Van Antarctica tot in onze bewaarzalen: nieuwe collectie meteorieten

Antarctische meteoriet van 18 kilogram wordt door wetenschappers gemeten en uit het ijs gehaald.
22/12/2014
Van Antarctica tot in onze bewaarzalen: nieuwe collectie meteorieten
post by
Reinout Verbeke

In 2013 ontdekten Belgische en Japanse onderzoekers een 18 kilogram zware meteoriet op Antarctica, die je vandaag kunt komen bewonderen in ons Museum. De inhuldiging ging gepaard met een symposium over meteorieten.

Sinds 2009 namen wetenschappers van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en Université Libre de Bruxelles (ULB) deel aan drie expedities op Antarctica om meteorieten te verzamelen. Ze zochten met sneeuwscooters twee blauwe ijsvelden in het oosten af – Nansen Ice Field en Mount Balchen Ice Field. De ijsvelden liggen in de buurt van het Belgische zuidpoolstation Prinses Elisabeth. De expeditieleden verzamelden – in samenwerking met het Japanse Nationaal Instituut voor Poolonderzoek (NIPR) – meer dan 1.200 meteorieten. Tijdens de zoektocht begin 2013 vonden ze een kanjer van 18 kilogram. Die is nu permanent tentoongesteld in onze zaal 250 Jaar Natuurwetenschappen. Het is de vijfde grootste meteoriet die op de Zuidpool is gevonden. Een meteoriet van 1 kilogram is al bijzonder, bij 18 kilo is een luid eureka! op zijn plaats.

Meteorieten komen hoofdzakelijk uit de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter, en kunnen ons meer leren over het begin van ons zonnestelsel, hoe het evolueerde en wat onze eigen planeet zo bijzonder maakt. Er zijn ook maan- en Marsmeteorieten: materiaal dat door een meteoriet uit het oppervlak van maan en Mars is losgeslagen, en op het aardoppervlak neerkwam.

Reizende stenen

Antarctica is één grote diepvriezer, waardoor meteorieten beter bewaard blijven dan in warmere gebieden. En op de witte achtergrond vallen de donkere ruimtestenen ook beter op. Er is nog een voordeel: gletsjersbewegingen drijven meteorieten samen. De stenen raken op de gletsjers bedolven onder een pak sneeuw en ijs. Ze reizen langzaam met de gletsjers mee richting zee, tot de gletsjer door een bergketen wordt omhooggeperst, en zich een blauw ijsveld vormt. Sterke winden eroderen het ijsoppervlak, waardoor de ‘gevangen’ stenen weer aan het oppervlak komen.

Op ijsvelden langs de nood-zuid georiënteerde bergketens liggen er ontzettend veel. Geen wonder dat het veldwerk op Antarctica nog lang niet af is. Er worden al nieuwe expedities gepland naar Nansen Ice Field, de Belgica- en Yamato Mountains. Die laatste is een ware ‘hot spot’: 30 procent van alle gevonden meteorieten op aarde komen daarvandaan, intussen meer dan 30.000 exemplaren in totaal.

Micrometeorieten

Frans-Italiaanse onderzoekers vonden in 2005 en 2006 voor het eerst grote hoeveelheden zognoemde micrometeorieten. Dat zijn ruimtesteentjes van 50 micrometer tot 2 millimeter – amper zichtbaar voor het blote oog dus. Ze vallen of waaien in putten en scheuren in het ijs en blijven er miljoenen jaren in fijnkorrelig sediment bewaard. Belgische wetenschappers brachten recent 20 kilogram sediment mee uit Oost-Antarctische berggebieden. In één kilogram zaten al meer dan 1000 micrometeorieten. Ze verschillen qua samenstelling duidelijk van de grotere meteorieten, en hebben wellicht een andere oorsprong dan de gewone (lees: grotere) meteorieten.

Koel en droog bewaren

Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschap heeft de belangrijke opdracht de meteorieten te bewaren. Ze roesten heel snel – er zit ijzer in – en kunnen uiteenvallen, soms zelfs al na enkele jaren. Daarom krijgen ze in ons Instituut een bewaarkamer waar de luchtvochtigheid en temperatuur goed zijn afgesteld en constant worden gehouden.

Alle meteorieten worden gewogen, gescand, gedocumenteerd en geclassificeerd op basis van samenstelling en vindplaats. De buitenaardse stenen die tijdens de Belgisch-Japanse Zuidpoolmissies zijn verzameld, worden eerlijk verdeeld over de twee deelnemende landen. Letterlijk: de meteorieten worden in tweeën gezaagd. Maar de 18 kilogram zware meteoriet – een ‘gewone chondriet’, de vaakst voorkomende soort – was esthetisch te mooi om er de slijpschijf in te zetten. De afweging wordt ook gemaakt bij aanvragen van wetenschappers van andere onderzoeksinstituten: verzagen we de unieke exemplaren om de wetenschap vooruit te helpen? Een comité van deskundigenbuigt zich over elke aanvraag.

Vijf per eeuw in België

Meteorieten vallen onwillekeurig neer op aarde, dus even vaak in onze dichtbevolkte streken als op Antarctica. Hoe vaak is moeilijk te schatten. Op basis van het aantal getuigenissen in Europa sinds 1800 – dus mensen die een meteoriet zien neervallen – kunnen we afleiden dat er in een eeuw tijd eentje valt per 6000 vierkante kilometer. In theorie zouden er per eeuw vijf in België vallen. Zo zijn er exemplaren neergekomen in Sint-Denijs-Westrem (in 1855), Tourinnes-la-Grosse (1863), Lesves (1896) en Hautes Fagnes (1965). Iets voorbij de Belgisch-Franse grens zijn er twee gevonden: één in Mainaut (1934) en één in Mont-Dieu (1999). De laatste is een kanjer van meer dan 800 kilogram, een van de grootste in Europa. Een stuk van de meteoriet - toch ook al 435 kilo - ligt in onze Galerij van de Dinosauriërs

Doodsteek voor dino’s

Dé bekendste en ‘invloedrijkste’ meteoriet is het meer dan 10 kilometer grote exemplaar dat 66 miljoen jaar geleden de dinosauriërs de doodsteek gaf. De krater in de Golf van Mexico – de Chicxulub-krater van 180 kilometer doorsnee en 20 kilometer diep – is ter plekke amper te zien, maar de inslag liet genoeg andere sporen na, zoals dooreengeschudde kwartskristallen, verkoolde plantenresten en waterdiertjes, tektieten (aardse steentjes die door de impact smolten), en een duidelijke geologische handtekening bijna overal ter wereld: een klei- of zandsteenlaag met verhoogd iridiumgehalte. Er zit veel meer iridium in meteorieten dan in aardse gesteenten, dus is die laag wellicht gevormd door het neergedwarrelde stof na de ontploffing. Ze wordt aangeduid als de Krijt-Tertiair-grens.

Boven die grens vinden paleontologen geen grote dinosaurusfossielen meer. Groepen ongewervelden, vogels en zoogdieren wisten die massa-uitsterving wel te overleven, kenden nadien een enorme bloeiperiode en werden steeds diverser. De mens was er dus waarschijnlijk nooit geweest zonder die enorme meteoriet.

 

Het symposium ‘From dinosaurs to meteorites’ vond plaats in ons Instituut op 14 november 2014. Sprekers waren: Philippe Claeys (Vrije Universiteit Brussel), Pascal Godefroit (Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen), Koen Stein (Vrije Universiteit Brussel), Daniel Herwartz (Universität zu Köln), Vinciane Debaille (Université Libre de Bruxelles), Steven Goderis (Vrije Universiteit Brussel), Lidia Pittarello (Vrije Universiteit Brussel) en Bernard Charlier (Université de Liège).


Na afloop werd de Antarctische meteoriet officieel ingehuldigd in de vaste tentoonstelling 250 Jaar Natuurwetenschappen.

 

Klik op de afbeelding bovenaan om de slideshow te openen.

 

 

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top