Zeldzame spitssnuitdolfijn die aanspoelde in Oostende blijkt gezond

KOOP JE TICKETS ONLINE

TICKETS !

 

Richtlijnen voor bezoekers

De gewone spitssnuitdolfijn van Oostende © KBIN/Jan Haelters
23/02/2020
Zeldzame spitssnuitdolfijn die aanspoelde in Oostende blijkt gezond
post by
Kelle Moreau

Op woensdagavond 15 januari spoelde in Oostende een gewone spitssnuitdolfijn aan. Een autopsie wees uit dat het dier waarschijnlijk nog leefde toen het in onze kustwateren in de problemen kwam, er kon alvast geen duidelijke doodsoorzaak worden bepaald. Aangezien ondiepe kustwateren voor spitssnuitdolfijnen een ongeschikte habitat vormen zijn meldingen van de soort in België altijd zeldzaam geweest. Tot op heden zijn ons slechts vijf eerdere gevallen van aanspoelingen van spitssnuitdolfijnen in België bekend.

Tijdens de avond van 15 januari 2020 troffen late strandgangers nabij de oostelijke strekdam van Oostende een aangespoelde spitssnuitdolfijn aan. Het dier (dat eerst als bruinvis, en later als tuimelaar werd doorgegeven) bleek helaas reeds overleden, en het kadaver kon dankzij een efficiënte samenwerking met de Oostendse politie, brandweer en technische diensten snel worden overgebracht naar de gebouwen van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) in Oostende. Van daar vertrok het op donderdagochtend 16 januari naar de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Gent, waar rond de middag een autopsie werd uitgevoerd. Inmiddels was duidelijk dat het om een onvolwassen vrouwtje van de gewone spitssnuitdolfijn (Mesoplodon bidens) ging, met een lengte van 2,88 m en een gewicht van 240 kg.

Spitssnuitdolfijnen in België

Het gebeurt niet vaak dat spitssnuitdolfijnen worden waargenomen in de Noordzee of aanspoelen langs de Noordzeekust, en dat hoeft geenszins verwonderlijk te heten. Een beetje spitssnuitdolfijn verkiest immers de diepzee, en blijft ver uit de buurt van kusten. Een grote waterdiepte is daarbij belangrijker dan de afwezigheid van land, aangezien het dieet van spitssnuitdolfijnen uit allerhande diepzee-organismen (voornamelijk inktvissen en pijlinktvissen, maar ook diepzeevissen en schaaldieren) bestaat. Rond eilanden in diepzeegebieden, waar de waterdiepte snel toeneemt met de afstand tot de kust, kunnen spitssnuitdolfijnen dus wel relatief kort bij de kusten worden waargenomen. De ondiepe wateren van de Noordzee (vooral van het zuidelijke deel) kunnen echter niet tot hun vertrouwde habitat worden gerekend.

In België zijn dan ook slechts vijf eerdere strandingen van gewone spitssnuitdolfijnen bekend (en geen van levende exemplaren op zee), waarbij het in twee gevallen om moeder-kalf paartjes ging: in augustus 1835 te Oostende, in augustus 1933 te Wenduine (moeder + jong), in augustus 1954 te De Panne (drachtig vrouwtje), in februari 1969 te Heist en in oktober 1972 te Bredene (moeder + jong). Al deze dieren spoelden levend aan, maar overleden kort daarop (het jong van 1972 te Bredene overleefde nog enkele dagen in het dolfinarium van Harderwijk, Nederland).

Doodsoorzaak?

“De autopsie leverde geen aanwijzingen op voor een recent trauma dat als doodsoorzaak kan worden genoemd (bv. aanvaring, verdrinking in net), en bevestigde dat het tot kort voor het overlijden om een gezond dier ging.” verduidelijkt Jan Haelters, marien bioloog en zeezoogdierenexpert aan het KBIN. “Het lijkt dus aannemelijk dat de spitssnuitdolfijn van Oostende nog leefde toen deze in de kustwateren in de problemen kwam, en dat de schaafwonden op het dier nadien werden veroorzaakt door het heen-en-weer schuren van het lichaam tegen de stenen van de Oostdam. In de maag werd echter niets aangetroffen (ook geen plastic of andere items), wat illustreert dat het dier al een tijdje geen voedsel meer had gevonden en dat het bij ons dus sowieso geen rooskleurige toekomst tegemoet ging. Alle spitssnuitdolfijnen op het Belgische lijstje ondergingen daarmee wellicht hetzelfde lot.”

 

Enkele van de schedels van de Belgische spitssnuitdolfijnen worden bewaard in het KBIN, dat ook over een uitgebreide verzameling van fossiele resten van spitssnuitdolfijnen beschikt. Hier blijven ze ter beschikking voor wetenschappelijk onderzoek (bv. https://www.naturalsciences.be/nl/news/item/2880), en occasionele tentoonstelling (bv. https://www.naturalsciences.be/nl/news/item/17771/). Het skelet van de nieuwe Oostendse spitssnuitdolfijn zal aan de Universiteit Gent worden gebruikt als didactisch materiaal in de opleiding Diergeneeskunde.

 

Categorieën: Wetenschappelijk Nieuws
Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top