Zenderonderzoek bij ooievaars uit het Zwin

KOOP JE TICKETS ONLINE

TICKETS !

 

Richtlijnen voor bezoekers

Eén van de in 2020 gezenderde jonge Ooievaars uit het Zwin, op het nest met een oudervogel. 29 juni 2020 © KBIN/K. Moreau
03/07/2020
Zenderonderzoek bij ooievaars uit het Zwin
post by
Kelle Moreau

Op maandag 29 juni 2020 werden in het Zwin Natuur Park in Knokke-Heist opnieuw vier jonge ooievaars voorzien van een zender. Zo treden ze in de voetsporen van de drie ooievaarjongen die hier in 2019 werden gezenderd, in samenwerking met het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Dankzij de zenders kunnen de wetenschappers de ooievaars voortdurend volgen, en verkrijgen ze informatie over de trekroutes, de overwinteringsgebieden en de gevaren waar de ooievaars mee kampen. Het onderzoek laat ook toe de gevolgen van wijzigende omstandigheden tijdens de trek en overwintering van de ooievaars in te schatten.

Voor informatie over de historie van de ooievaar in het Zwin, in België en in Europa, en voor details over de opzet en de technische aspecten van het Belgische zenderonderzoek, verwijzen we naar het artikel dat hierover in 2019 werd gepubliceerd. In deze bijdrage gaat de focus naar wat de toen gezenderde ooievaars ons inmiddels leerden, en naar de verderzetting van het onderzoek.

Winterse avonturen

De weg die de drie jonge Zwin-ooievaars (Emily = rood, Reinout = groen, Hadewijch = blauw) aflegden nadat ze op 26 juni 2019 met een zendertje werden uitgerust, wordt bevattelijk samengevat in de bijgevoegde animatievideo, en hieronder in tekst toegelicht.

Na het zenderen bleven de ooievaarjongen nog een tweetal weken in hun nesten. Op 10 juli werden de eerste vluchten geregistreerd, de volgende weken werd de omgeving van het Zwin uitgebreid verkend. Het grote vertrek vond plaats op 21 augustus. De drie vogels vertrokken samen (ongetwijfeld in het gezelschap van nog meer soortgenoten, maar niet van de ouders – daarvan is geweten dat ze in het Zwin blijven overwinteren) en doorkruisten Frankrijk in maar liefst 6 dagen. Op 30 augustus, intussen in noordelijk Spanje, scheidden vervolgens hun wegen.

  • Emily bleek het meeste haast te hebben. Op 1 september zat ze reeds nabij Gibraltar, en op 23 september maakte ze de oversteek van ‘de Straat’ naar Marokko. Na wat omzwervingen in het noorden van dat land settelde ze zich rond half november uiteindelijk in een vast wintergebied. Maar het liep niet goed af voor haar: op 20 februari vloog ze tegen hoogspanningsmast en liet ze het leven door electrocutie.
  • Reinout, nestgenoot van Emily, was anderzijds de minst gehaaste van het drietal. Hij bleef tot begin oktober hangen nabij Madrid, alvorens verder af te zakken naar het zuiden van Spanje. En daar bleef hij, de winter werd doorgebracht in de streek van Sevilla. Half maart vatte hij de terugreis aan, om op 12-13 april België te passeren (waar hij dus één nacht doorbacht) om nadien heen-en-weer te vliegen in centraal-Nederland en het aangrenzende deel van Duitsland.
  • Hadewijch (uit een ander nest) bleef tot half september in N-Spanje, maar maakte op 30 september uiteindelijk ook de oversteek naar Afrika. Daar zwierf ook zij wat rond, om zich eind november in het noorden van Marokko aan een vast gebied te verbinden (zij het echter een ander gebied dan Emily). Eind maart 2020 hield ze het daar voor bekeken, en vertrok ze weer noordwaarts. Na een lange stop in centraal Frankrijk (half april – eind mei) vloog ze dan linea recta terug naar het Zwin, waar ze op 3 juni terug aankwam en nu nog steeds verblijft.
Interessante vaststellingen

Aangezien voorlopig slechts drie ooievaars gedurende één jaar werden gevolgd, en we dus over een kleine steekproef spreken, moeten we voorzichtig zijn met het verbinden van sterke conclusies aan de resultaten. Maar interessante vaststellingen zijn er zeker:

  • de drie vogels vertrokken samen en bleven over een aanzienlijke afstand samen (tot in N-Spanje)
  • ook na de opsplitsing bezochten ze meermaals, maar dan op andere tijdstippen, dezelfde gebieden → wijst op potentieel uitzonderlijk belang van bepaalde gebieden
  • bezoek van afvalstorten is een opvallende constante → interessant in relatie tot de belangrijke vraagstelling in verband met de impact van het Europese verbod op open stortplaatsen (dat binnenkort ook op het Iberische schiereiland zal worden toegepast) op soorten die geleerd hebben hier naar voedsel te zoeken
  • Amerikaanse rivierkreeften, een geïntroduceerde exoot, vormen in de Spaanse rijstvelden een gegeerd hapje
  • één vogel bleef in Europa, maar ook de twee die Afrika bereikten staken de Sahara niet over
  • wanneer de vogels zich vestigen voor de winter wordt de actieradius plots heel klein
  • elektrocutie is een reëel gevaar voor grote vogels (bevestiging)
  • jonge vogels tonen een grote zwerflust en vatten de terugtrek pas laat aan, maar een terugkeer naar de geboortestreek is reeds mogelijk in het eerste jaar
Verder onderzoek

Omwille van de kleine steekproef en de beperkte tijdspanne waarover het onderzoek tot nu toe liep, mogen de hoger vermelde vaststellingen nog niet als significante conclusies worden beschouwd. Daarom worden de ooievaars van 2019 nog steeds verder opgevolgd, en werden op 29 juni 2020 in het Zwin weer vier ooievaars met zenders uitgerust (bekijk het filmpje!). Ditmaal komen ze uit drie verschillende nesten. Het is de bedoeling om het aantal zenderooievaars in de volgende jaren nog verder te vergroten. De zenders bleven ten opzichte van 2019 trouwens onveranderd. Ze wegen slechts 25 gram (minder dan één procent van het lichaamsgewicht) en zijn zeer duurzaam. Werkend op zonne-energie geven ze de  nauwkeurige gegevens die hun GPS verzamelt door via het GSM-netwerk. Wanneer er geen bereik is wordt alles opgeslagen in een intern geheugen, en doorgegeven wanneer het wel mogelijk is. En er is ook communicatie met de zenders in beide richtingen, zo kan bijvoorbeeld de frequentie van de locatiebepalingen worden aangepast.

Verder blijft ook het traditionele ringonderzoek belangrijk voor het opbouwen van inzichten en het formuleren van antwoorden op de uitdaging van de bescherming van ooievaars, en trekvogels meer algemeen. Het volstaat immers niet om trekvogels in de broedgebieden te beschermen, dit is ook nodig in de winterse verblijfplaatsen en langsheen de volledige trekroute.

De resultaten van het onderzoek kunnen worden gevolgd op de website van het Zwin Natuur Park – Operatie Ooievaar.

Namen voor de ooievaars

We zoeken nog een leuke naam voor de 4 nieuw-gezenderde ooievaars. Voorstellen doorgeven kan tot 10 juli, vergezeld van een korte motivering voor de voorgestelde namen. Op 15 juli worden de gekozen namen bekend gemaakt.

Interessant om weten is dat het geslacht van ooievaars uiterlijk bijna onmogelijk is vast te stellen. Enkel tijdens de paring kan met zekerheid worden gezien welke positie door de twee partners wordt ingenomen. Van de jonge vogels uit 2019 is het geslacht dus nog niet gekend. Best mogelijk dat Reinout het enige vrouwtje is, en dat de namen Emily en Hadewijch aan mannetjes werden toegekend. Misschien voor genderneutrale namen kiezen? Van de vogels uit 2020 zal het geslacht binnenkort echter wel gekend zijn, er werden immers enkele veren verzameld voor DNA-analyse.

 

Het Zwin Natuur Park is als internationale luchthaven voor vogels een kennis- en expertisecentrum voor de vogeltrek. Naast het ringen en zenderen van ooievaars, zet het Zwin Natuur Park ook in op het vogelringen. Van 1 augustus tot 7 november 2020 zal er bijna elke dag worden geringd, waarbij het publiek ook een inkijk in deze activiteit kan krijgen. In België wordt het wetenschappelijk ringen van vogels gecoördineerd door de groep BeBIRDS van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN).

Categorieën: Wetenschappelijk Nieuws
Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top