Tertiair lithostratigrafische interpretatie op basis van geofysische boorgatmetingen van de boringen van meetnet 1VMM: afdeling water uitgevoerd in 2005-2006

ACHETEZ VOS TICKETS EN LIGNE

TICKETS !

Tertiair lithostratigrafische interpretatie op basis van geofysische boorgatmetingen van de boringen van meetnet 1VMM: afdeling water uitgevoerd in 2005-2006

TitreTertiair lithostratigrafische interpretatie op basis van geofysische boorgatmetingen van de boringen van meetnet 1VMM: afdeling water uitgevoerd in 2005-2006
Type de publicationBook
Year of Publication2009
AuteursWelkenhuysen, K, Deceukelaire, M
Series TitleGeological Survey of Belgium Professional Paper
Volume306
Number of Pages210
PublisherKoninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, Belgische Geologische Dienst
VilleJennerstraat 13, 1000 Brussel
ISBN Number0378-0902
Mots-clésFlanders, geophysical well logs, lithostratigraphy, Tertiary
Résumé

Nederlands

VMM (Vlaamse Milieu Maatschappij) Afdeling Water heeft in 2005-2006 een boorcampagne laten uitvoeren om het primair grondwatermeetnet 1 uit te breiden. Deze boringen doorsnijden hoofdzakelijk de ‘tertiaire’ afzettingen in Vlaanderen. Van deze boringen zijn boorstalen beschreven en geïnterpreteerd door de Belgische Geologische Dienst (BGD), en eind 2007 kon de BGD beschikken over 76 standaard geofysische boorgatmetingen bestaande uit natuurlijke gammastralingmeting en resistiviteit. De 76 boringen zijn geografisch per vier of vijf gegroepeerd en stratigrafisch gecorreleerd. Op basis van de beschrijvingen van de boormonsters is een samenvatting gemaakt per lid of formatie, zodat er een lithologische sleutel ontstaat die gebruikt kan worden om formaties en leden lithologisch te identificeren. Ditzelfde principe is toegepast op de boorgatmetingen:er is een generische boorgatmeting samengesteld voor iedere ‘tertiaire’ formatie waarin de typische kenmerken van elk pakket werden opgenomen. Hiermee kunnen andere boorgatmetingen eenvoudig geïnterpreteerd worden.

Door de boringen zijn twee west-oost profielen en drie zuidwest-noordoost profielen getrokken. Op deze manier verkrijgt men een duidelijk beeld van de opbouw van de ‘tertiaire’ afzettingen in Vlaanderen.

 

Français

Vlaamse Milieumaatschappij – Afdeling Water a fait effectuer, en 2005-2006, une campagne de forages afin d'étendre le réseau primaire piézométrique. Ces forages traversent principalement les dépôts ‘tertiaires’ de la région flamande. Des échantillons provenant de ces forages ont été décrits et interprétés par le Service géologique de Belgique (SGB), et fin 2007, le SGB disposait de 76 logs diagraphiques géophysiques standards comprenant essentiellement les mesures des rayons gamma naturels et de la résistivité.

Les 76 forages sont regroupés géographiquement par quatre ou cinq et corrélés stratigraphiquement. Sur base des descriptions des échantillons de forage, un résumé de la lithologie par membre ou par formation a été fait, de façon à obtenir une clef lithologique pouvant être utilisée pour identifierlithologiquement des formations et des membres dans d’autres forages. Le même principe a été appliqué aux logs diagraphiques: un log diagraphique générique a été composé pour chaque formation ‘tertiaire’ en y incorporant les caractéristiques typiques de chaque paquet sédimentaire. Ceci faciliteradorénavant l'interprétation des diagraphies au sein de la même région.

A travers les forages, deux profils ouest-est et trois profils sud-ouest – nord-est ont été établis. Ceci permet d'obtenir une image claire de la composition des dépôts ‘tertiaires’ en région flamande.

 

English

In 2005-2006, VMM (Vlaamse Milieu Maatschappij) Afdeling Water carried out a drilling campaign to expand the primary groundwater monitoring network 1. The wells mainly traverse the ‘Tertiary’ sediments in Flanders. Borehole samples were described and interpreted by the Geological Survey ofBelgium (GSB), and end 2007, GSB was provided with 76 standard geophysical well logs with natural gamma ray and resistivity measurements. The 76 boreholes are geographically grouped by four or five and stratigraphically correlated. Based on the borehole samples, a summary is made on the lithology at Member or Formation level. This way a lithological key is created that can be used for lithological identification of Members or Formations in other boreholes. The same method is applied to the wellslogs: a generic well log is compiled for each ‘Tertiary’ formation wherein the typical characteristics of each sedimentary package are included. This allows easy interpretation of other geophysical logs.

Two west-east and three northeast-southwest profiles are drawn trough the wells. This approach enables to draw clear image of the structure of the ‘Tertiary’ deposits in Flanders.

Go to top