hun huid zijn de krokodillen zeldzamer geworden. Wij zien er nochtans twee, verborgen in het hoge gras op de oever. Met een ongelooflijke snelheid glijden ze het water in. De koning en de prinses verliezen het spektakel geen ogenblik uit het oog. Voortdurend is het fototoestel van de koning in werking en de verrekijker van de prinses gericht op de fauna. Bij valavond is de boot terug te Kasenyi. De koning en de prinses logeren in de kamphutten 'Semliki Safari'.

's Morgens doorkruist de koning per jeep de Kasenyivlakte om de dieren gade te slaan. Hij krijgt de kans een troep olifanten te benaderen alsook verschillende soorten antilopen. De daguitstap bestaat in een rit naar Mutwanga aan de voet van de Ruwenzori. Na het bestijgen van de steilte van Bogoro loopt de baan door een grasrijke savanne alvorens het Ituriwoud binnen te dringen ten zuiden van Irumu. Dit woud is het gebied waar nog een zuivere stam pygmeeën woont, beschouwd als de oudste bevolkingsgroep van Congo. De gemiddelde grootte van de mannen is 1,44 meter, die van de vrouwen 1,33 meter. De kleur van hun huid is lichtbruin. De voorvaderlijke levenswijze van de pygmeeën is een nomadenleven. Zij veranderen van kampplaats als het wild in hun sector grotendeels is verdwenen. Geduldige en moedige jagers als ze zijn, zijn de pygmeeën bekwaam om olifanten te doden met als wapen alleen hun bogen, pijlen en lansen met vergiftigde punten.

De bewoners van het dorp Ngeleya hebben ter ere van de koninklijke gasten een zuilengang geplaatst versierd met huiden van dieren. Pygmeeën dansen voor hun hutten. Koning en prinses komen uit hun wagen om het spektakel bij te wonen. Het voortbestaan van zogenoemd primitieve beschavingen is een van de bekommernissen van koning Leopold. Dit uitte zich zeer duidelijk in zijn gesprekken over de indianen van Amazonië. Verder, tijdens de picknick in de verblijfplaats van Bwana-Sura, komen pygmeeën dansen voor de koning en de prinses. Deze kleine mannen, die langs de weg Irumu-Beni wonen, hebben het traditionele nomadenbestaan verlaten om zich in de nabijheid van dorpen te vestigen. Daar zij geen landbouw beoefenen bezorgen zij de dorpelingen vlees van de jacht en honing, in ruil voor teelten, zout en een of ander noodzakelijk gebruiksvoorwerp.

Kort na het oversteken van de noordgrens van de provincie Kivu bereiken we Oysha. Koning en prinses stoppen er om de leprozerie van dokter Becker, een Amerikaanse missionaris, te bezoeken. In Mbau is er een nieuwe halte bij de Zusters van Jezus van Pater Charles de Foucault. Die religieuzen logeren er in hutten van gestampte aarde om dichter bij de pygmeeën te staan, waar ze zich om bekommeren. Niet alleen geven ze medische zorgen aan diegenen die naar de missie komen, maar ze gaan ook het woud in om de pygmeeën ter plaatse te verzorgen. Koning en prinses stellen er prijs op zich in te lichten over de levens- en woonomstandigheden van de pygmeeën. Zij bezoeken een van hun kampen, met enkele hutten die eenvoudig gebouwd zijn met soepele takken en met bladeren. Die hutten zijn niet hoger dan een pygmee en hun opening is zeer laag. Om binnen te gaan moeten de koning en de prinses zich in twee plooien.

Enkele maanden later, toen ik het verhaal van dit bezoek in de Belgische pers las, vernam ik dat ik het voorwerp was van een vergissing van de pygmeeën. 'Le Patriote Illustré' hernam in volgende termen het verslag dat een missionaris, pater Cleuren, hen toegezonden had:
"De pygmeeën waren geenszins geïntimideerd door de koninklijke bezoekers. Voornamelijk omdat koning Leopold in kaki broek en hemd, op gebied van kleding niet meer indruk maakte als de eerste de beste toerist. De kleding deed hen zelfs twijfelen aan de identiteit van koning Leopold. Verscheidene pygmeeën wilden in hem een gewone burger zien, aanvaardden weliswaar de uitleg, maar zeiden nadien, kapitein Deschepper aanwijzend: "dat is de mutoto van koning Leopold".
Mutoto wil zeggen: zoon. Dit wil zeggen dat in de bossen van Ituri sommige pygmeeën ervan overtuigd zijn tegelijkertijd koning Boudewijn en koning Leopold te hebben ontvangen."

Kort voor Beni komt de weg uit het woud en is er weer savanne. Weldra dalen wij af naar de vallei van de Semliki; op de achtergrond het massief van de Ruwenzori, waarvan de toppen, zoals dikwijls, in de wolken verpakt zitten. Het hotel van Mutwanga, waar de koning en de prinses twee nachten zullen doorbrengen, is een heerlijke plaats. De nederzetting is gebouwd in de stijl van de Engelse guesthouses, een hoofdgebouw zonder verdieping in steen, versierd met klimplanten, een afzonderlijk paviljoen voor de kamers die uitgeven op de tuin. Deze tuin heeft verscheidene niveaus en is versierd met waterbekkens omringd door bloemen. Achter het hotel is een minigolf aangelegd aan de boord van de bergstroom Butahu. Gezien de hoogte (1150 m) is het klimaat er aangenaam en de nachten zijn fris. Van hieruit vertrekken de beklimmingen van de Ruwenzori, waarvan men de gletsjers ziet als de wolken verdwijnen. Mutwanga ligt nabij het Nationaal Albert Park, waarvan het uitgebreide gebied het massief van de Ruwenzori omvat, het Edwardmeer met de omringende vlakten, de Mitumbabergen en de vulkanische ketting van de Virunga.

Sinds lange tijd is koning Leopold hartstochtelijk geïnteresseerd in de verwezenlijkingen in Afrika op het gebied van natuurbescherming en in het bijzonder deze op initiatief van koning Albert. Nog prins van Brabant was koning Leopold de eerste voorzitter van het Instituut der Nationale Parken van Belgisch Congo en had hij diverse wetenschappelijke zendingen uitgevoerd in Belgisch Congo. Bedachtzaam naturalist, had hij nadien verscheidene studiezendingen geleid in het Verre Oosten en in Zuid-Amerika. Om die reden beperkte zijn bezoek aan het Nationaal Albert Park zich niet tot een fotosafari. Hij zal talrijke en langdurige gesprekken voeren met de heer Camille Donis, beheerder-conservator van de nationale parken. Hij zal zich de talrijke problemen laten uitleggen betreffende het beheer en de wetenschappelijke exploratie van de parken. Tijdens zijn bezoeken aan de stations en de laboratoria van het park, vroeg de koning inlichtingen over de studieonderwerpen en over de werkomstandigheden van de vorsers, alsook over de resultaten van het lopende onderzoek. Zelfs 's avonds stopte de koning niet met zijn wetenschappelijke bezigheden. Hij zal de filmvoorstellingen bijwonen over fauna, flora, etnologie en vulkanologie. Zo toont de hotelier in Mutwanga, de heer Ingels, hem films over de Ruwenzori, het park Queen Elisabeth (Uganda) en Nairobi (Kenya), alsook over de dansen van de pygmeeën. Sommige van die dansen tonen het mimetalent van die kleine mannen. De dans van de olifanten bijvoorbeeld, die een jacht beschrijft op de dikhuiden, of ook de dans van de chimpansees.

Mutwanga verlatend begeven koning en prinses zich naar Ishango waar zij twee dagen zullen doorbrengen met het doorkruisen van de sector noord van het Albertpark. Ishango is een fabelachtige plaats. Vanop een hoge klif overschouwt men het Edwardmeer en zijn overloop in de Semliki. In de rivier stoeien de nijlpaarden luidruchtig, op de oevers maken pelikanen, aalscholvers, nijlganzen en maraboes een hels lawaai. Om dit spektakel van dichtbij te bewonderen maken wij een wandeltocht op de rand van de klif en daarna langs de rivier.

Onderweg sta ik plots voor een varaan. Een schrikmoment, want ik dacht eerst een jonge krokodil voor mij te hebben. Maar als het kruipdier zich omdraait blijkt het een reuzenhagedis van ongeveer drie meter. In de vlakte rondom krioelt het van grote zoogdieren. Om ze gade te slaan volgen de koning en de prinses hun sporen per wagen, nadien per camion.

Een excursie met een vissersboot op het Edwardmeer leidt het koninklijk paar tot aan de voet van het massief van de Mitumbabergen, met als top de Tshiaberimu. Koning Leopold heeft die vulkanische berg beklommen in 1933. Het is ingevolge zijn studie en zijn tussenkomst dat dit massief in het Albertpark werd opgenomen. Op de boorden van het meer, waarlangs wij varen, kunnen pelikanen, nijlganzen en maraboes het goed met elkaar vinden. Een dode boom is bevolkt met een kolonie aalscholvers. Midden een familie hondapen (1) die voorbijloopt, bemerken wij een moeder met een kleine die zich vastklampt op haar rug. Verder komt een troep olifanten zich laven in het meer. Het varen wordt even onderbroken om de koning toe te laten de diverse vissoorten te onderzoeken, die door de vissers van de Copile (coöperatief voor de visvangst van de inlanders op het Edwardmeer) gevangen werden.

Koning en prinses logeren in een van de paviljoenen in Ishango. 's Nachts laten nijlpaarden, die in de omgeving ronddwalen, een verontrustend gesnuif horen. Het verblijf in Ishango stelde mij voor een moeilijk logistiek probleem. Ik moest zorgen voor de verbinding met de buitenwereld. Inderdaad ik moest allerhande soorten mededelingen verzenden en ontvangen: de persberichten versturen, de overheden verwittigen over de veranderingen in het uurrooster en gebeurlijk in de programmakalender, zorgen voor de telegrammen die de koning en de prinses naar leden van de koninklijke familie verzonden, hulp oproepen als het nodig was bij ongeval of defect. Nu in Afrika zijn de plaatsen, die met een of ander transmissiesysteem uitgerust zijn, op aanzienlijke afstanden van elkaar verwijderd. Om dat probleem op te lossen had de Generale Staf een onderofficier tot mijn beschikking gesteld, belast met het verzekeren van de transmissies bij middel van een voertuig, uitgerust met een krachtige radio voor ontvangst en verzending. Deze inrichting moest voor het koninklijk paar onzichtbaar blijven, want het wenste dat zijn reis in de grootste eenvoud verliep. Elke avond had ik derhalve geheime afspraken met de adjudantchef Balzat, die aan boord van zijn radiovoertuig de wagen van de koning op afstand volgde. Het probleem te Ishango was om het radiovoertuig met zijn antenne buiten het zicht te houden in een vlakte, waar men kilometers ver in het rond kan zien. Slechts de behendigheid van militairen om de minste oneffenheid in een terrein te benutten heeft kunnen vermijden dat deze discrete verbinding werd ontdekt.

Van Ishango bereiken we in twee ritten de centrale zone van het Albertpark, gelegen ten zuiden van het Edwardmeer. Het is een zeer bochtig traject over de bergen aan de westzijde van het meer. In de plaats Beni stoppen koning en prinses om een plaatselijke ambachtententoonstelling te bewonderen, gewijd aan het bewerken van ivoor. Omzoomd met eucalyptussen stijgt de weg tot 1 800 m hoogte om Butembo te bereiken. De koning bezoekt er de school voor opleiding van assistenten landbouwkunde en veeartsenijkunde. De volgende dag begeeft het koninklijk paar zich naar het hospitaal van Mustenene, gebouwd door het Fonds voor Inlands Welzijn en beheerd door de Zusters van Maria Hemelvaart. Nabij Lubero, terwijl de prinses een school bezoekt voor inlandse monitrices, onderzoekt de koning de flora van het bosreservaat Koning Albert. Voorafgegaan door twee inlanders, die hem een doortocht hakken met hun machetes, doorloopt hij een strook boomvarens onder de hoge bomen. Verder slingert de schilderachtige weg, die wordt gevolgd door het koninklijk paar, op 2 200 tot 2 400 m hoogte over de kam van de Mitumbabergen, en doorloopt bamboebossen.

Op het einde van de rit dalen we de steile helling van Kabasha af, die een prachtig panorama geeft op het Edwardmeer, de vlakte van de Ruindi en, aan de kim, de vulkanische ketting van de Virunga. Aan de voet van de steilte dringen wij opnieuw het Nationaal Albertpark binnen. Een gedenkzuil werd er opgericht ter herinnering aan koning Albert, wiens bekommernis inzake natuurbescherming, geleid heeft tot de oprichting van de nationale parken in Congo. Koning Leopold legt bloemen neer en blijft even in gedachten verzonken, het gelaat getekend door ontroering. Na de doortocht van een vlakte, waar grote kudden antilopen grazen, komen we aan in het rustieke kamp van Ruindi, waar het koninklijk paar drie nachten zal logeren.

De beste uren om de dieren te observeren zijn van het begin van de ochtend tot het einde van de namiddag. Op deze breedtegraad staat de zon bijna onveranderlijk op om 6 uur om onder te gaan om 18 uur. Het vertrek om de pistes van het park te verkennen heeft dus plaats om 6 uur. De eerste dag doen we de verplaatsing per vrachtwagen. De koning zet zich naast de chauffeur. De prinses, burggraaf du Parc, de heer Donis en ikzelf nemen plaats in de bak. Ons vastklemmend aan de hoge wagenladders incasseren wij sportief de oneffenheden van de piste en genieten van een ideale zichtbaarheid. Het is de grote 'jardin extraordinaire'. Dat men zich daar echter niet in vergisse. Hoewel antilopen, buffels en nijlpaarden op vele plaatsen te vinden zijn, moet men wel vele kilometers afleggen en een beetje geluk hebben om de andere grote zoogdieren te zien, in 't bijzonder de katachtigen. Koning en prinses hadden een goede gids in de persoon van de heer Danly, die de 'goede hoekjes' kende. Daardoor konden zij van tamelijk nabij olifanten, leeuwen, een hyena, stekelvarkens, talrijke nijlpaarden, visarenden, nijlganzen, maraboes en pelikanen zien.

Op een namiddag na het aanschouwen van een mooie troep olifanten, verloopt het traject onder een geweldig beukende regen. Maar 's anderendaags schittert opnieuw de zon, zeer vrijgevig in Kivu. Bij 't krieken van de dag vertrokken, hebben wij evenwel nog geen leeuwen gezien. Bij het einde van het ontbijt, dat door de heer en mevrouw Donis op de motorkap van een der wagens werd opgediend, weerklinkt in de verte een gebrul. Wij klimmen snel weer in de wagens en ontdekken drie leeuwen op verplaatsing. Ze hebben geen haast en rusten van tijd tot tijd. Dit laat ons toe ze nauwkeurig te observeren. Later loopt de koning langs een zoom wolfsmelkachtigen. In die bomen, met het voorkomen van kandelabers met ontelbare takken, huizen tientallen maraboes en pelikanen. Na een bezoek aan de installaties voor visvangst van Vitshumbi, schepen koning en prinses in op een motorsloep. Tijdens de boottocht op het Edwardmeer volgen zij een visvangst met een treknet (2) en observeren enorme kolonies aalscholvers en pelikanen in de delta van de Ruindi.

Elke avond worden becommentarieerde projecties voorgesteld. De heer Meyer, geoloog en chef van de zending voor vulkaanstudie, toont beelden van actieve vulkanen, voornamelijk van de krater van de Nyaragongo. De heer Danly projecteert een film over leeuwen. De heer G. de Witte, belast met een zending voor rekening van het Instituut der Nationale Parken, becommentarieert dia's over de vreemde plantenwereld hoog op de Ruwenzori en over insecten, amfibieën en reptielen. Deze projectie doet mijn verbazing herleven, die ik enkele weken vroeger beleefde, toen ik de flora op de hellingen van de Ruwenzori ontdekte. Met de eerste dagmars bereiken we op meer dan 2 000 m hoogte de etage van de bamboebossen. De tweede leidt, op meer dan 3 000 m, naar de etage van boomachtig heidekruid bedekt met een soort korstmos, in de vorm van gele draperieën, die aan het bos een vreemd en toverachtig decor geven. De derde dagmars leidt je, buiten adem, met kloppende slapen en pijnlijke schedel, tot meer dan 4 000 m, in de etage van de senecio's, de lobelia's en de strobloemen. Op die eigenaardige planten in de vorm van een kaars, leven Afrikaanse neven van de kolibries uit Zuid-Amerika.

Nadat we het kamp van Ruindi verlaten, houden we halt aan de warmwaterbronnen, 'may ya moto' in de lokale taal. Het zijn kleine kommen van afgekoelde lava, waar water al gulpend opborrelt met een temperatuur van 90° C. Een fenomeen te wijten aan de continue vulkanische activiteit in de ondergrond. Enkele jaren geleden, toen ik tijdens mijn verlof daarlangs kwam, deed mijn echtgenote in een recordtempo een zuigfles opwarmen in een van die door de natuur aangeboden waterbaden.

Te Rutshuru verwelkomt de grote chef Ndeze de koning en de prinses: geroffel van de grote trommen, zang en dans, overhandigen van de traditionele geschenken. Een gans spektakel in aanwezigheid van talrijke inlanders en Europeanen. Na een bezoek aan de watervallen van de Rutshuru houdt het koninklijk paar halt bij het centraal station van het Park Albert te Rumangabo, vanwaar de koning de vulkanen Mikeno, Nyiragongo en Nyamulagira kan observeren, evenals de lavavlakte. De heer Donis licht zijn gast in over het project om een vijfde nationaal park op te richten in het district van de Tshuapa in de Evenaarsprovincie. De bedoeling is een staal van het dichte woud van de centrale Congolese kuip te vrijwaren. De koning juicht dit initiatief toe en beslist zijn reis te verlengen om het gebied van het toekomstige park te bezoeken. Nadien wordt de reis voortgezet en het koninklijk paar steekt de bergpas over tussen de vulkanen Mikeno en Nyiragongo. De koning had graag de beklimming van de Nyiragongo gedaan, maar de klimaatomstandigheden op die grote hoogte lieten het niet toe. Het is pas twee jaar later, in 1959, dat hij de vulkaan zal beklimmen en in de krater afdalen, en dit tijdens zijn laatste reis naar Congo.

Rode en gele bloemen rijzen op uit de lavagrond, een verwonderlijke uiting van het plantenleven. Feitelijk hebben wij de kam overschreden die de bekkens van de Nijl en de Congostroom scheidt. Het water van de meren Edward en Albert vloeit in de Nijl, terwijl dat van het Kivu- en het Tanganyikameer zich in de Lualaba stort, die de naam Congo draagt vanaf Stanleystad. Op het kerkhof van Kibati legt de koning bloemen neer op de graven van de blanke en zwarte soldaten, die gevallen zijn in de veldtocht die van 1916 tot 1918 Belgen en Duitsers tegenover elkaar stelde in het oosten van Afrika. Dan is het de afzink dwars door bananenkwekerijen en plantages naar Goma, aan de oever van het Kivumeer.

Zoals Kisenyi, dat in Rwanda is gelegen, is Goma een der aangenaamste plaatsen van het Afrikaanse continent. Een perfect klimaat dankzij de hoogte (1 500 m), met een temperatuur die schommelt tussen 18 en 24 graden en heel het jaar door aardbeien. Een uitzonderlijk decor: in het noorden, op zekere afstand, de vulkanische ketting van de Virunga; in het zuiden het Kivumeer. Een meer met getande oevers, waarvan de talloze baaien en inhammen in de flanken van de bergen dringen. Het water is niet bevolkt door nijlpaarden noch door krokodillen. Als je aan dat landschap de rotsachtige en bloemrijke kreken van Goma en het gouden strand van Kisenyi toevoegt, dan begrijpt men dat deze hoek van het meer de geliefkoosde toeristische plaats is van Congo. Men had er een residentie gebouwd voor de gouverneur-generaal. Daar verblijven de koning en de prinses voor drie dagen.


(1) Hondapen: smalneusapen met een kop als van een hond. Terug naar de tekst
(2) Treknet: een lang visnet dat door vissers vanop de oever aan de uiteinden wordt toegetrokken. Terug naar de tekst

 

Op 7 maart om 7 uur 's morgens komt de koning aan op het vliegveld van Goma. Wij vinden er de vulkanoloog Meyer terug. We klimmen aan boord van de Heron voor een verkenningsvlucht over de vulkanen. Het vliegtuig stijgt eerst tot 4 000 m hoogte om over de Nyiragongo te vliegen, waarvan de top 3 471 m hoog is. Het vliegtuig maakt kringen rondom de krater. We zien op 250 m diepte het brede ronde platform, dat de schouw omringt en helemaal onderaan, midden de rookwolken, het gloeien van de vloeibare lava. Dit perfecte zicht op het binnenste van de vulkaan is uitzonderlijk; meestal is de krater volledig overdekt met rookwolken. Het spektakel is zo fascinerend dat de koning het doet opnemen in het scenario van de film 'De Vrijheren van het Woud', waarvan de opnamen bezig zijn.

De Heron vliegt vervolgens over de Nyamulagira, een andere actieve vulkaan. Zijn hellingen zijn zeer bebost in tegenstelling tot die van de Nyiragongo, die dor zijn en bezaaid met metaalslakken. Zijn ruime en ondiepe krater heeft geen centrale schouw, maar wel talrijke kleine putten en rokende spleten waaruit zwavel ontsnapt. Op zijn flank en in de nabije vlakte duiken de kegels op van enkele adventiefkraters. Het vliegtuig nadert nu een aantal uitgedoofde vulkanen. De Visoke, waarvan de krater regenwater heeft opgevangen dat een klein meer vormt. De Karisimbi, de hoogste met zijn 4 507 m, is regelmatig van vorm als een steenberg, maar die een Japans uitzicht krijgt als hij met een sneeuwkap bedekt is. De Mikeno, puntig als een spitse berg. En uiteindelijk het trio dat zich op Rwandees grondgebied bevindt: de Sabinio, met viervoudige top, de Gahinga en de Muhavura, op de grens van Rwanda en Uganda.

Daarna koers noordwaarts. Vanuit de lucht zien we het Edwardmeer terug, ontdekken het zoutmeer van Katwe, volgen de loop van de Semliki, die zich slingert door de savanne en dan het woud inloopt. De piloot herneemt hoogte en draait rond de besneeuwde toppen van de Ruwenzori, waarvan de hoogste, de Margueritetop, 5 119 m bereikt. Wij duiken naar de vlakten van het Albertpark en dalen voldoende laag om het groot wild op te merken. De Heron draait naar het westen en vliegt over de streek van de Mokotomeren, de lavavlakte van de adventiefkraters van de Nyamulagira en uiteindelijk de baai van Bobandana. De vlucht heeft 4 uren en 40 minuten geduurd.

De groten van de wereld zijn zich zelden bewust van de grenzen van het mogelijke. De koning weet dat ik als liefhebber films maak. Hij vraagt mij er 's avonds een of andere te tonen. Maar mijn films en mijn projectiemateriaal bevinden zich thuis in Bukavu, aan het andere eind van het meer: 105 km in vogelvlucht, maar het dubbele langs de weg. Een traject van acht uren heen en weer. God zij dank komt het vliegwezen van de Openbare Weermacht mij ter hulp en laat me toe te voldoen aan de wens van de koning. Dezelfde avond kan ik doek en projector installeren in het salon van de residentie van Goma. Op het programma: mijn tocht alleen in mijn wagen dwars door Congo, van Leopoldstad naar Bukavu, alsook zichten van de Kivu en van Ruanda-Urundi.

's Anderendaags ontvangen de koning en de prinses de voornaamste Europese en inlandse personaliteiten van de streek. Tijdens de receptie presenteren de dansers van de chef Kayura Batutsidansen in de tuinen van de residentie. Die dansers zijn een beetje zoals de Gilles van La Louvière of elders, die slechts een kopie zijn van de echte Gilles van Binche. Die Batutsidansen vinden hun oorsprong in de groep van de Ntore, die de Mwami of soeverein van Ruanda onderhield. De Ntore, allen zonen van belangrijke chefs of notabelen, waren pages die aan het hof een speciale opvoeding kregen. Men onderwees hen namelijk in de kunst van de choreografie. In de jaren vijftig bestonden er replieken van de groep dansers van de Mwami, namelijk te Rugerero nabij Kisenyi en te Nyakalenzo nabij Shangugu. De jonge Batutsidansers dragen een roodwitte rok en gekruiste bretellen in gekleurde parels. Hun haartooi is samengesteld uit een soort diadeem van parels, waaraan lange witte apenharen zijn vastgemaakt. Hun enkels zijn omringd met belletjes, waarvan het hortend gerinkel het ritme van de dans begeleidt. Naargelang het soort dans, zwaaien zij met een lans of een stok, waaraan een lange haardos hangt, gemaakt van raffiavezels. De dans kan geweldig hortend zijn, op een thema van een gevechtsscène, of gratievol en licht als ze het paraderen van de gekroonde kraanvogel oproept. Een groep van trommelaars en hoornblazers ondersteunt de dansers. Die muzikanten behoren tot het Batwavolk, pygmoïden t.t.z. mestiezen van pygmeeën en bantoes.

Tijdens de namiddag begeeft de koning zich naar de belvedère van de berg Goma om het panorama te bewonderen: de vulkanen en de lavavlakte, het meer en zijn baaien, de kleine stad. Hij eindigt zijn wandeling met het doorlopen van de corniche en het strand van Kisenyi, waar hij met enkele residenten praat. "Hier heb ik 25 jaren geleden mijn tent gezet" vertrouwt de koning hen toe. Op het einde van de dag bezoekt hij samen met de prinses, in de inlandse stad, verschillende types van huizen voor de Congolezen.

Bij het vertrek uit Goma loopt de koninklijke reisweg over de lavavlakte, een zwarte versteende zee, die afdaalt van de Nyamulagira tot aan het meer. Verwonderlijke natuur: op de tamelijk recente lavastroom van 1948 is er reeds plantengroei. De weg loopt langs het 'Groene Meer', gevormd door een ondergelopen krater, daarna langs de baai van Sake. De lavastromen van 1912 en 1935 hebben deze baai gevormd, door ze af te snijden van het meer. In Kirotshe scheept het koninklijk paar in op een van de snelboten, die tweemaal per week een verbinding verzekeren tussen Goma en Bukavu. Het vaartuig is door de OTRACO (Office des Transports Coloniaux) ter beschikking gesteld van het koninklijk paar. Langs de vertreksteiger juicht een dubbele haag toeschouwers, blanken en zwarten, de koning en de prinses toe. Wij zijn pas de baai van Bobandana uit als de boot reeds langs de beboste eilandjes vaart ten noorden van het grote eiland Idjwi. Op dit eiland, in het midden van het meer gelegen, vinden de activiteiten plaats van de landbouwmaatschappij Linea, gesticht door de prinsen de Ligne. Een motorvaartuigje, met aan boord prins Antoine de Ligne, heeft de oever verlaten en vaart naar onze boot toe. Hij komt het koninklijk paar begroeten en stelt de koning en de prinses voor hen naar zijn villa te brengen, die men op de oever kan zien. Bij gebrek aan tijd kunnen zij dit voorstel niet aanvaarden, maar zij gaan aan boord van het vaartuig van de prins en doen in zijn gezelschap de ronde van de baai, gelegen ten noorden van het eiland.

In de namiddag legt de boot aan te Katana, waar het koninklijk paar het hospitaal en de materniteit van FOMULAC (Medische stichting van de universiteit van Leuven in Congo) bezoekt, alsook de school voor verpleegkundigen van de Witte Paters. Van Katana reizen ze naar Lwiro. Ze worden er door professor Van den Berghe, directeur van het IRSAC (Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek in Centraal-Afrika) verwelkomd. Het IRSAC heeft zich gespecialiseerd in de natuur- en de menswetenschappen. De domeinen die door de navorsers bestudeerd worden zijn: het sociale milieu, het fysische milieu en het biologische milieu. De volgende dag bezoekt de koning de installaties van het Instituut, het zoölogisch station, de huisvesting van het Congolees personeel, de sociale haard en de school. 's Namiddags slaat hij met zijn verrekijker de vogels gade in de nabije bossen, in gezelschap van ornithologen: de heer en mevrouw Chapin en de heer Schaffer. 's Avonds vertoont baron Michel de Mevius aan de koning en de prinses een film, die hij gemaakt heeft over de plaatselijke fauna vooral vogels.

Vóór 7 uur 's ochtends, verlaat het koninklijk paar Lwiro met bestemming het kamp van de 'Internationale Wetenschappelijke Stichting', geïnstalleerd midden in het woud, ten zuiden van Walikale. De baan doorkruist eerst het bosmassief van de Kahuzi, dat omwille van zijn flora zeer merkwaardig is. Omheen de top draaiend, die zich tot 3 300 m verheft, bereikt men hoogten van 2 200 tot 2 500 m. Koning en prinses stoppen meermaals lange tijd om de vogels gade te slaan in gezelschap van de reeds genoemde ornithologen. De gevleugelde fauna van Congo is zeer interessant en gekleurd, voornamelijk deze in hoger gelegen streken zoals de Kivu. In die tijd begon ik me, weliswaar als liefhebber, bezig te houden met ornithologische waarnemingen. Ik was zelfs begonnen de vogels te filmen. Toen de koning vernam dat ik mij een sterker teleobjectief wilde aanschaffen, stelde hij er prijs op mij dit te schenken. Een gebaar dat men niet vergeet.

Te Bunyakiri stoppen we bij de heer Leloup, die slangen kweekt. De farm van giftige reptielen dient niet alleen voor de bevoorrading van dierentuinen; ze is onmisbaar om vaccins te produceren met het gif dat men die gevaarlijke wezens doet spuwen. Terug de weg op, komen we in het oerwoud. De picknickhalte heeft als kader het station van het IRSAC in Irangi. De vorsers bestuderen er de biologie in het bos op lage hoogte en speciaal de oorzaken van de verspreiding van malaria. Heel de namiddag rijden wij onder geweldige regenval. Geasfalteerde wegen zijn weinig talrijk in Congo. Deze waar de wagen van het koninklijk paar over rijdt zijn in lateriet, rode aarde, die bij regenweer zo glad wordt als een met zeep ingewreven plank. Bovendien, tenzij hoogst uitzonderlijk, is er over een afstand van honderd meter geen enkel recht stuk.

Het koninklijk paar gaat vier dagen doorbrengen in het woudkamp van de 'Internationale Wetenschappelijke Stichting' (IWS). Deze stichting werd in 1956 opgericht door de koning, met medewerking van privé mecenaat, om de studie van de natuurwetenschappen te bevorderen en de kennis ervan te verspreiden. Op initiatief van koning Leopold bereidt de IWS de productie voor van de film "De Vrijheren van het Woud". De realisatie ervan werd toevertrouwd aan een ploeg cineasten, specialisten inzake wetenschappelijke film, bijgestaan door experts in etnologie en in natuurwetenschappen. Later zal, als proloog van deze film, een boodschap van de koning zijn bedoeling vertellen aan de toeschouwers: "Gezien de zo snelle evolutie van de huidige wereld, leek het mij wenselijk wat overblijft van de duizendjarige Congo door beeld en klank vast te leggen. De gemeenschap van de man van het woud met de natuur, die hij respecteert, is voor ons een grote les en een geestelijke erfenis". Deze film, over de wereld verspreid in een twintigtal talen, zal unaniem geprezen worden voor zijn artistieke en wetenschappelijke kwaliteiten.

Gedurende hun verblijf in het kamp wonen de koning en de prinses opnamen bij van dieren. Er worden zeldzame soorten gefilmd zoals het aardvarken, het schubdier en de okapi. Gedurende een volle dag vergezellen zij de heer Cordier, een specialist in het vangen van gorilla's. Met de hulp van 150 inboorlingen, slaagt hij erin een gorilla te omringen met netten. Alhoewel meermaals geraakt door een traangaspatroon, laat het ontzagwekkende dier zich niet benaderen. Het lukt erin over het net te stappen en te vluchten. De koning en de prinses hebben het schouwspel van nabij kunnen zien. 't Is een van de zeldzame dagen waarop de koning me niet heeft meegenomen. De frustratie vermoedend, die ik er kon van ondervinden, zei hij me: "Indien ik je gisteren niet heb meegenomen, was dat opdat je niet verantwoordelijk zou worden gesteld indien ons iets was overkomen". Men kan niet ongevoelig blijven voor zulke fijngevoeligheid!

De koning was bijzonder geïnteresseerd door de natuur, maar het onderdeel van de natuur dat hem het meest in de ban hield was, denk ik, het woud. Met vuur sprak hij over de ongerepte wouden, die hij in Latijns Amerika en Azië verkend had. Bij elke tocht, die hij door het Afrikaanse woud deed, weerspiegelde zijn gelaat een intense vreugde en zijn woorden drukten enthousiasme uit. In het kamp van de IWS is de koning dus in zijn favoriete ontdekkingsdomein. Door twee inlandse gidsen voorafgegaan, gaat hij verscheidene plaatsen fotograferen, in het bijzonder de nauwe doorgangen van de Lukarivier.

Een andere keer zijn het gorillanesten en een calaonest, die het doel zijn van zijn boswandelingen. De calao is die grote kleurrijke vogel met een enorme gekromde bek. Hij maakt zijn nest in een boomholte. Het wijfje zit erin opgesloten terwijl het de eieren uitbroedt. Enkel een reet in de muur van gedroogd slijk, laat de vogel toe voedsel te krijgen, dat door het mannetje wordt aangebracht. Terug bij het IRSAC maakt de koning een wandeling naar de Lwirorivier en besteedt twee dagen aan gesprekken met de vorsers. Van haar kant bezoekt de prinses op uitnodiging van de prins de Ligne het dispensarium van het eiland Idjwi. Zij begeeft zich ook naar de missie van de Afrikaanse Zusters van Katana, die Congolese religieuzen vormen. Zij ontmoet eveneens de heer Biebuyck, een etnoloog, die haar zijn collecties toont en opnamen van inlandse muziek laat beluisteren.

 

Op 21 maart neemt de reis van de koning een meer officiële wending zoals dat in Stanleystad het geval was. Door de gouverneur-generaal vervoegd, en vergezeld van zijn ordonnansofficier, komen de koning en de prinses in Bukavu aan, de hoofdplaats van de Kivuprovincie. Zij worden bij de ingang van de residentie verwelkomd door de gouverneur en mevrouw Schmit. Een militair detachement bewijst de eer. De voornaamste personaliteiten zijn aanwezig, evenals een menigte, waaruit de kreten "leve koning Leopold" en "leve de prinses" opstijgen. Bukavu is gebouwd op vijf schiereilanden, die de baai indringen recht tegenover de bergen van Ruanda. "Een groene hand gedompeld in het meer" volgens de formule van Georges Sion. In 1957 is het nog een droomstad met mooie lanen, met aan weerszijden tuinen waar de pracht van bougainvillea's schittert. In de kleine dalen zweeft een geur van eucalyptus. Zowat overal bieden voorgebergten prachtige panorama's. Onder de leiding van gouverneur Schmit, bezoekt het koninklijk paar de stad. Op sommige plaatsen stoppen ze met de wagen om het landschap te bewonderen of om kinderen te bedanken, die de prinses opwachten met een ruiker bloemen in de hand.

Indien sommige Belgen in Congo enig voorbehoud koesterden tegenover prinses Lilian, dan scheen dit als bij betovering te verdwijnen. Zelfs de meest hardnekkigen werden verleid door haar charme, haar vriendelijkheid en haar eenvoud. Een vriendelijkheid en een eenvoud, die ze ook bij de koning ontdekten, van wie het gereserveerde karakter door sommigen beschreven werd als 'hoogmoedige koelheid'. Hij gelukte erin zijn gesprekspartners zo op hun gemak te stellen, dat sommigen van de weeromstuit zich opwonden en struikelden bij 't uitdrukken van hun gedachten. De echtgenote van een hoge ambtenaar sprak over een veearts, die destijds een paard van de koning had verzorgd. "De koning is zijn eerste klant geweest", zei ze. Daarna, verschrikt bij het idee dat ze een blunder had begaan, haastte ze zich eraan toe te voegen: "tenminste wat betreft het dier." Een ander voorbeeld, een voortreffelijk wetenschapper wou aan de koning zeggen "Wat u hier ziet is maar een voorsmaakje van wat u verder zult zien". Hij drukte zich als volgt uit: "'t Is werkelijk voor de koning zoals een wortel aan het uiteinde van een stok". Maar de grootste blunder was tegenover de prinses. Ze had juist een kop koffie gedronken, gezet door een kolonist, kweker van die koffiebonen. "Hoe vindt u mijn koffie?" vroeg hij haar. "Hij is uitstekend" antwoordde de prinses. "Wel, en 't is dan nog mijn afval" voegde de man er met een triomfantelijke glimlach aan toe.

Tijdens de eerste morgen in Bukavu leidt de heer Dierckx, een van de oudste Belgische residenten in Kivu, het koninklijk paar rond in zijn eigendom, waarvan hij een arboretum en een kruidtuin gemaakt heeft. Dan bezoeken de koning en de prinses het atelier van schilder Serneels, waar zijn laatste werken zijn tentoongesteld evenals die van beeldhouwer Minne. 's Namiddags bezoekt de koning het museum van de dienst geologie, het centrum voor mijnonderzoek en het college voor Congolezen geleid door de Paters Barnabieten. Van haar kant, begeeft de prinses zich naar het hospitaal voor Congolezen, waar zij alle zalen doorloopt, voor iedereen een vriendelijk woord vindend. Ten slotte, in het militair kamp, bezoekt ze de sociale haard en laat ze zich enkele woningen tonen van soldaten en gegradueerden van de Openbare Weermacht. Gezien de lengte van hun diensttijd worden de soldaten met vrouw en kinderen gelogeerd in de militaire kampen. Die woningen zijn eenvoudig, maar in duurzaam materiaal gebouwd.

De tweede dag begeven de koning en de prinses zich naar de post van Kabare alsook naar de wijken Bagira en Katutu, gebouwd op de flanken van de bergen rond Bukavu. Zij lichten zich in over de realisaties van de Dienst der Afrikaanse Wijken wat betreft de huisvesting van de Congolezen. Geheel de voormiddag bezoeken zij woningen, scholen en sociale woonsten. De volgende dag is het laboratorium voor bostechnologie van het Nationaal Comité van Kivu het eerste punt op het programma van de koning. Daarna begeeft het koninklijk paar zich naar Uvira via de nieuwe geasfalteerde weg, die Bukavu verbindt met Usumbura, dwars door Ruanda. Het is de eerste geasfalteerde weg in de streek. De andere wegen zijn aardewegen bestaande uit lateriet, zoals bijna overal in Congo. In het droge seizoen jagen voorbijrijdende voertuigen grote wolken rood stof omhoog. Daar waar het verkeer intens is, vormt zich gaandeweg een reliëf als een golfplaat, wat zeer onaangenaam is voor de bestuurders en hun passagiers.

Dat was ook het geval voor de oude weg van Uvira in de vlakte van de Ruzizi. Om naar die vlakte af te dalen moest de oude reisweg over de steile helling van de Kamaniola. De in de rots uitgekapte weg hangt langs de bergflank boven de nauwe doorgangen van de Ruzizi. Ze is zo smal dat men stukken met éénrichtingsverkeer heeft moeten maken, afgesloten met barelen. De bewakers, die de barelen bedienen, communiceren met elkaar door op een leeg metalen vat te kloppen. In het begin van deze rit huldigen de koning en de prinses een brug in, die over de Ruzizi is gebouwd om de nieuwe weg doorgang te verlenen. In de vlakte van de Ruzizi interesseert de koning zich voor de werken van Luberizi voor erosiebestrijding. Deze koloniale dienst helpt de inlanders om gemechaniseerde teelten te beginnen, namelijk van katoen. Hij tracht de rijstcultuur in te voeren in ondergelopen velden en bestudeert de middelen om de gronden te verbeteren. In Uvira, aan de rand van het Tanganyikameer, bezoekt de koning het station van het IRSAC en onderhoudt zich heel de namiddag met de onderzoekers. Ondertussen doet de prinses een uitstap naar Usumbura in Urundi.

De laatste dag neemt de koning de weg, die langs de bergen, Bukavu verbindt met Astrida in Ruanda. Deze weg gaat over de bergkam die de waterbekkens van de Congostroom en de Nijl scheidt, op een hoogte van bijna 2 500 m. Op deze bergkam ligt het bosreservaat van de Lugege. Dit prachtige stuk hooggelegen bos kan niet anders dan de aandacht trekken van de koning. Terug van deze uitstap, staat hij zich een beetje ontspanning toe en speelt een partijtje golf op de greens van Bukavu.

Bij het verlaten van de stad, op weg naar het vliegveld van Kamembe, houdt het koninklijk paar halt aan het atheneum en aan het college, waar het toegejuicht wordt door de leerlingen en het lerarenkorps. Enkele dagen ervoor had de prinses een bezoek gebracht aan het Albert I-pensionaat, dat geleid wordt door de religieuzen van de Heilige Familie. De Heron stijgt op, draait over het meer en vliegt over de watervallen van de Ruzizi. Hij draait verscheidene keren boven Bukavu met zijn schiereilanden om hoogte te nemen en over de bergen te klimmen. Minder dan een uur later naderen wij het kleine vliegveld van Shabunda, midden in een woud met wild reliëf. Ik hou mijn adem in. De landingsbaan is kort. Een eerdere landing met een tweemotorige Dove had ons getoond dat de lengte zeer nipt is. Maar commandant Hirsch kent zijn beroep: de wielen van het vliegtuig raken de grond vanaf de eerste meters van de landingsbaan. Dat was nodig om het toestel op zulke korte afstand te doen stoppen.

Het koninklijk paar bezoekt het sanatorium van de CEMUBAC (Medisch Centrum van de Universiteit Brussel in Congo) en de school van de Zusters Ursulinen. De rit gaat verder met de wagen door het woud van Maniema. De streek wordt bewoond door het volk van de Warega. De koning stopt in verscheidene dorpen en neemt er talrijke foto's. In het voorbijrijden wordt een bezoek gebracht aan de sociale woningen van een mijnkamp. De nacht is al gevallen als wij in het mijncentrum van Symetain in Kalima aankomen.

De volgende dag bezoekt de koning een gemechaniseerde werkplaats van Symetain, waar hij de gelegenheid heeft de verscheidene fasen van de ontginning van cassiteriet te zien. Ondertussen begeeft de prinses zich naar de sociale haard en de kraaminrichting van de Symetainstichting. De koninklijke bezoekers komen weer samen bij de beroepsschool van de Broeders Maristen, waar de Congolese leerlingen hout- en metaalbewerking leren. 's Namiddags hernemen zij hun tocht, steken met een bak de Elilarivier over en doorkruisen een nogal merkwaardige oerwoudreserve alvorens aan de oever van de Lualaba of Boven-Congo aan te komen. Kindu, hoofdstad van het district Maniema, ligt op de tegenovergestelde oever. Nieuwe overtocht met een bak. Aan de aanlegplaats juichen zeer veel Congolezen en Europeanen het koninklijk paar toe. De rit eindigt met een ronde van de plaats, die loopt langs de inlandse wijk, het industriekwartier en de oevers van de stroom.

 

Kindu bevindt zich, net zoals Stanleystad, op een plaats voor 'het overladen van de lading'. Inderdaad, aangezien de stroom niet over zijn gehele lengte bevaarbaar is, verzekeren spoorwegverbindingen het voortzetten van het vervoer. Vertrekkend van Albertstad, aan het Tanganyikameer, eindigt de spoorweg van 714 km in Kindu, waar de goederen overgeladen worden op boten, die ze vervoeren tot Ponthierstad, 308 km verder. Nieuwe overlading: een andere spoorlijn, 125 km lang, brengt ze naar Stanleystad, waar ze opnieuw de stroom kunnen gebruiken voor 1 734 km tot Leopoldstad. Vandaar een nieuw spoorvervoer van 366 km tot aan de haven van Matadi, het eindpunt voor de zeeschepen op de Congo.

Op 27 maart, 's morgens vroeg, bezoekt de koning de spoor- en haveninstallaties van Kindu. Aan de kaai wacht een stoomboot met schoepenrad, en een grote vlaggenversiering. 'La Compagnie du Chemin de Fer du Congo Supérieur aux Grands Lacs' (CFL) stelt die ter beschikking van de koninklijke bezoekers om de stroom af te varen tot Ponthierstad. Om 9 uur gaan de koning en de prinses aan boord samen met hun gevolg. De meertouwen worden ingehaald en na een stoomstoot verwijdert de Baron Delbeke zich langzaam van de kaai. Het draaien van het schoepenrad versnelt en onder gejuich van de menigte verwijdert de boot zich. Gedurende twee dagen gaan de passagiers van de charme van deze vaart genieten, iets wat de oud-kolonialen gedurende tientallen jaren heben gekend. Het was de normale weg om zijn post te bereiken of ervan weer te keren. Maar in 1957 deden de meeste kolonialen hun verplaatsingen over lange afstanden met het vliegtuig.

De eerbiedwaardige stomer heeft een eetzaal vooraan en een tiental cabines, die aan de buitenzijde openen. De brug is uitgerust met een echopeiler om te vermijden dat men op een zandbank of een rots zou vastraken. Het meest spectaculaire deel van deze boot bevindt zich aan de achterzijde. Grote zuigers zetten de enorme drijfstangen in beweging die de schoepenraderen doen draaien. Gans die mechaniek stoot stoomstralen uit, samen met een krachtig zuchten en fluiten. Nadat deze dappere antiquiteit is ontdekt, gaat de aandacht naar het spektakel van de stroom en zijn oevers. De vaargeul volgend vaart de boot dikwijls zeer dicht bij de oevers nu eens aan bakboord dan aan stuurboord. Het woud trekt voorbij, van tijd tot tijd onderbroken door een opening met een dorp en zijn hutten. De bewoners lopen soms langs de oevers mee, roepend om het koninklijk paar te begroeten. Een tamtamslager meldt het nieuws aan een volgend dorp. Jongeren springen in hun prauwen en trachten, met krachtig pagaaien, de stoomboot een tijdje te volgen. De Lualaba verbreedt, en biedt een ontzagwekkende horizon, waar de wolken met hun weerkaatsing in het water, bijna gans het landschap vullen.

Bij het begin van de namiddag komen grote prauwen de boot tegemoet en vergezellen hem. Zij worden bewogen door 14 pagaaiers. In elk vaartuig geeft een trommelaar met een tamtam de cadans aan. Vooraan op de boeg beweegt een met wit beschilderde danser heen en weer, een soort bezem in de hand, om de roeiers aan te sporen. Deze begeleiding gebeurt door arbeiders van de houtpost van Ombela, waar de boot even aanlegt. Nabij de stapels kubieke meters hout, bestemd om de boten van brandhout te voorzien, is de plaatselijke bevolking samengelopen en juicht koning en prinses hartstochtelijk toe. De vrouwen zwaaien met foulards, terwijl ze scherpe kreten uitstoten. Als de boot vertrekt begeleiden de prauwen hem een korte tijd. Om hun kracht te tonen, varen de pagaaiers voorbij de Baron Delbeke en snijden zijn vaart af bij het omkeren. Op het einde van de dag heeft de kapitein het goede idee zijn boot even stil te leggen om de koning en de prinses toe te laten de zonsondergang met zijn prachtige tinten te bewonderen. Na een korte vaart in de duisternis wordt aan de monding van de Ulindirivier het anker uitgeworpen voor de nacht.

Kort na zijn vertrek, de volgende morgen, vaart de boot langs het grote dorp Kowe, de laatste plaats van de provincie Kivu. In Lowa staan zusters en kleine meisjes van de missieschool op de oever om de koning en de prinses toe te juichen. Wij varen voorbij de houtpost van Iko, waar een Europese de maat slaat om door het personeel 'Leve de koning' te doen scanderen. Wij kruisen een sleepboot die een sliert vaartuigen met goederen voorttrekt; nadien een koerierboot, die een vaartuig met inlandse passagiers sleept.

Een weg volgt de rechteroever vanaf Kirundu en dan is het een aaneenschakeling van dorpen tot Ponthierstad. Bij het naderen van deze stad komt een notabele in een prauw de koning begroeten en de boot begeleiden tot aan de kaai. De koning en de prinses, door de plaatselijke overheden verwelkomd, doen een ronde van de plaats. In haar enthousiasme dringt de inlandse bevolking binnen in de tuin van de gewestbeheerder.

Koning Leopold had de wens geuit de Ruiki in een prauw af te varen. Deze bijrivier van de Lualaba doorkruist een weinig bewoonde streek van het evenaarswoud. Alles is voor deze kleine expeditie voorbereid. Twee grote prauwen wachten op de koning en zijn gevolg te Biondo. Een van deze prauwen is tentoongesteld in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika te Tervuren. Om toe te laten de vaart te versnellen en het uurrooster te eerbiedigen, werden de boten uitgerust met een buitenboordmotor. Maar deze zal weinig gebruikt worden. De motorkracht wordt immers geleverd door 16 gespierde pagaaiers. Vooraan op de smalle boeg geeft een danser de cadans aan. Achter hem sturen twee stuurlui de prauw met behulp van hun pagaaien. Voor de pagaaiers hebben twee tamtamslagers plaats genomen. De prinses gaat aan boord van de eerste boot. Na haar nemen plaats de gouverneur-generaal Pétillon, zijn ordonnansofficier, commandant Loos, en burggraaf du Parc. Om zich onderweg langer te kunnen ophouden scheept de koning in op de tweede prauw, met zijn ordonnansofficier en de gewestbeheerder van Ponthierstad Georges Dereine.

Vanaf de start wordt men verleid door de pracht van de plantenwereld. Hier werden in april 1951 enkele scènes gedraaid voor de film 'African Queen', in beeld gebracht door John Huston en gespeeld door Katharine Hepburn en Humphrey Bogart. De koning is gezeten in een zetel, geplaatst achter de stuurlui. Hij blijft er niet lang. Om zijn foto's mooier in beeld te brengen, gaat hij helemaal vooraan op de rand van de prauw zitten, en nodigt de danser uit achter hem plaats te nemen. Van tijd tot tijd staat hij recht en geeft een teken opdat de prauw zou stilhouden, waarna hij foto's neemt. Meerdere malen draait hij zich om en glimlacht hij naar mij, wat genoeg zegt over hoe hij zich voelt. Op zeker ogenblik verlaten wij, op zijn vraag, de rivier om een omweg te maken in een gedeelte van het ondergelopen woud. De prauw dringt binnen onder een gewelf van bladeren dat langs onze hoofden strijkt.

In het dorp Bamini leggen wij aan om een picknick te nuttigen, klaargemaakt onder een rustiek afdak. De vrouwen van het dorp komen dansen en de mannen bootsen gevechten na. Wij hernemen de afvaart van de rivier en komen bij het vallen van de avond aan in het dorp Babinja, waar tenten opgericht werden. Tijdens de avond wonen de koning en de prinses een kampvuur bij, bezield door Congolese scouts.

De volgende dag gaan de koning en de prinses weer aan boord van de prauwen onder luidruchtige toejuichingen. Tegen het einde van de vaart spannen onze pagaaiers zich in om de prauw van de prinses in te halen. Op het ogenblik dat wij ter hoogte van de eerste prauw komen, doet de sluwe commandant Loos de buitenboordmotor van de prauw met de prinses starten. Maar de mecanicien van de koninklijke prauw zet op zijn beurt de motor in gang en neemt na korte tijd opnieuw de leiding. Alles komt weer in orde. Weldra bereiken we de samenvloeiing van Ruiki en Lualaba. Kort daarna leggen we aan aan de kade van Ponthierstad.

De koning en de prinses nemen plaats in de speciale trein met bestemming Stanleystad. Gefluit en hijgen van de stoomlocomotief. De eerbiedwaardige houten salonwagon, aan het einde van het konvooi, heeft aan de achterzijde een open platform. De koning houdt er zich dikwijls op om naar het landschap te kijken. Bij de halten in de kleine stations, vervoegt de prinses hem als de plaatselijke bevolking haar sympathie komt betuigen aan de vader van koning Boudewijn. Overal langs de spoorlijn groeten dorpelingen het voorbijkomen van de koninklijke trein met hun toejuichingen. De lijn doorkruist het tropenwoud, onderbroken door plantages van koffie en hevea.

Na een nacht te Stanleystad begeeft het koninklijk paar zich per wagen naar Yangambi. In het voorbijrijden bezoeken zij het onderzoekscentrum voor de strijd tegen poliomyelitis, geleid door dokter Courtois. Gelegen aan de oever van de stroom, stroomafwaarts van Stanleystad, is de post van Yangambi de zetel van het onderzoekscentrum van het INEAC (NILCO: Nationaal Instituut voor de Landbouwstudie in Belgisch Congo). De koning en de prinses gaan er drie dagen doorbrengen. Zij worden er verwelkomd door de heer Jurion, voorzitter van het directiecomité van het Instituut, en door de heren Lecomte, directeur-generaal in Afrika, en Henry, directeur van het onderzoekscentrum. De koning had het centrum bezocht in 1933, toen het werd beheerd door de Regie van Plantages. Het was op zijn initiatief dat het NILCO in december van hetzelfde jaar in de plaats kwam van de Regie.

In 1957 wordt de omvang van de onderzoekingen in het centrum van Yangambi weergegeven door het aantal afdelingen in het organigram. Afdelingen van klimatologie, van plantenkunde, van genetica, een bosafdeling, landbouwafdelingen, landbouwchemicaliën, plantenfysiologie. Al deze sectoren wekken de belangstelling op van de koning, die zich de lopende studies laat voorstellen, een bezoek brengt aan de laboratoria, de proefplantages, de bloemenreserve en de kruidtuin. Deze laatste was in volle natuur aangebracht volgens principes, door de koning zelf aangeduid, bij de stichting van het Instituut. Van haar kant besteedt de prinses een gedeelte van haar verblijf te Yangambi aan de sociale realisaties: het medisch en sociaal centrum, dat ziekenhuisinstellingen, een kraamkliniek en scholen voor Congolese meisjes omvat. Zij had een speciale belangstelling voor de problemen inzake tropische hygiëne.

 

De volgende etappe leidt de Koninklijke bezoekers naar Buta, hoofdplaats van het district Beneden-Uele. Zij gaan er per vliegtuig naar toe vanuit Stanleystad. Zoals in Shabunda vraagt de landing van de piloot veel concentratie en een foutloze behendigheid, want ook daar is de landingsbaan zeer kort. Er zou ten andere voor de Heron geen sprake van zijn om er volgeladen op te stijgen. Door de plaatselijke overheden onthaald, worden de koning en de prinses met warme toejuichingen begroet door de Europese en Congolese bevolking. De fanfare van de missie gaat over enkele honderden meters de wagens van de koning en zijn gevolg vooraf. Congolese oud-strijders hebben zich van tien tot tien meter geplaatst om de koning te groeten.

De landbouwverenigingen van de Babua en nette inlandse gehuchten doorrijdend, komt de koninklijke reisweg voorbij Dingila. De koning bezoekt er de fabriek van de Cotonco alsook het hospitaal. Daarna rijdt hij naar het station van het INEAC te Bambesa. De activiteiten van dit station, gespecialiseerd in de verbetering van de katoenboom, hebben geleid tot het ontwikkelen van een nieuwe variëteit, die verbeteringen geeft op gebied van productiviteit, weerstand tegen ziekten en kwaliteit van de vezel. Onderweg stoppen wij om landbouwverenigingen en visvijvers te bekijken. Ondertussen bezoekt de prinses de sociale haard van de Cotonco-maatschappij en woont er een heelkundige ingreep bij in het hospitaal.

Daarna begeeft het koninklijk paar zich naar het visserijcomplex van de Malengoya en naar het sociaal centrum, geïnstalleerd in het dorp van de chef Kuleponge. Na eerbetuigingen te hebben ontvangen van de chefs van de streek, woont het Babuadansen bij. De dansers dragen als kledingsstuk alleen een schaamlap van bewerkte schors tussen de benen, opgebonden met een ceintuur. Zij dragen een kap in mandwerk, versierd met bruine pluimen. Tijdens hun dans, die niets uitzonderlijks had, verschijnen drie personages met wit beschilderd gelaat, gekleed met een mantel van bladeren en die met een gekromd mes zwaaien. Ongetwijfeld herinneren ze aan een initiatiebijeenkomst waar tovenaars tussenkomen. Op het ogenblik van het vertrek hecht de chef Kuleponge eraan zijn kleine familie voor te stellen, samengesteld uit zijn 25 vrouwen en een ontelbaar aantal kinderen.

Te Ganga bezoeken de koning en de prinses nog een hospitaal dat door het Fonds voor Inlands Welzijn gebouwd werd en bestuurd wordt door de Zusters Ursulinen. Daarna zetten ze hun reis voort naar Paulis, stoppen bij het veeteeltstation van de kolonie te Dili en te Mbola, om de veestapel te zien van Selco, maatschappij van veeteelt. Op diverse plaatsen onderweg hebben zij contacten met de plaatselijke chefs. In het dorp Kembisa is de ontmoeting met de chef Batanado, van het volk van de Zande, bijzonder opvallend. Jagers vuren salvo's af in de lucht. Op de weg worden voor de koninklijke wagen dansen uitgevoerd en virtuozen van de inlandse xylofoon tonen het beste van hun kunnen. De prinses ontvangt een gevlochten hoed versierd met katoenbollen, die zij onmiddellijk gratievol opzet.

In Paulis bezoeken de koning en de prinses de post, de sociale haard, het hospitaal voor Congolezen en het atelier van inlandse kunst, geleid door juffrouw Praet. 's Namiddags wonen zij in het plaatselijk stadion een festival bij van Mayogo en Mangbetudansen, uitgevoerd door meer dan 500 leden van die volksstammen, voor een zeer talrijk publiek van Europeanen en Congolezen. De Mangbetu zijn zeer herkenbaar aan hun verlengde schedel. Dit fysische kenmerk wordt kunstmatig bekomen door de schedel van de kleine kinderen gedurende 8 of 9 maanden te prangen met banden van planten. Sommige Mangbetudansen zijn zeer speciaal. De dans van de taboeretten bijvoorbeeld, tijdens dewelke de vrouwen de taboeretten, waarop zij zitten, op cadans verplaatsen. De taboeretten in houtsnijwerk zijn prachtige voorbeelden van vakkennis, en de haartooi van de vrouwen is zeer merkwaardig. De haren vormen een soort mand die naar achteren verwijdt.

Een krijgsdans omvat een nabootsing van schieten met bogen en pijlen. Trompblazers begeleiden de aanval. Hun instrument is gemaakt van een grote olifantstand.

De Mayogodansen zijn zeer spectaculair. De uitvoerders dragen een gevlochten hoed versierd met een bos rode pluimen. Op cadans heffen zij enorme schilden op. De schaamlappen in geplette en gekleurde schors klapwieken krachtig. Dan trekken de muzikanten voorbij met metalen gongs, met huidtamboers, met gongs en blaashoorns uit hout gesneden. Maar het meest schilderachtige zicht is dat van de rode pluimenruikers, die op de hoofddeksels van de dansers bewegen. Men kan er de prijs van waarderen, als men weet dat zij voortkomen van de staarten van grijze papagaaien en men moet tientallen vogels pluimen om één enkele hoed te versieren. De laatste gezamenlijke dans van de Mayogo wordt bezield door een virtuoos van de tamtam, waarvan de prestaties met behulp van twee instrumenten verwant zijn met de soli van een batterijslager van een jazzorkest.

De volgende dag is het zondag. Koning Leopold en de prinses wonen een openluchtmis bij, gecelebreerd voor een groep melaatsen, te Pawa. Daarna doorlopen zij de zalen van de leprozerie van het Rode Kruis van Congo, die 1 600 melaatsen herbergen. Zij bezoeken ook het internaat waar de kinderen van besmette moeders worden afgezonderd. 's Namiddags worden de koninklijke gasten ontvangen in Gombe in het gewest Wamba. Zij wonen Mabududansen bij ter hunner ere voorgesteld door chef Baonoku en zijn dansers, in aanwezigheid van talrijke Congolezen van de streek. De chef draagt een prachtig kapsel, gemaakt van honderden tanden van wilde dieren en van rode papegaaienpluimen. Zijn rechterhand zwaait met drie lansen en zijn linker met een schild, versierd met bosjes rode pluimen. Als solist voert hij een merkwaardige krijgsdans uit, ondersteund door zangen en muziekinstrumenten van de groep. Leuk detail: tijdens zijn optreden rapen dienstboden de stenen op die de voeten van de chef zouden kunnen kwetsen.

De dans van de jonge meisjes vervolgt het programma. Men zou het de dans van het katoen kunnen noemen, want de danseressen dragen, achteraan op hun zwarte rok, een halve rok gemaakt van katoenbollen, geregen aan stengels of palmbladeren. Achter het orkest voorbijtrekkend, bewegen zij die katoenen versieringen door bewegingen van hun achterste. Het volgende nummer is de trouwdans. Die vertoont de toekomstige echtgenote en haar moeder, in een tipoi (1) gedragen en begeleid door de ouders en vrienden, die samen een dansende en luidruchtige stoet vormen. Het meest typische in deze dans zijn de draaiende bewegingen van het bovenlijf van moeder en dochter, die aldus hun vreugde uitbeelden.


(1) Tipoi: inlandse draagstoel gedragen op de schouders. Terug naar de tekst

 

Zes weken zijn verlopen sinds het begin van deze reis en ik was dikwijls verwonderd over de fysische weerstand van het koninklijk paar. Het dikwijls zware programma begint meermaals 's morgens zeer vroeg en de momenten van ontspanning zijn zeldzaam. Het is waarschijnlijk een van de redenen waarom de prinses de koning niet vergezelt tijdens zijn bezoek aan het toekomstige park van de Salonga in de Evenaarsprovincie. Zij gaat Paulis per vliegtuig verlaten om vier dagen in Goma te verblijven. De gouverneur-generaal en zijn ordonnansofficier, alsook burggraaf du Parc vergezellen haar. Om 7 uur stijgt de Heron in Paulis op met aan boord de koning, gouverneur Schöller en ik. Vlucht zonder zichtbaarheid in de wolken. Wij doen een tussenlanding in Stanleystad. De heer Schöller, die deze laatste dagen de koning tot gids heeft gediend, verlaat het toestel, terwijl de heer Donis, conservator van de Nationale Parken, zijn plaats inneemt. Gedurende bijna twee uren vliegen wij over het woud van de centrale kom, een plantenzee die zich uitstrekt tot aan de gezichtseinder. Vanaf Ikela volgen wij de loop van de Tshuapa tot Boende, waar wij landen.

Na een verfrissing, ons aangeboden door de heer Triest, districtscommissaris, stijgen wij opnieuw op voor een verkenningsvlucht boven de zone van het toekomstige park, een uitgebreid gebied van ondergelopen woud en onbewoond. De Heron volgt op lage hoogte de krommingen van de Salonga, daarna die van de rivieren Yenge en Loile. De zwenkingen van het vliegtuig zijn zo kort dat ik mijn maag aan de rand van mijn lippen krijg. Wij vliegen over het tentenkamp, in een open plaats van het bos, geïnstalleerd om de koning en zijn gevolg te ontvangen. Een beetje verder vluchten twee rode buffels bij het lawaai van het vliegtuig.

In de namiddag fotografeert de koning in Boende Bakutu-inlanders aan de oever van de rivier. Hun huid, versierd met merkwaardige tatoeages, is ingewreven met ngula, een rood poeder. De vrouwen dragen massieve beenstukken in koper, waarvan het gewicht ongeveer zes kilo is per stuk.

De volgende dag rijdt de koning met de wagen naar Watsi-Kengo, waar we inschepen op twee motorboten van de Dienst der Waterwegen. Wij varen de Salonga op. Wij varen met maximale snelheid gedurende vier uren, waarvan twee onder hevige regen. Van kromming naar kromming laat de rivier haar donker water vloeien terwijl het decor van het woud voorbijtrekt, voortdurend veranderend. Geen enkel dorp. Slechts één levend wezen te zien: een aalscholver op een dode tak.

's Middags komen wij aan in een plaats genoemd 'Botoka Njoku' (bad van de olifanten). Enkele tenten werden er opgesteld door een detachement van de compagnie van de Openbare Weermacht, gestationeerd in Boende. De koning gaat onmiddellijk de moerassige open plek rondom het kamp verkennen. De olifanten hebben deze plaats zo dikwijls bezocht dat zij alle lage plantengroei vernietigd hebben, wat onrechtstreeks de dood van de grote bomen heeft veroorzaakt, omdat hun stam rechtstreekse blootstelling aan de zon niet heeft verdragen. Op die plaats blijven enkel gebroken of stervende stammen over, opstekend uit een opstapeling van blootliggende wortels. Wij nemen de maaltijd aan boord van de Urban, een kleine stoomboot met schoepraderen door de SAB (Société Agricole de la Busira et du Haut-Congo) ter beschikking gesteld van de koning. Er wordt aan de koning een cabine aangeboden, maar deze verkiest onder een tent te slapen, zoals de personen die hem vergezellen.

De volgende dag, na nieuwe verkenningen in de omgeving van het kamp, vaart de koning de Salonga af aan boord van een motorboot tot aan de samenvloeiing met de Yenge. Daar neemt hij plaats aan boord van een boot met buitenboordmotor. Deze verandering van vaartuig is noodzakelijk want de Yenge is minder diep en in zijn water liggen talrijke gezonken boomstronken verborgen, een dodelijke valstrik voor vaste schroeven. In gezelschap van de heer Donis vaart de koning een zekere tijd de rivier op en onderneemt enkele zoektochten aan land. Op het einde van de namiddag is hij terug aan de samenvloeiing. De gewestbeheerder en ikzelf begonnen ongerust te worden, want de boot was sinds bijna vijf uren vertrokken. Dat wachten zonder iets te doen, aan boord van de tweede boot, scheen me een eeuwigheid. Des te meer dat er geen kwestie was even een stapje te doen op de begane grond. Na een korte poging in die zin was ik snel terug aan boord gevlucht. Ik werd namelijk opgegeten door 'vlooien' (1) die van God weet waar kwamen.

Bij de terugkeer van de koning is het 17 uur. Er blijft dus maar een uur klaarte. Dit wil zeggen dat het varen zal voortduren tot in het donker. Het is een mooie klare maan, maar de rivier houdt niet op te kronkelen tussen de zwarte muren van het woud. Om de tijd te doden sta ik aan het roer van de boot. Het is zeven uur 's avonds als wij te Watsi-Kengo aanleggen en wij moeten nog twee uur en een kwart rijden, vooraleer te Boende aan te komen. Het is zeer laat die avond dat het avondmaal wordt opgediend. Vertraagd door de gebeurtenissen die na de onafhankelijkheid van Belgisch Congo plaatsvonden, duurde de procedure voor de oprichting van het Nationaal Park van de Salonga tot 1970. Het was de bekroning van het initiatief van het Instituut van de Nationale Parken, gesteund door koning Leopold.

(1) In werkelijkheid waren het zandvliegen; zeer kleine bloedzuigende insecten. Terug naar de tekst

 

Volgens het programma moet de terugvlucht naar Stanleystad de loop van de Congostroom volgen, die wij te Lisala moeten vervoegen. Het slechte weder belet de piloot echter de voorziene koers te volgen. Hij vliegt omheen de buien en lukt erin de stroom terug te vinden bij Bumba. Op lage hoogte volgt het vliegtuig de grote waterweg en vliegt daarbij over Basoko, Isangi en Yangambi, alsook over verscheidene eilanden. Zijn namiddag besteedt de koning aan een partijtje golf. De volgende dag begeeft hij zich naar het vliegveld om prinses Lilian te verwelkomen, die terugkeert van Goma. De rest van de voormiddag brengt hij door met het fotograferen van inlanders van de Lokele en Wagenia stammen.

Op zaterdag 13 april 1957, bij het begin van de voormiddag, steekt het koninklijk paar in een motorboot de stroom over om zich naar het militair kamp op de linkeroever te begeven. Het 5de bataljon van de Openbare Weermacht, in veldtenue met al zijn materiaal, wordt aan de koning voorgesteld, terwijl de prinses de sociale woningen bezoekt. In de mess van het kamp stelt luitenant kolonel Fernand Janne de officieren, onderofficieren en hun echtgenoten, alsook de Congolese gegradueerden aan de koning voor. Kolonel Robert Janne, commandant van de 3de groepering, geeft aan de koning het wapenschild dat zijn monogram draagt en dat het embleem was van de generale staf van de 3de brigade tijdens de veldtocht 1940-1945.

Terug op de rechteroever houdt de prinses, die zich bijzonder interesseert voor de opvoeding van de Congolese vrouwen, er aan nog een bezoek te brengen aan de scholen voor monitrices en huishoudkunde, geleid door de Zusters Franciscanessen. Van zijn kant bezoekt de koning de brouwerij van Stanleystad en neemt nog talrijke foto's op de inlandse markt, in de zoo en op de oevers van de Tshopo.

Op het einde van de namiddag verlaat hij samen met de prinses de residentie van de provinciegouverneur en rijdt naar het vliegveld. Zoals bij zijn aankomst schouwt hij het detachement en schudt de hand van de personaliteiten van Stanleystad, die hem zijn komen groeten. Aan de voet van de loopbrug laat hij zich de bemanning van de DC6 van Sabena voorstellen en neemt afscheid van gouverneur-generaal Pétillon, van gouverneur Schöller en van de ordonnansofficieren. Door het publiek toegejuicht, beklimmen de koning en de prinses de vliegtuigtrap en draaien zich om voor een afscheidsgroet aan de menigte.

Ik kan me niet verhinderen mij in te beelden dat op de terugweg in het vliegtuig de koning en de prinses terugblikken op de warmte van de ontvangst, de kwaliteit van het werk verricht in de bezochte instellingen, de toewijding van zoveel Belgen in de hospitalen, scholen en sociale diensten, de culturele waarden van de Congolese stammen en uiteindelijk de pracht, waarmee de natuur dit land heeft begiftigd. Zonder twijfel zou de koning nog andere streken in de wereld bezoeken. Maar hij bewaarde een voorkeur voor Congo. Had hij tegen bewoners van Kisenyi immers niet gezegd: "Ik zal kortelings terugkeren."? Hij heeft woord gehouden en heeft Congo opnieuw bezocht in 1959.