Research projects

01/11/2015 bis 31/10/2018

The Oldest and the Rarest

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

15/12/2014 bis 15/03/2017

ALPI: Assessment of Low Carbon Society Policy Instruments

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

Beoordeling van beleidsinstrumenten ter ondersteuning van een koolstofarme maatschappijAlgemene doelstellingen en onderliggende onderzoeksvragenDe algemene doelstelling van het ALPI project is tweevoudig:enerzijds een wetenschapsbijdrage te leveren door kwantitatief de verschillende user-gedefinieerde beleidsinstrumenten te simuleren en te vergelijken op hun impact naar investeringsbeslissingen en naar emissiereductiepotentieel;anderzijds de Belgische beleidsmakers wetenschappelijk te ondersteunen wat betreft de impact en het ontwerp en implementatie van deze instrumenten en hoe deze te stroomlijnen met ander beleid om zo hun economische en milieu-impact te maximaliseren.MethodologieOm dit te bereiken binnen dit tweejarig project, werken we met relevante case studies uit verschillende economische sectoren.Gebouwen: energie-efficiëntie in woongebouwen;Geothermische technologie als case voor 'nieuwe' technologieën;Elektriciteit: financieringsmodellen voor biomassa gebaseerde elektriciteitsproductie;Vervoer: hoe verschuiven naar een meer duurzame brandstofmix;Groene overheidsopdrachten: de overheid als duurzame consument.Het ALPI project begint met een verkenningsfase, waarin aan de ene kant interessante beleidsinstrumenten zullen worden gescreend en aan de andere kant een gemeenschappelijke methodologie zal worden ontworpen om ervoor te zorgen dat belanghebbenden op eenzelfde manier geconsulteerd worden en de methodologische benaderingen binnen de case studies gestroomlijnd worden.Elke case studie doorloopt dezelfde deeltaken:Stakeholder consultatie: selectie afbakenen van instrumenten die zullen worden getest;Economische evaluatie: deze zullen case en instrument afhankelijk zijn;Milieubeoordeling: via case studie specifieke methodieken de beleidsinstrumenten evalueren en vergelijken op basis van de hoeveelheid CO2-emissie reductie per geïnvesteerde euro of per euro publieke steun;Juridische context: de juridische haalbaarheid aftoetsen binnen de wetgevende bevoegdheden, de voorwaarden van overheidsfinanciën en de overeenstemming met beperkingen opgenomen in handelsverdragen binnenlands en Europees beleid.Aard van de interdisciplinariteitDe interdisciplinariteit wordt gegarandeerd door:de multi-sectorale aanpak van de case studies;de evenwichtige expertise van het consortium;de keuze van de instrumenten op basis van overleg met de belanghebbenden uit een brede groep van disciplines (economie, financiering, belastingen, huisvesting, energie, milieu, mobiliteit, ...);de evaluatie van aspecten betreffende economie, milieu, openbare financiën, belastingen en de institutionele omgeving;de focus op innovatieve versus bestaande technologieën enerzijds en technologieën gericht op energieefficiëntie versus hernieuwbare energie anderzijds.Potentiële impact van het onderzoek voor wetenschap, maatschappij en/of op de beslissingsondersteuningBeleidsinstrumenten vormen de kern van het ALPI project, daarom wil het ALPI consortium:bijdragen aan een grotere kennis over effecten van beleidsinstrumenten op investeringsbeslissingen;de mogelijkheden, de complexiteit en de interacties van fiscale instrumenten op de verschillende beleidsniveaus ontrafelen.Wetenschappelijk wil het ALPI project bijdragen aan:de ontwikkeling van interessante case studies in diverse strategisch belangrijke sectoren voor emissiereductie (huisvesting, duurzame energie, vervoer, industrie), met als doel de impact van verschillende beleidsinstrumenten te kwantificeren;innovatieve methoden uittesten om de economische impact van fiscale instrumenten inzake energie-efficiëntie en de productie van hernieuwbare energie te kwantificeren;een beter begrip van de institutionele context van het klimaatbeleid en fiscale instrumenten.Beschrijving van de finale onderzoeksresultaten (model, scenario, verslag, workshop, publicatie, enz.) op korte en middellange termijnVoor de Belgische autoriteiten zal het project resulteren in een rapport met wetenschappelijke ondersteuning hoe verschillende beleidsinstrumenten invloed hebben op de investeringsbeslissingen van burgers, de invoering van technologieën voor hernieuwbare energie en de rol van overheden in verband met hun eigen aankoopgedrag. Daarnaast worden verschillende mogelijke beleidsinstrumenten (directe inkomsten en vennootschapsbelasting, belasting op toegevoegde waarde, steun voor samenwerking ...) voorgesteld en geëvalueerd.Een eindconferentie is gepland op het einde van het project.Ook meer praktische instrumenten worden uitgewerkt zoals een beslissingsboom voor innovatieve technologieën en mogelijke beleidsinstrumenten die optimaal zijn tijdens de verschillende stadia van het ontwikkelingstraject van de technologie.
01/12/2014 bis 31/12/2017

ColdCase: re-opening of the Bernissart Iguanodon crime scene

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

01/09/2014 bis 01/09/2018

Neogene seals from the northern hemisphere

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

01/09/2014 bis 31/08/2018

GEPATAR: GEotechnical and Patrimonial Archives Toolbox for ARchitectural conservation in Belgium

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

01/01/2014 bis 31/12/2015

BeTemper

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

Bepaling van thermische kenmerken van de Belgische ondergrond voor de optimalisatie van geothermische toepassingen75% van de geïnstalleerde geothermische warmtepompen in België zijn gesloten systemen met verticale bodemwarmtewisselaars (BTES – Boorgat Thermische Energie Opslag). Na het Europese project ThermoMap, kartering van het zeer ondiepe geothermische potentieel (<10m), is de logische volgende stap een evaluatie van het geothermische potentieel op een iets grotere diepte. Tot nu toe is er echter nog maar weinig fundamenteel onderzoek verricht naar geologische kenmerken met het oog op de verbetering van de prestaties en het ontwerp van geothermische systemen. Er zijn grote variaties mogelijk in de effectieve warmteoverdracht tussen de transportomgeving (warmtewisselaars en opvulmateriaal) en het gesteente van de ondergrond, wat een essentieel element is voor het optimaliseren van de prestaties en het drukken van de kosten. Momenteel stellen we vast dat er grote verschillen zijn in de dimensionering van de BTES voor een vergelijkbare geologische situatie. Hiervoor zijn er verschillende redenen: het gebrek aan kennis over de site-specifieke thermische kenmerken van de ondergrond is er één van, naast ook een ontoereikende analyse van de energiebehoeften van een gebouw en de hieruit voorvloeiende afmetingen van de warmtepomp, waardoor er veel onzekerheid ontstaat over de omvang van de geothermische installaties (lengte, aantal).Met behulp van de expertise van de Belgische Geologische Dienst (OD Aarde en Geschiedenis van het Leven van het KBIN) en op basis van de reeds bestaande omvangrijke collecties van gesteenten (lithotheek) en boringen van de BGD, richt het project BeTemper zich op de thermische karakterisatie van de ondergrond. Andere initiatieven zoals het project Smart Geotherm, uitgevoerd door WTCB/BBRI of het project Geotherwalzijn complementair en zijn meer gefocust op de prestaties van de warmtewisselaars of op de energieprestaties van het gebouw.DoelstellingenDoelstelling van dit project is een evaluatie van het ondiepe geothermische potentieel in België op basis van een analyse van de thermische eigenschappen van de oppervlaktegesteenten op 150 m diepte, de standaard diepte die wordt gebruikt voor de verticale bodemwarmtewisselaars (BTES).Dit project richt zich op de thermische eigenschappen (thermische conductiviteit en capaciteit) op basis van de mineralogische samenstelling van ongeveer 400 gesteentemonsters voor 25-30 verschillende gesteentetypes. De thermische eigenschappen zijn afhankelijk van het vochtgehalte, de porositeit, de dominerende mineralogische fase, de anisotropie van het materiaal. De thermische conductiviteit hangt ook af van de temperatuur, de druk, de vloeistofverzadiging en -samenstelling. De selectie van de monsters houdt rekening met de representativiteit van de verschillende gesteentesoorten in de Belgische ondergrond, dus op basis van de mineralogische samenstelling, de textuur, de verweringsgraad en de natuurlijke fracturatie. De thermische parameters worden zowel in verzadigde en niet-verzadigde toestand bepaald. Er wordt in het bijzonder aandacht besteed aan gesteentetypes met uiteenlopende waarden voor de thermische conductiviteit, om de invloed van de porositeit en/of mineralogische bijmenging op de warmteoverdracht te evalueren. De nadruk wordt ook gelegd op de regio's met het grootste potentieel voor geothermische toepassingen (de Samber en Maas as en de grotere Vlaamse steden ). De gesteentemonsters worden in eerste instantie geselecteerd uit de boringencollecties van de BGD, in beheer door de Dienst Collecties van het KBIN. Bijkomend gebeurt er een monstername op het terrein (wand, sleuf, boring, enz.) om de geografische en geologische representativiteit van de metingen te garanderen. Deze monsters blijven ter beschikking als referentiemateriaal, bewaard in de monstercollecties van het KBIN.De bepaling van de thermische eigenschappen van de Belgische ondergrond is een essentiële stap voor het in kaart brengen van het ondiepe geothermische potentieel. Het aanmaken van dergelijke kaarten is een innoverende benadering (nog niet gefinancierde fase van het project) en vereist de integratie van bijkomende informatie (hydrologische, geologische en pedologische kaarten, uitsluitingsgsgebieden (beschermingszones of plaatsen die ongeschikt zijn voor de installatie van geothermische systemen zoals karst, mijngalerijen enz.). Momenteel worden er in de Europese Unie slechts twee gelijkaardige projecten uitgevoerd:in Duitsland: de kaarten van het ondiepe geothermische potentieel voor alle types van geothermische systemen zijn bijna klaar voor het Zuiden van het Molassebekken, het Rijnland en het Noorden van Westfalen (www.geotis.de)in Italië: het project VIGOR is gestart in 2012 en gaat over het diepe en ondiepe geothermische potentieel in 4 regio's in het Zuiden van Italië (www.vigor-geotermia.it).Metingen van de verschillende parametersThermische parametersDe thermische conductiviteit en diffusiviteit van geconsolideerde gesteenten wordt gemeten met behulp van een TCS ( (Thermal Conductivity Scanning, van Rauen & Lippmann, Duitsland) in het laboratorium van het KBIN – OD Aarde en Geschiedenis van het Leven. Met dit zeer performante toestel kan men betrouwbare, nauwkeurige en snelle metingen uitvoeren van standaard monsters (maximum 4 cm lengte), maar ook van boormonsters (tot 30 cm lengte). (zie afbeeldingen).Voor de niet-geconsolideerde gesteenten en losse sedimenten wordt de thermische conductiviteit via een naaldvormige probe geevalueerd met de transiëntmethode (TEKAO4 en/of KD2Pro) in samenwerking met de universiteiten van Erlangen en Aken (Duitsland).Mineralogische en petrofysische analysesDe mineralogische en petrologische analyses worden uitgevoerd in het laboratorium voor mineralogie en petrologie van het KBIN – OD Aarde en Geschiedenis van het Leven. De verhouding van de verschillende minerale fases wordt geëvalueerd door RX-diffractie, de chemische en micro-texturele inhoud van de monsters wordt bepaald met de EDS-modules (Energy-Dispersive X-ray Spectroscopy) van de EBSD (Electron Back Scattered Diffraction).

Seiten

Go to top