Research projects

16/11/2010 bis 15/11/2013

Project DIGIT05: catalogues and databases of scientific collections

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

15/10/2010 bis 15/12/2011

Geothermal platform of Wallonia

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

De bewustwording, in de laatste jaren, van de opwarming van het klimaat en de aangekondigde uitputting van de fossiele energiebronnen, bracht de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen in een stroomversnelling. De geothermie biedt het voordeel, een onuitputtelijke energiebron te zijn, die ook "schoon" is in termen van CO2-uitstoot. De risico's en de milieueffecten blijven beperkt in vergelijking met andere energieproductiesystemen. In deze context bestelde het DGO4 (Département de l’Energie et du Bâtiment durable de la Région wallonne = departement energie en duurzame gebouwen van het Waalse Gewest) bij de Belgische Geologische Dienst een studie over het potentieel van de diepe geothermie (> 300 m) in Wallonië.Twee soorten geothermie komen hierbij in aanmerking (volgens Vision 2020-2030, ETP-RHC Geothermal Panel, rapport van EGEC):Geothermie met lage en matige enthalpie (exploitatie van diepe watervoerende lagen met een temperatuur (T) tussen: 30°C ‹ T ‹ 150°C);Geothermie met hoge enthalpie (Enhanced Geothermal System (EGS) of Hot Dry Rock (HDR) met temperaturen T › 150°C.Dit project omvatte:het verzamelen en voorbereiden van data in verband met de diepe geologische structuur en de geothermische bronnen in de Waalse ondergrond;op basis hiervan, zones in kaart brengen, die op het gebied van de geothermie interessant zouden kunnen zijn: 1 kaart gaat over de geothermie op zeer grote diepte (3000-6000m), een 2e kaart behandelt de middelgrote diepten (300 tot 3000 m);al deze gegevens zullen binnenkort in het cartografische portaal van de Waalse Overheid (DGO3) worden geïntegreerd.Tegelijkertijd werd er een driedimensionaal model opgesteld van het steenkoolbekken van Luik en van de watervoerende kalksteenlagen uit het Carboon (onderaannemer: Département de Géologie, Laboratoire Géorisques et Environnement, Université de Liège, Prof. Hans-Balder Havenith (departement geologie, laboratorium georisico's en milieu, universiteit van Luik)).Bovendien heeft de firma Geoforma (Vinciane Stenmans, onafhankelijk geoloog), eveneens onderaannemer van dit project, haar expertise op het gebied van boringen (technische aspecten) ter beschikking gesteld en aanbevelingen gedaan voor toekomstige exploratieboringen.
ThermoMap
01/09/2010 bis 31/08/2013

ThermoMap

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

Het project ThermoMap ging van start in september 2010 voor een periode van 3 jaar en wordt gecofinancierd door de Europese Commissie (FP7-ICT Policy Support Programme). Doelstelling van dit project is het potentieel voor ondiepe geothermie in Europa in kaart te brengen.ThermoMap wil tegen september 2013 bereiken dat de informatie over het milieu kan worden toegepast om in heel Europa ondiepe geothermische systemen te ontwikkelen. Binnen de Europese Lidstaten beschikt men al over veel geografische en geologische data, maar deze gegevens zijn niet toegankelijk voor het publiek. Door de bestaande data, zoals pedologische, hydrogeologische … gegevens samen te brengen, kan men het geothermische potentieel van een gebied inschatten. In het kader van dit project wordt er een instrument ontwikkeld om de geothermische energiebronnen en andere gegevens te visualiseren. Het werkterrein beperkt zich tot 10 meter diepte en de informatie wordt voorgesteld in GIS, op middelgrote en grote schaal.In het kader van dit project worden de bestaande gegevens (geologie, hydrogeologie, pedologie, klimaat, bodemgebruik, reliëf …) volgens gestandaardiseerde methodes geanalyseerd en geharmoniseerd, om een waarde te berekenen voor het geothermische potentieel voor drie verschillende niveaus van de ondergrond. Op deze manier zal men snel en relatief goedkoop over informatie kunnen beschikken in verband met de ondiepe geothermie van een gebied.De resultaten van dit werk worden geïntegreerd in een Open Source Web GIS, evenals alle andere nodige gegevens. Elk van de 9 EU-lidstaten die aan dit project deelnemen, definieert een "test"-zone binnen zijn grondgebied. Voor deze testzone worden de beschikbare gegevens en de waarde van het geothermische potentieel gepresenteerd per kadastraal perceel, terwijl de kaart voor de gehele Europese Unie op schaal 1:250 000 wordt opgemaakt.Momenteel nemen er 9 landen deel aan dit project (Duitsland, Frankrijk, IJsland Hongarije, Roemenië, het Verenigd Koninkrijk, België, Oostenrijk en Griekenland).Voor België worden er twee testzones behandeld, om met een minimum aan geologische diversiteit rekening te houden. Deze zones zijn de streek van Gent en de streek van Luik.
01/02/2010 bis 31/07/2011

Characterisation of hypersiliceous rocks from Belgium

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

Petrografische en geochemische karakterisatie van hypersiliceus gesteente in België gebruikt in de prehistorie en historieEen vraag die al lange tijd leeft onder archeologen en geschiedkundigen is de herkomst van silica-rijk gesteente gebruikt in de prehistorie en historie. Door het in kaart brengen van de natuurlijke ontsluitingen van gesteente en hun verspreiding als bewerkt materiaal en het stadium van bewerking, kunnen archeologen en historici vroegere handelscontacten en migratiepatronen van volkeren afleiden. De meest gebruikte gesteente in het verleden uit België zijn siliceuze gesteenten, zoals bijvoorbeeld silex, verkiezelde kwartszanden, beter gekend als sedimentaire “kwartsieten”, en ftanieten, een verzamelnaam voor erg fijnkorrelig, zeer silica-rijk, zwart gesteente, dit laatste door zijn inhoud aan organisch koolstof. In deze studie wordt een nieuwe term geïntroduceerd die al deze gesteentetypen omvat, “hypersiliceus gesteente” verwijzend naar hun erg hoog gehalte aan silica (>90%) inclusief pure metamorfe kwartsieten. Hypersiliceuze gesteente vertonen gelijkaardige mechanische, maar ook fysico-chemische eigenschappen, wat voor een hele uitdaging zorgt in deze studie om ze van elkaar te kunnen onderscheiden.Het doel van deze studie is om unieke criteria te vinden om gelijkaardige gesteente van elkaar te kunnen onderscheiden en om verschillen te vinden tussen ontsluitingen van dezelfde types hypersiliceuze gesteenten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van klassieke polarisatiemicroscopie, van cathodeluminescentiemicroscopie en van EDS of “energy-dispersive X-ray” spectroscopie op slijpplaatjes en van “backscattered-electron imaging” beelden (BSE) en EDS op het ruwe gesteenteoppervlak. Al naargelang het gesteentetype worden er andere technieken toegepast. Zo wordt er bijvoorbeeld voor ftaniet gebruik gemaakt van Raman-spectroscopie, waarbij de maturatiegraad van het organische materiaal wordt bepaald, welke de begravingsgeschiedenis weerspiegelt van het gesteente. Dit wordt bestudeerd in de veronderstelling dat de begravingsgeschiedenis voor afzonderlijke ftaniet-afzettingen verschillend zou zijn geweest.De bekomen resultaten zullen worden samengebundeld in een referentiecollectie van handstukken en slijplaatjes van hypersiliceus gesteente uit Belgische bodem en bijbehorende ontsluitingen. Fiches worden opgemaakt met macro- en microscopische petrografisch en geochemische beschrijvingen voor elk type gesteente en ontsluiting bekomen met klassieke polarisatiemicroscopie, EDS- en BSE-raster-elektronen-micrscopie, X-stralen-diffractie, Raman-spectroscopy en eventueel LA-ICP-MS. De resultaten zullen ook beschikbaar worden gesteld op een website voor wetenschappers en publiek.UitwerkingLiteratuurstudieTerreinwerk – verzamelen van hypersiliceus gesteente in ontsluitingen,Gebruik van gesteente-materiaal uit reeds bestaande collecties (collectie Bouwstenen, BGD),Gebruik van Geografische-Informatie-Systemen(GIS) – verspreiding voorkomen hypersiliceus gesteente,Gebruik van petrografische technieken (polarisatiemicroscopie),Gebruik van spectraal-analyse (EDS-SEM; Raman-spectroscopie),Gebruik van andere technieken, waaronder cathodeluminescentie, BSE-SEM en X-stralendiffractie,Opstellen van fiches per gesteentype en ontsluitingsgebied,Opstellen van een website toegankelijk voor wetenschappers.
01/01/2010 bis 31/12/2015

Evolution of the deep-sea ecosystem during early Eocene transient warming events: stable- isotope and foraminiferal evidence

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

01/01/2010 bis 31/12/2014

The former occurrence of sturgeon in the North Sea: the contribution of archaeozoology and ancient DNA

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

01/01/2010 bis 31/12/2013

The microchemistry of fish-otoliths: a method for unraveling Paleocene and Eocene temperature fluctuations and seasonal variations in climate in the North Atlantic

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

01/10/2009 bis 31/12/2014

Endemic Evolution and Faunal Turnover of the European Paleocene Mammals

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

01/01/2009 bis 31/12/2018

Prehistoric canids and the early domestication of the wolf

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

PSS-CCS
01/01/2009 bis 31/12/2012

PSS-CCS: Policy Support System for Carbon Capture and Storage

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

Seiten

Go to top