| perszaal - persbericht | ![]() |
|
|
12 oktober 2000 (gebruikt Adobe Acrobat®, te bekomen op Adobe website)
Een permanente bouwplaats vol staal, glas en
beton, waar koning auto heerst... Stop ! Niet zo snel !
Beestige Buren - Dieren in de Stad van 18 oktober 2000 tot 30 juni 2001
Wist je dat de vos teruggekeerd is ? Dat er wel 15 verschillende soorten vleermuizen leven in de stad ? Dat er parkieten in de stadsparken wonen en dat hier valken en zwaluwen nestelen ? De tentoonstelling " Beestige Buren – Dieren in de Stad " laat kinderen en hun familie onbekende aspecten ontdekken van het " wilde " stadsleven. De bezoeker maakt een speelse tocht die al zijn zintuigen aanspreekt. Registreren, observeren, houden van en respecteren … het stedelijk ecosysteem verdient alle aandacht. En de bezoeker kan meewaken over de levenskwaliteit van dier en mens. De motor van de tentoonstelling is een spel, een zoektocht door ons " stadsdoolhof " met informatie over hoe de dieren naast en met de mens leven in een stedelijk milieu. Als de kinderen binnenkomen, krijgen ze een opdracht, aangepast aan hun leeftijd. Om die opdracht tot een goed einde te brengen, doorkruisen ze de tentoonstelling : ze observeren de stadsdieren, luisteren naar hun kreet of roep, volgen hun spoor, aaien hun pels of hun veren, maken puzzels en lossen raadsels op die dieren hen voorleggen. De speurneuzen leren spelenderwijs heel wat over onze beestige buren.
Verteluurtje De verbeelding is aan de macht in deze tentoonstelling. Elke woensdagnamiddag en elke zondag, tot in de lente, komen professionele vertellers hun dierenverhalen voorstellen. Je beestige buren zitten ook op internet Al in april startte de afdeling multimedia van het Instituut voor Natuurwetenschappen met een site over de Beestige Buren. Er valt heel wat te beleven met de virtuele dieren in de stad. Klik op www.natuurwetenschappen.net en je ontdekt de zaal voor ‘curieuzeneuzen’ met de knotsgekke vraag van de maand, de knutselhoek, de spelletjes, een encyclopedie die voortdurend aangroeit en een stadssafari. Stadssafari Ter gelegenheid van de tentoonstelling komt er een catalogus uit naar een verhaal van Willy Schuyesmans, met tekeningen van Sten. Sil, een kleine jongen trekt samen met zijn opa op stadssafari. Zij ontdekken het " wilde " stadsleven terwijl de ouders van Sil in Afrika op avontuurlijke reis zijn.
Met de steun van Brussel 2000, DWTC, Brussels Gewest, BIM, RTBf, La Libre Belgique en Fortis Bank
Praktische info ‘Beestige Buren – Dieren in de Stad’ van 18 oktober 2000 tot 30 juni 2001 Museum voor Natuurwetenschappen Openingsuren Van dinsdag tot vrijdag van 9u30 tot 16u45 Gesloten op maandag, op 25 december, 1 januari en op verkiezingszondagen Duur van het bezoek : 1 uur 20 minuten Tarieven (tentoonstelling + permanente zalen) * Individuele bezoekers : * Groepen : Verplichte reservering voor groepen : 02 627 42 52 Info dag en nacht : 02 627 42 38
Persattachee : Yannick Siebens (tel. niet publiceren aub !)
Parcours doorheen de tentoonstelling Kinderen verwelkomen je al aan de poort van de tentoonstelling. In een kort filmpje geven ze hun mening over de dieren in de stad : dieren die ze zagen, hoorden (knappe nabootsing van geluiden !), waar ze bang voor zijn, hoe zwaar het voor hen is of hoe nuttig het is om met ons de stad delen. De tijd gaat snel als je luistert naar hun anekdotes en dan gaat de poort open. Je gaat niet zomaar binnen bij de Beestige Buren. Alleen op vaste tijdstippen, zoals in de bioscoopzaal. Omdat de tentoonstelling start met een voorstelling Het dierenjournaal van de Beestige Buren De kinderen gaan zitten en dan verschijnt Staf Coppens van Ketnet. Hij presenteert een journaal dat in het teken staat van de dieren in de stad. Hij geeft ons het laatste nieuws over de link tussen de stad en de dieren en hun delicate samenwonen : een manifestatie om de woonplaats van de dieren te beschermen, een onderzoek naar de verkeersongevallen met dieren… Hij ontvangt in de studio mevrouwtje Kruidentuin, die de stadstuintjes bespioneert om ideeën op te doen voor haar eigen tuin, vol planten en dieren. Staf die gekke bekken trekt, de nieuwsberichten die elkaar opvolgen, je denkt dat je thuis naar een echt journaal zit te kijken . Na de eindgeneriek gaat het scherm opzij en kan je de tentoonstelling zien. Het stadsdoolhof is klaar om ontdekt te worden. Elk zijn opdracht De bezoekers komen de stad op kindermaat binnen en mogen een krantje nemen. Ze vinden er de informatie terug die ze op het scherm hebben gekregen, de onderwerpen van de opdracht die hen is toevertrouwd (aangepast aan hun leeftijd zijn er 8 verschillende opdrachten te vervullen). Als echte reporters noteren ze in hun krantje wat ze zien en antwoorden ze op 5 vragen. Ze gaan op zoek in het stadsdoolhof. Door de stadsdieren goed te observeren, door te luisteren naar hun roep, hun spoor te volgen, hun pels of veren te voelen, kunnen ze hun opdracht in het stadsdoolhof tot een goed einde brengen. De andere stad, die van de dieren De vos Yuri, de mascotte van de tentoonstelling, toont de weg. Hij duidt de 8 zones aan, gaat mee van paneel tot paneel, geeft instructies, en helpt een handje bij het oplossen van de vragen. 1. Stadscentrum Het stadscentrum is het koninkrijk van de vogels. Je ziet opgezette voorbeelden, die je goed kan observeren, want nu gaan ze niet vliegen. Je hoort hun roep als je op een knopje duwt. Er zitten ook beestige buren op zolder (lieveheersbeestjes en gaasvliegen) en in de kelder ( pissebedden en muggen). Bekijk ze goed, misschien vind je ze wel terug als je straks naar huis gaat. Kijk uit waar je loopt ! Want er wonen ook diertjes tussen de straattegels : mieren, pissebedden en bijtjes die je hier van dichtbij kan begluren. Verbaasd dat er zoveel dieren tussen het beton en het glas leven ? In een humoristisch paneel leer je de voordelen en nadelen kennen van de stad voor de dieren. In de buurt van een huisje wachten je twee computers op. Daar ontmoet je exotische diertjes, die zich in onze steden thuisvoelen. Je leert waar ze vandaan komen en of hun introductie in de stad eventueel problemen oplevert. 2. Parken en tuinen Een beetje verder bevindt zich een haag. Je komt er grote silhouetten tegen die je erop wijzen dat de haag het terrein is van de slak, de eekhoorn, het roodborstje en de egel. Wil je er meer over leren ? In de brievenbus vind je weetjes over deze dieren. Er lopen sporen door de tuin. Van wie zijn ze ? Door ze te volgen vind je hun eigenaar : de hermelijn, de steenmarter… Er is een nestkastje opgehangen. Daarin zie je een filmpje over een mezenfamilie : het maken van het nest, het leggen van de eieren, het broeden en het uitkomen van de jongen. Een infraroodcamera in een nestkastje heeft dat prille leven kunnen registreren. In de haag kan je door vergrootglazen vlinders en wespen van kortbij bekijken. Het zoemt van jewelste in je oren. Er staat een parmantige boom in je tuin. Maar wie woont daar ? Druk op een bel en een bewoner verschijnt. Hij zal je met luide stem uitleggen waarom hij precies de wortels of de takken uitkoos om er te leven. Begeef je naar de oude muur. Tussen de bakstenen zie je op kleine schermen beelden van de talrijke dieren die er beschutting zoeken. 3. Stadsbos In het bos staat een uitkijkpost. Als je die beklimt kan je roofvogels, reigers, meeuwen in hun vlucht bewonderen. Met een verrekijker zie je de vogels in detail. Gehurkt in een hutje bespied je een reetje, een houtsnip, een bunzing… dieren die je in werkelijkheid moeilijk kan observeren. Door middel van een spel leer je de sporen lezen die je onderweg vindt : zeg me hoe je een nootje opeet en ik zeg je wie je bent ! Tot slot verklaart een animatiefilm, volledig in huis gemaakt, de populatiedynamica. Het is de ‘Beestige Buren Rap’, een titel die meteen ook de stijl van het filmpje aangeeft. 4. Nachtelijke stad De nacht valt, de voorstelling kan beginnen. Yuri neemt de kinderen mee op een nachtelijke ontdekkingstocht. Je hoort het oehoe van een uil, je ziet een egel in het gras voorbijflitsen … Opgezette diertjes, een spel met decor en licht, kippenvel gegarandeerd. 5. Spoorwegbermen en braakliggende terreinen Kijk eens mee door de afsluiting van een braakliggend terrein : hagedissen, vogels, insecten trekken aan je oog voorbij. Twee stappen verder maak je kennis met een vossenfamilie, knus in hun hol. Het is langs de spoorwegbermen dat de vos terugkeert naar de stad. 6. Vijvers Als je naar een vijver kijkt, is het moeilijk je het leven onder water voor te stellen. Hier kan je, zonder nat te worden, vele geheimen ontdekken. De paringsdans van de stekelbaars bijvoorbeeld kan je in een film zien. In een spel leer je de poten van een eend herkennen. In een ander spel help je vogels die hun weg kwijt zijn, hun nest terug te vinden. Even verder spreken ze in een film over de padden en kikkers die lange reizen ondernemen om hun geboortevijver te bereiken en er hun eieren te gaan leggen. Een niet ongevaarlijke tocht. 7. Ondergrondse stad Een rioolbuis verwelkomt je. Durf je je erdoor wurmen ? Het bezoek is de moeite waard. De knaagdieren zijn hier je beestige buren : zwarte en bruine ratten, muizen … Deze beestjes licht je bij met je zaklamp. Dan ga je rond een koker in de muur zitten om Max te bekijken. Max De Mier is een schitterende animatiefilm, gerealiseerd door de multimedia-afdeling van het Instituut, over één dag uit het leven van een mierenkolonie. Alsof je er zelf bij bent ! Een paar passen daar vandaan vertelt een meer dan levensgrote regenworm zelf hoe belangrijk hij wel is voor de kwaliteit van de aarde. De mestkever en de mol tonen dan weer in een stripverhaal hoe zij leven. 8. Grote trek Alle kinderen verzamelen in een luchtballon. De stad ligt aan hun voeten. In de lucht : vogels, een vleermuis en een vlinder die op reis vertrekken. Ze verlaten onze streken om de winter in warmere oorden door te brengen. Op een geluidsband hoor je het verhaal van de dieren : waarom ze vertrekken, hoe ze hun weg vinden en welke gevaren ze moeten trotseren. Opdracht volbracht ? Op het einde van het stadsparcours kunnen de kinderen hun antwoorden controleren op een computerscherm en dan zien ze of ze hun opdracht naar behoren vervuld hebben. Tenslotte wacht hen nog een verrassing : de mascotte Yuri presenteert zijn versie van het journaal. De omgekeerde wereld, waarin mensen vreemde vogels blijken te zijn !
Dierlijke stadsverhalen Piep zei de muis… in het achterhuis Iedereen kent wel de grijze muis die zo graag onze kat of die van de buren plaagt. Maar wist je ook dat die muis tot een grote familie behoort? Ook de gewone veldmuis, de rosse woelmuis, de aardmuis, de ondergrondse woelmuis, de landmuis en de veldmuis maken deel uit van die club van knabbelaars. De spitsmuis Opgelet! Een scherpe neus en een lange staart betekenen nog niet dat het om een muis gaat. Spitsmuizen zijn insecteneters en ze eisen respect voor hun dieet! Wie deze beestjes wil ontmoeten, moet wachten op hun nachtelijke uitstapjes. Spitsmuizen zijn heel makkelijk te herkennen aan hun kleine oogjes en hun dik behaarde staart. Er leven wel 6 soorten van deze beestjes in onze streken, waaronder de bosspitsmuis en de huissspitsmuis. Weerzinwekkend: de rioolrat en de zwarte rat In Brussel is er werk voor fluitspelers. Onze riolen wemelen van de ratten en ze hebben dan ook een slechte reputatie bij de mens. Maar wist je dat het witte "lieve" speelkameraadje met rode oogjes niets anders is dan de albinovorm van de rioolrat? Bovendien levert die witte rat elke dag weer grote diensten aan het medisch onderzoek. De bruine rat of rioolrat kwam Europa binnen in de 18e eeuw. Ze zoekt altijd vochtige plaatsen op, want ze heeft een grote behoefte aan water. Ze heeft er geen problemen mee om in kelders en riolen te leven. De zwarte rat, het nichtje van de rioolrat, is een uitstekende klimmer en ze verkiest droge en warme plaatsen. We vinden haar bijvoorbeeld vaak op daken van gebouwen. Daar de zwarte rat in legenden en sombere herinneringen altijd verbonden wordt met de pest, is ze niet geliefd, maar gevreesd. De zwarte rat is afkomstig uit Zuidoost-Azië en ze kwam Europa binnen op het einde van de Middeleeuwen. Na de komst van de rioolrat in Europa zijn het aantal zwarte ratten fel verminderd. Anders dan de rioolrat heeft de zwarte rat een dikke, haarloze staart met schubben. Nu zijn er niet veel zwarte ratten meer. Toch vind je ze nog in de stad, zoals bleek uit het braakballenonderzoek van de ransuil. Praten als een ekster In de stad maken velen zich zorgen over deze "dieven" die maar blijven toenemen. Ze vallen hun beschermelingetjes aan. Is deze vrees wel gegrond ? Wil men geen rovers aan de deur? En wat moeten we dan wel denken van de verwoestingen die onze lieve katers aanrichten? Hoewel de ekster in de vorige eeuw geen uitzondering was, drong hij pas na de oorlog door in de stad. Door de jaren heen is het aantal eksters alleen maar toegenomen en in Ukkel bereikte dat een hoogtepunt: 31 nesten per km². De kraai Een kleine ochtendjogging in het Terkamerenbos en je waant je in ‘The Birds’ van Hitchcock. Naast kraaiconcerten is het niet ongewoon dat tientallen zwartgevederde vogels de hemel verduisteren. Maar waar komen die vogels met hun indrukwekkende bek toch vandaan? Sinds 1955, maar vooral in de jaren 70 vestigt de kraai zich meer en meer in stadswijken, want daar zijn geen roofvogels en is er veel huishoudelijk afval. Zwartkapje, witkapje, waar gaan jullie heen? In Brussel zorgt de kokmeeuw van Guust Flater met zijn rauwe kreten voor leven in de brouwerij. Kinderen vinden het leuk om hen op zondagochtend te voederen en om hun vliegkunsten boven de vijvers te bewonderen. Wist je dat diezelfde vogels die in de winter ruzie maken over de restjes koek van de kinderen, afkomstig zijn van de Baltische staten, Scandinavië en Rusland? In de zomer zijn de meeuwen minder talrijk. Het gaat dan vooral om vogels die broeden aan de kust of in Nederland. En wist je dat duizenden meeuwen over onze streek vliegen vanaf hun verblijfplaats tot aan de vuilnisbelten waar ze voedsel in overvloed vinden? Eén zwaluw maakt nog geen zomer… Een leuke weerspreuk. Maar kennen onze kinderen die nog? Trouwens, ken je het verschil tussen zwaluwen en gierzwaluwen? De boerenzwaluw kan zich maar moeilijk aanpassen aan dichtbevolkte steden. Ze houdt van gebouwen waarvan de deuren steeds openstaan: schuren, ateliers, tuinhuisjes, stallen (In 1964 broedde de boerenzwaluw nog in de stallen van de rijkswacht van Etterbeek). De huiszwaluw heeft de rotskusten geruild voor de bakstenen van onze huizen. Ze houdt ervan haar nestje te bouwen onder balkons. Sommige kolonies vestigen zich in smalle straatjes, terwijl andere brede lanen verkiezen. Sinds een tiental jaren lijkt hun aantal met een kwart te zijn afgenomen. Deze opmerkelijke nestenbouwers vinden steeds minder modder om een nestje te bouwen. De oeverzwaluw broedde vroeger langs het Woluwedal, waar ze tunnels groef in zand- en zandsteengroeves. Sinds 1978 is die soort verdwenen. De gierzwaluw daarentegen vind je nog in overvloed. Ze broedt vooral in dichtbebouwde wijken, zelfs in het stadscentrum. Ze zijn voortdurend te zien, meer nog, ze wonen letterlijk in de lucht. Ze broeden in holten, vaak net onder het dak en in daklijsten. De kleine torenvalk en de slechtvalk In de jaren 50 logeerde de torenvalk maar nu en dan in de parken van de grote steden. Nu zie je deze roofvogel overal in de agglomeratie. Hij eet voornamelijk huismusjes en broedt in hoge bomen. Je vindt hem ook in kerktorens of in hoge gebouwen. De blauwe reiger Je kan de jongste jaren het silhouet bewonderen van deze geduldige visser, als een standbeeld aan de rand van onze vijvers? Sommige vissers beweren dat de poten van de reiger een olieachtige substantie afscheiden die vissen aantrekt... Vroeger werd deze mooie vogel met zijn effen grijze pluimen, zijn kuif en lange poten vervolgd en was hij mensenschuw, terwijl hij zich nu makkelijk door rustige wandelaars laat benaderen. In het Koninklijk Domein van Laken vind je de grootste kolonie blauwe reigers van België: in 1990 telde men zo’n 200 broedparen. Deze grote waadvogels overvliegen Brussel dag en nacht, en voeden zich met vis uit onze vijvers… De eekhoorn Tijdens het hoogseizoen is deze charmante gast van onze tuinen en parken bezig met het bouwen en inrichten van verschillende verblijfplaatsen. Afhankelijk van het weer kiest hij dan waar hij zal wonen. Het nest van de eekhoorn zit stevig vast tussen de takken en is beschermd tegen regen en wind. Het is gemaakt van mos en is bedekt met bladeren. Tijdens de herfst wordt de eekhoorn heel actief en legt hij voedselvoorraden aan. De eekhoorn houdt geen winterslaap, maar verschuilt zich en als het niet te koud is, gaat hij naar zijn voorraadjes. Je vindt de eekhoorn niet alleen in het Zoniënwoud, maar ook in de Brusselse parken en in groene woonwijken. De vleermuis: een nachtelijke acrobaat De miskende en vaak zelfs gevreesde vleermuis is een insecteneter. De vleermuis eet tijdens zijn actieve periode (dat is ongeveer 100 dagen) tussen 300 gram en twee kilo insecten. Een natuurlijke insectenverdelger dus... ‘s Nachts vliegen er minstens 10 soorten vleermuizen in de streek rond Brussel. Een aantal daarvan leeft in bossen, terwijl anderen onze huizen verkiezen. Hun uitgelezen jachtterreinen zijn onze vijvers, parken en beboste zones. Hun verblijfplaats wisselt met de seizoenen. Tijdens de zomer vind je soms vleermuizen op zolder of achter het behang, en dat zorgt voor paniek. Doordat we de gewoonten van de vleermuizen te weinig kennen, werken we hun achteruitgang in de hand. We rooien oude bomen, sluiten buiten gebruik geraakte tunnels hermetisch af, richten onze zolder in… Chaos in het hoenderhof: de steenmarter, de wezel, de hermelijn, de bunzing Deze bekoorlijke roofdiertjes zijn nu een beschermde diersoort, maar ooit werden ze vervolgd en meedogenloos afgemaakt. Ze werden vaak bestempeld als stinkende en bijtende dieren. Jagers en kippenkwekers beschuldigden hen van allerlei gebreken. De steenmarter, een nachtdier, is veel groter dan de wezel en de hermelijn. Hij is enorm lenig. Hij is niet mensenschuw en verblijft vaak in groene woonwijken. Hij eet vooral kleine zoogdieren en vogels, maar hij durft ook in hoenderhokken binnenvallen. In de zomer lijken de wezel en de hermelijn goed op mekaar, want dan hebben ze dezelfde vacht. Maar de hermelijn heeft een zwart staarttopje en zijn vacht wordt bijna helemaal wit in de winter; er blijft enkel een zwart penseeltje over. De bunzing vind je in alle kleuren: van volledig zwart tot wit. Maar je kan de bunzing vooral herkennen aan zijn geel-wit gespikkelde kop en zijn witomrande oren. Deze nachtelijke rover vestigt zich zowat overal en heeft een heel gevarieerd menu. Hoewel hij moeilijk te zien is, weten we dat hij al heel lang in het Zoniënwoud woont en ook in andere parken en groene zones van het gewest. De kluizenaar van onze bossen: meneer das In sprookjes speelt de das de rol van stamvader van het bos, maar in werkelijkheid zie je dit huiselijk, stil en nachtelijk zoogdier bijna nooit. Waarschijnlijk woonde de das tot het begin van de jaren 90 enkel in het Zoniënwoud. Toen ze in de jaren 70 vossenhollen vergasten, werden dassen daar vaak het slachtoffer van. Watermuziek in onze vijvers: padden en kikkers Padden komen vaker in het nieuws, door de reddingsacties die elke lente op het getouw gezet worden. Een groot aantal vrijwilligers helpt hen met emmers de straat over tot aan een vijver waar ze zich kunnen voortplanten. Maar wist je ook dat maar weinig dieren zo’n goede ogen hebben als padden? Met hun groot gezichtsveld zien ze de volledige horizon, zonder hun hoofd te moeten draaien. De trippelende egel 's Avonds en 's nachts trippelen egels rond in onze tuinen. Hoewel egels insecteneters zijn, eten ze ook graag wormen, bosmuizen, woelmuizen, gewone muizen, vruchten, bessen en champignons. Vijf maanden per jaar houden ze een diepe winterslaap, in de beschutting van een oude muur, onder een massa hout of bladeren, onder een dichte haag of in een boomstronk. Om te kunnen overleven heeft de egel vlotte verbindingswegen tussen tuinen nodig, hoge bermen en holle wegen, struikgewas en houtstapels. Reinaard de vos Deze sluwe, stille, intelligente en guitige viervoeter is niet te bedeesd om het bos te verlaten en op bezoek te gaan in de Brusselse straten, hoenderhokken en vuilnisbakken. De jongste tijd zorgt hij voor veel beroering. Sommigen haten hem, maar de meesten zijn dol op hem. In het begin van de jaren 70 heeft de vos zich in Brussel gevestigd. Een inventaris van alle natuurgebieden en groene zones van het Brussels gewest heeft aangetoond dat de vos aanwezig is in een groot deel van de Brusselse agglomeratie. Uitheemse dieren Halsbandparkieten en monniksparkieten zijn uitheemse dieren die uit hun kooi ontsnapt zijn. In de winter worden ze gevoederd door de stadsmensen. In 1974 zijn een 40-tal parkieten vrijgelaten op de Heizelvlakte. Van daaruit zwermden ze uit naar het noordelijk deel van Brussel en later ook naar andere stadsdelen. Dagelijks volgt men het traject van halsbandparkieten naar hun slaapplaats. Ze broeden in holten en rivaliseren daarom soms met inheemse vogels die daar ook broeden. De monniksparkieten die hier ontsnapt of vrijgelaten zijn, komen uit Zuid-Amerika en ze nestelden in Ukkel vanaf 1979. Anders dan halsbandparkieten kiezen monniksparkieten voor de Brusselse stadswijken. Ze bouwen grote nesten op elektriciteitspalen en luchtkokers van verlaten garages, zelfs in bomen achteraan een apotheek of op een rotonde. De grondeekhoorn is veel kleiner dan onze eekhoorn, en kan dan ook niet verward worden met onze hazelnooteter met zijn rechtopstaande staart. De grondeekhoorn verscheen voor het eerst in het Zoniënwoud in het begin van de jaren 70: sindsdien zorgen de vrijgelaten grondeekhoorns voor een stabiele populatie. Zullen ze de strijd aanbinden met onze eekhoorn? Nog meer exoten: De Spaanse wegslak is afkomstig uit Zuid-Europa. Begin van de jaren zeventig werden de eerste slakken gesignaleerd in het zuiden van ons land maar nu rukken ze steeds verder noordwaarts op. De laatste jaren komt ze in aanzienlijk grote aantallen voor in ons land. Deze slak is heel wat vraatzuchtiger dan onze rode wegslak en kan heel wat schade aanrichten in land- en tuinbouw. Daarom wordt er gezocht naar geschikte, biologisch verantwoorde bestrijdingsmethoden. Zo wordt er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om bepaalde roofkevers te gebruiken die zich met deze slak voeden. Of dit een afdoend middel zal zijn, blijft echter nog een open vraag. Faraomieren zijn piepkleine bruingele miertjes, nog veel kleiner dan onze tuinmier. Ze zijn oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Oost-Azië. In het begin van de 19de eeuw zijn ze in Europa terechtgekomen met het transport van voedingswaren en andere goederen. In ons land komen ze in de meeste grote steden voor. Onze tuinmieren maken hun nest buiten, maar deze miertjes hebben warmte nodig en maken hun nesten binnenshuis Ze verspreiden zich ontzettend snel via nauwelijks zichtbare spleetjes naar aanpalende huizen of van het ene appartement naar het andere. Niet alleen vogels trekken! Ieder voorjaar maken atalanta's een ongelooflijke reis van honderden kilometers. Vanuit Zuid-Europa en soms ook vanuit Afrika trekken deze vlinders dwars door Europa naar ons land. Hier brengen ze de zomer door en leggen hun eitjes. Wanneer het herfst wordt, vliegt een deel van de bij ons geboren vlinders weer naar het zuiden, de andere overwinteren hier of sterven. De atalanta verdedigt zijn territorium - een gedeelte van een heg bijvoorbeeld - en verjaagt er alle andere vlinders. Zonder insecten veel minder bloemen Planten en insecten leven al heel lang samen. Heel veel insecten halen hun voedsel bij de bloemen in de vorm van nectar en stuifmeel. Daarvoor in ruil nemen ze stuifmeel op hun lichaam mee en zorgen zo voor de bestuiving van de bloemen. Veel planten kunnen alleen maar zaden vormen met de hulp van insecten die het stuifmeel verspreiden. Zo kan je hommelnesten kopen bij gespecialiseerde firma’s; fruit- en groentekwekers gebruiken ze in hun serres om de planten te bestuiven. De reus onder onze kevers: het vliegend hert Het vliegend hert wordt bij ons steeds zeldzamer. Hij is zelfs uit het Zoniënwoud verdwenen en we vinden hem enkel nog in een Bosvoordse woonwijk op enkele honderden meters van het bos. Door een gericht natuurbeheer keert deze kever hopelijk naar het Zoniënwoud terug. Een ideaal biologisch bestrijdingsmiddel: lieveheersbeestjes! Een bladluizenplaag in de tuin? Zet er lieveheersbeestjes bij! Het zijn immers echte roofdieren. Bladluizen zijn hun voornaamste voedsel; zowel de larven als de volwassen kevers verslinden bladluizen. Een volwassen kevertje eet ongeveer 150 bladluizen per dag. In parken in Parijs bijvoorbeeld, worden enkele tienduizenden larven van lieveheersbeestjes losgelaten om bladluizen te bestrijden. Wist je dat… op één enkele eik bijna 300 verschillende soorten insecten kunnen leven? …de natuur overal is, ook tussen de straatstenen midden in de stad? Pissebedden en insecten zoals mieren en solitaire bijtjes wringen zich tussen de tegels om in het zand eronder hun holletje te maken. …de zijden draden van een spin sterker zijn dan een staaldraad van dezelfde dikte? …bosmieren ongelooflijk veel voedsel naar hun nest sleuren: rupsen, keverlarven en andere insecten die wij schadelijk vinden? … de meeste insecten die in huis voorkomen in voedselvoorraden en textiel net zoals kakkerlakken, kalanders en kleermotten afkomstig zijn uit de tropen? Door verwarming van onze huizen hebben ze zich goed kunnen "inburgeren". …wespen niet alleen lastig kunnen zijn, maar ook nuttig omdat ze tal van 'schadelijke' insecten zoals bladluizen, rupsen en vliegen als voedsel aan hun larven geven? …er niet alleen ratten leven in de riolen maar nog tal van andere dieren zoals spinnen, kakkerlakken, vlokreeftjes, …? …solitaire bijen een holletje in het zand graven, er stuifmeel, nectar en eitjes in leggen, het afsluiten en er verder niet meer naar omkijken?
Publicaties Catalogus : Op safari in de stad De catalogus van de tentoonstelling is geschreven door Willy Schuyesmans en geïllustreerd door Sten. Het is een jeugdverhaal over Sil die met zijn opa op safari gaat in de stad. Sil was zo graag meegegaan met zijn ouders naar Afrika want hij houdt van wilde dieren. Hij gaat een weekje logeren bij zijn opa en samen trekken ze op speurtocht naar de wilde dieren in de stad. Zijn opa weet ontzettend veel over de natuur en iedere dag ontdekt Sil nieuwe dieren. De stad zit vol geheimen en plekjes met verborgen dieren! Het wordt een toffe safari, ze moeten er zelfs de stad niet voor verlaten. Over de auteur Voor journalist Willy Schuyesmans is de natuur heel belangrijk. Een gesprek met Diane Fossey, de dame van 'Gorilla's in de mist', was de aanleiding om jeugdboeken te gaan schrijven. Verschillende van zijn boeken werden bekroond met de eerste prijs van Kinder- en Jeugdjury's. Technische info Voor kinderen vanaf 8 jaar, om zelf te lezen of om voor te lezen. Originele titel : Op safari in de stad Tekst : Willy Schuyesmans Tekeningen : STEN 32 p. Uitgave van het Museum voor Natuurwetenschappen Te koop in de museumwinkel voor 250 BF (6,20 Euro) Beestige Buren, dieren in de stad Ter gelegenheid van deze tentoonstelling is er ook een boekje verschenen (52 pagina’s), van de hand van Marie-Odile Beudels, onderzoekster aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Het Ministerie voor Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest financierde het en het Brussels Instituut voor Milieubeheer superviseerde. Zoals veel grote steden lijkt Brussel wel grijs, maar kent de stad veel groene plekjes : parken, tuinen en zelfs een woud. Weinig mensen kennen het verborgen, maar boeiende dierenleven in deze biotopen.. In deze brochure ontdekken kinderen en hun ouders pagina na pagina dit wonderlijke dierenwereldje in de tuin, op een braakliggend terrein, in en rond een vijver, in het park of in het bos. Te koop in de museumwinkel voor 250 BF (6,20 Euro) |
![]() |
|
|
(gebruikt Adobe Acrobat®, te bekomen op Adobe
website) |
||
| 26-06-2001 | ||