| |
september |
|
|
|
 |
| |
 |
|
|
|
 |
 |
|
Hij eet insecten, slakken, regenwormen, kikkers, vruchten, |
|
 |
 |
|
zwammen... Hij leeft in tuinen, hagen, parken, kreupelhout... waar veel schuilplaatsen
zijn. |
|
|
 |
|
Zijn
rug staat vol met 2 tot 3 cm lange stekels. Als er gevaar dreigt, zet hij
die recht en rolt zich op tot een bol. Hij jaagt 's nachts en slaapt overdag.
Hij kan snel lopen en goed zwemmen. Zijn winterslaap duurt van oktober
tot maart, maar nu en dan wordt hij wakker. |
 |