Een gedetailleerde atlas van de libellen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Bosbeekjuffer Calopteryx virgo, Oudergem - Parc Seny, 23 mei 2018 © Bernard Pasau
10/05/2019
Een gedetailleerde atlas van de libellen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
post by
Kelle Moreau

Omwille van hun specifieke levenscyclus vormen libellen zeer goede indicatoren van de kwaliteit van vochtige milieus. De studie van wijzigingen in de odonatofauna kan dus van pas komen bij de opvolging van de kwaliteit van waterpartijen en waterlopen. Dergelijke informatie kan eveneens aan de basis liggen van beheeradvies. Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen en Gomphus (werkgroep van Les Naturalistes belges) sloegen daarom de handen in elkaar om een overzicht te krijgen van de verspreiding en aantalsevolutie van de libellen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gebruik makend van gegevens verzameld door burgerwetenschappers.

Omwille van de goed zichtbare determinatiekenmerken van de volwassen individuen (grootte, kleur, …), hun algemene aantrekkelijkheid, en het beperkte aantal soorten (tegenwoordig ongeveer 45-50 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest), zijn de libellen een soortengroep die relatief gemakkelijk met het blote oog of een verrekijker herkend kunnen worden, zonder ze daarbij te hoeven vangen. Bijgevolg bevindt zich een groot aantal waarnemingen van deze groep, verzameld door vrijwilligers en voorzien van zeer nauwkeurige plaatsaanduidingen, in de databank van waarnemingen.be. Deze gegevens zouden ook gevaloriseerd kunnen worden voor gebruik door beheerders en wetenschappers.

Kwaiteitsindicatoren

"Onder meer de lange levensduur in het larvale stadium, de hoge positie in het voedselweb en de gevoeligheid aan de chemische waterkwaliteit, maken van libellen goede bio-indicatoren van de staat van aquatische systemen en de halfnatuurlijke zones die hen omringen." verduidelijkt René-Marie Lafontaine, onderzoeker van de de eenheid Conservatiebiologie van ons instituut. "De odonatofauna (het geheel van libellen in een bepaald gebied) vormt dus een belangrijk middel voor de bio-evaluatie van natte natuur, en de studie van wijzigingen in de odonatofauna kan zeer bruikbaar zijn voor de opvolging van de biologische, fysicochemische en hydromorfologische kwaliteit van waterpartijen en waterlopen."

Wanneer de verzamelde gegevens in een beheercontext worden geplaatst, kunnen ze toelaten om algemene beheermaatregelen te definiëren en de impact van het gevoerde beheer van vochtige omgevingen op de odonatofauna, en indirect ook op de staat van ecosystemen, te evalueren. En dus om om toekomstige beheerwerken op langere termijn te oriënteren en verbeteren.

Verspreidingskaarten

Hoewel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behandeld werd (kwadranten van 5x5 km²) in ‘De  libellen van België (2006)’, was een update en een verfijning van de geografische resolutie (kwadranten van 1x1km²) wenselijk om meer bruikbaar te zijn om het huidige beheer te evalueren. Daarom werd dit atlasproject in het begin van 2016 opgestart. Om voldoende volledig te zijn werden de gegevens uit waarnemingen.be aangevuld met gegevens die werden verzameld binnen een gecoördineerde gegevensverzameling over vier veldseizoenen (2016-2019), waarbij een gestandaardiseerd protocol werd gevolgd. Op deze manier werden 95 (regelmatige medewerkers) tot 200 waarnemers (occasionele leveranciers van waarnemingen) bij het werk betrokken. Alle gegevens werden samengevoegd en verwerkt teneinde voor alle vastgestelde soorten verspreidingskaarten op het niveau van een vierkante kilometer te maken. "Deze voorlopige kaarten hebben vooral als doel om weinig of niet bezochte gebieden te identificeren zodat daar een hogere inventarisatie-inspanning kan worden gepland, maar vormen ook een visueel hulpmiddel om burgerwetenschappers te overtuigen om het waarnemersnetwerk te vervolledigen." Legt Sophie Marée, studente 2e master biologie (UCL- UNamur) en stagiaire bij de eenheid Conservatiebiologie, uit.

Het laatste inventarisatieseizoen is net begonnen. De medewerkers bezoeken hun gebieden van eind april (begin van de vliegperiode van de vroegste soorten) tot eind oktober. Het einddoel van dit project is de publicatie van een zo precies mogelijk geüpdatete atlas, en het verstrekken van advies voor een optimaal beheer van de natte natuurgebieden. In tussentijd kunnen de voorlopige kaarten (situatie tot eind 2018) hier geraadpleegd worden.

 

Het project ‘Atlas van de libellen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest’ is het resultaat van een samenwerking tussen het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen en de werkgroep Gomphus (Naturalistes belges, asbl), en wordt in belangrijke mate ondersteund door het geheel aan waarnemers dat bijdraagt tot de databank van waarnemingen.be, met financiële steun van Leefmilieu Brussel. 

Categorieën: Wetenschappelijk Nieuws
Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top