Mysterieuze Deinocheirus: schrikwekkende armen, brave omnivoor

Reconstructie van de dinosaurus Deinocheirus mirificus
22/10/2014
Mysterieuze Deinocheirus: schrikwekkende armen, brave omnivoor
post by
Reinout Verbeke

Paleontologen hebben een van de meest mysterieuze dinosauriërs volledig beschreven nadat ze gestolen fossielen op het spoor waren gekomen. De dinosaurus, Deinocheirus mirificus, blijkt anders dan gedacht: hij had reusachtige grijparmen en klauwen, maar was toch een ongevaarlijke omnivoor. Het onderzoek, waaraan Belgisch paleontoloog Pascal Godefroit (KBIN) meewerkte, staat deze week in Nature.

Vijftig jaar geleden ontdekte een Poolse paleontologe in de Mongoolse Gobi-woestijn merkwaardige fossielen van 70 miljoen jaar oud: een paar gigantische voorarmen van 2,4 meter lang, gewapend met indrukwekkende klauwen. Wetenschappers doopten het beest Deinocheirus mirificus, Grieks voor ‘ongewone verschrikkelijke handen’. Het gaat om een dinosaurus uit de groep van de theropoden, hoofdzakelijk vleeseters, zoals ook Tyrannosaurus en Velociraptor, die tot de huidige vogels leidde.

Deinocheirus is een van de koppigste raadsels uit de paleontologie, omdat behalve de enorme armen slechts enkele botfragmenten werden gevonden. Maar in 2006 en 2009 vonden wetenschappers in diezelfde Gobiwoestijn twee nieuwe exemplaren van Deinocheirus. Het probleem: dinojagers hadden telkens de schedel en de voetbeenderen gestolen.

Pascal Godefroit, paleontoloog van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), kreeg via een privécollectie een gestolen schedel en voeten van het grootste exemplaar in handen. Na bijna vijftig jaar kon het volledige skelet gereconstrueerd worden.

Eerder traag

Deinocheirus was ongeveer elf meter hoog en woog 6,4 ton. Daarmee is hij met voorsprong de grootste bekende ornithomimosauriër (‘struisvogelachtige’), een groep theropoden die floreerde tijdens het krijt (145 tot 66 miljoen jaar geleden). Ornithomimosauriërs waren doorgaans snelle lopers, maar Deinocheirus was traag. Dat leiden de paleontologen af uit de grote voeten en de heup die aangepast is om een zwaar gewicht te torsen.

De gevonden visresten en gastrolieten - steentjes die de spijsvertering vergemakkelijken - suggereren dat Deinocheirus vaak de meanderende rivieren van de Nemegtformatie in Mongolië opzocht. Vermoedelijk verhinderden brede, stompe tenen dat hij wegzonk in de vochtige ondergrond.

Eendachtige bek

Voorts had Deinocheirus geen tanden en waren de adductoren van zijn kaakspieren opmerkelijk klein in vergelijking met zijn grote onderkaak. Erg hard kon hij dus niet bijten. Vermoedelijk voedde hij zich vooral met relatief zachte grondplanten, of kruidachtige waterplanten. Zijn bek lijkt aangepast aan watervoedsel, zoals bij moderne eenden. De lange voorarmen en gigantische klauwen waren waarschijnlijk handig om planten op te graven en te verzamelen.

Opmerkelijk is ook het lange, zeilvormige been op de rug. Dat zien we bij geen enkele andere ornithomimosauriër, maar wel bij andere, niet-verwante dino’s, zoals Spinosaurus en Ouranosaurus. Volgens sommige paleontologen droeg dat been een vlezig zeil, dat diende om de lichaamstemperatuur te regelen. Anderen stellen dan weer dat het been een bult ondersteunde, zoals bij een dromedaris of een bizon.

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top