Verstedelijking beïnvloedt grootte van dieren 

Kever in Brussel
23/05/2018
Verstedelijking beïnvloedt grootte van dieren 
post by
Reinout Verbeke

Dieren in steden zijn opvallend kleiner of juist groter dan de soorten die we vooral op het platteland terugvinden, blijkt uit een grootschalige studie. ‘Verstedelijking oefent een grote selectiedruk uit op soorten en kan een ecosysteem ontwrichten’, zegt Frederik Hendrickx (KBIN), een van de auteurs van de studie.

Biologen van onder meer UCL, KU Leuven, UGent, UA en van ons Instituut hebben bij tien diergroepen vastgesteld dat de soorten in steden opvallend kleiner of juist groter zijn dan op het platteland. Ze rapporteren erover in Nature. De onderzoekers bemonsterden de voorbije vijf jaar tien diergroepen – van kevers tot watervlooien – op 81 sites in Vlaanderen en Brussel, goed voor 95.000 individuen en 702 soorten. Bij de meeste van de onderzochte groepen bleken de soorten in steden gemiddeld 16% kleiner dan in landelijke gebieden. Drie groepen – vlinders, motten en sprinkhanen – vertoonden een tegengesteld patroon: gemiddeld 14% groter dan in landelijk gebied. 

Hitte en steeds minder groen

Dat de onderzoekers in steden meer kleinere soorten aantreffen, is waarschijnlijk te wijten aan het zogenoemde hitte-eilandeffect. ‘In steden is het warmer dan op landelijkere plekken omdat asfalt en beton warmte vasthouden’, legt biologe Isa Schön (KBIN) uit. ‘In vijvers, grasvelden en stukjes bos binnen steden meten we hogere omgevingstemperaturen. Dat hitte-eilandeffect leidt ertoe dat kleinere soorten bevoordeeld zijn, omdat ze beter kunnen omgaan met de verhoogde stofwisseling in de warmere omgeving.’ 

Dat sommige groepen juist groter worden in stedelijk gebied komt omdat habitats er steeds meer versnipperd raken. ‘Grotere sprinkhanen of vlinders zijn meestal mobieler en weten gemakkelijker een nieuwe habitat te bereiken’, zegt Frederik Hendrickx. ‘Steden zijn doorgaans geen gastvrije omgeving voor fauna en oefenen een grote selectiedruk uit: op hoe mobiel de dieren zijn en hoe goed ze tegen warmte kunnen. Op die manier kunnen de ecologische relaties tussen soorten veranderen en zelfs verdwijnen.’ Een voorbeeld: in steden gedijen alleen de kleinere watervlooien. Die verteren minder algen dan grotere watervlooien. En dat kan plaatselijk tot algenbloei leiden.

Stadsplanners aan de slag

De studie opent mogelijkheden voor nieuw onderzoek naar langetermijneffecten van verstedelijking op ecosystemen. Hans Van Dyck (UCL): ‘Zulke inzichten zullen essentieel zijn als we steden willen vormgeven die de biodiversiteit minder onder druk zetten. Stadsplanners zouden bijvoorbeeld gericht stadsvijvers en groene gebieden kunnen creëren of de bestaande kunnen aanpassen om het aantal en de kwaliteit van de habitats te verhogen.’ 

 

 

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top