Wie waren de mensen van Lascaux?

Een van de grottekeningen in de Lascaux-tentoonstelling in het Jubelpark
25/02/2015
Wie waren de mensen van Lascaux?
post by
Reinout Verbeke

In het Jubelparkmuseum loopt nog tot 12 april de expo Lascaux, over de wereldberoemde grotschilderingen van meer dan 17.000 jaar oud. Wat weten we over de levenswijze van de prehistorische mensen van Lascaux? Onze experts Patrick Semal en Mietje Germonpré keren even terug in de tijd.

Ons Museum droeg een paleolithisch steentje bij aan de Lascaux-tentoonstelling met onder meer een holenleeuw, een reuzenhert en een babymammoet. Ook te bewonderen: de tegel van Chaleux uit een grot in het zuiden van de provincie Namen, met gravures die enkele dieren van toen voorstellen. Wie waren de mensen die de prachtige kunst maakten van Altamira (Noord-Spanje) over Lascaux (Dordogne, Frankrijk) tot hier bij ons?

‘Mochten de mensen van Lascaux in moderne kleren rondlopen in het centrum van Brussel, zouden we niet eens opkijken.’ Patrick Semal, hoofdconservator en paleo-antropoloog van ons Instituut beklemtoont de gelijkenissen tussen ons en de cro-magnonmens uit het Magdalénien (10.000 tot 17.000 jaar geleden). ‘Anatomisch gezien zijn ze volledig modern. Uiteraard zijn er verschillen, net zoals een Aboriginal uit Australië vandaag verschilt van een West-Europeaan, ook al behoren we tot dezelfde soort.’

Hebben wij een verkeerd beeld van die zogenaamde ‘holbewoners’?

‘Het is alvast een misvatting dat ze in grotten woonden. Zelfs niet om te slapen. Het is daar gewoon veel te koud. Ze leefden vóór de grotten, buiten dus. Ze gingen wel in die grotten om schilderingen aan te brengen.’

Waarom al die moeite om reusachtige dieren op rotswanden te schilderen?

‘Eerlijk? Niemand weet het zeker. Was het een jachtritueel? Of iets religieus? Die donkere, onderaardse wereld van de grot moet voor hen heel mysterieus geweest zijn. Mogelijk zit er een specifieke bedoeling achter de schilderingen, maar het zou evengoed kunnen dat ze het gewoon deden omdat ze het mooi vonden. Waarom hebben de middeleeuwers kathedralen gebouwd? Waarom maken mensen kunst?’

Hoe leefden de mensen van Lascaux?

‘Het gaat om mensen die leefden voor de landbouwrevolutie, het waren dus nog jager-verzamelaars. Anders dan velen denken hadden mensen ten tijde van Lascaux veel meer vrije tijd dan wij. Voor de basisbehoeften, zoals voedsel, veiligheid en warmte, hadden ze waarschijnlijk maar drie à vier uur nodig. De rest van de dag konden ze naar believen invullen. Ze konden tijd met hun familie doorbrengen, naar de sterren kijken, of zich bezighouden met kunst. Wel waren ze veel kwetsbaarder dan wij. Een hongersnood of droogte had veel grotere gevolgen voor hen dan voor ons.’

Was hun samenleving ‘gelijker’ dan de onze, was de welvaart eerlijker verdeeld?

‘Dat weten we niet zeker. Wanneer we graven vinden, weten we nooit of die mensen representatief zijn voor de hele samenleving. Misschien waren er individuen die meer geprivilegieerd waren dan anderen, die begraven werden met sieraden, en werd de rest in het water geworpen. Maar we weten het dus niet. Het is zelfs nog moeilijker dan dat, want we hebben geen graven van volwassenen teruggevonden uit het Magdalénien. Er zijn wel rijke graven met mooie ivoren sieraden gevonden uit het Gravettien, een periode die het Magdalénien voorafgaat. Maar er was veel variatie, zelfs binnen dezelfde cultuur. Zo hadden de mensen in West-Europa andere begrafenisrituelen dan in het oosten van ons continent.’

Neanderthalers zijn uw specialiteit. Waren zij zoveel primitiever dan de mensen van het Magdalénien?

‘Dat beeld is vooral ontstaan doordat we zo weinig over hen weten. Vaak wordt gezegd dat neanderthalers opportunisten waren, dat ze hun stenen opraapten waar ze lagen, in tegenstelling tot de moderne mens die soms honderd kilometer reisde om aan grondstoffen te raken. Ook zeggen sommigen dat ze gespecialiseerd waren in de jacht op grote zoogdieren, zoals mammoeten, neushoorns en paarden. Maar onderzoek heeft aangetoond dat neanderthalers ook wortels van waterlelies aten, mogelijk in grote hoeveelheden. Het waren dus omnivoren, geen carnivoren. Het is trouwens vreemd dat hun werktuigen niet echt gemaakt waren om op grote dieren te jagen, al hebben ze die blijkbaar wel bejaagd.’

Een groot dier doden is niet zonder risico, zeker met eenvoudige wapens. Hoe deden ze dat?

‘Om ons voor te stellen hoe ze zo’n dier konden doden, kunnen we kijken naar hoe de pygmeeën in Afrika een olifant bejagen. De lederachtige huid van zo’n olifant is dik, daar raken pijlen moeilijk doorheen. Dus richten pygmeeën hun boog op een kwetsbaar punt: de aars van de olifant. Als ze raak treffen, loopt de olifant vier of vijf dagen mankend weg, tot hij in elkaar zakt. De pygmeeën die de olifant al die tijd achterna zaten, hebben op die manier de kolos overmeesterd.’

Dus u denkt dat ook neanderthalers op die manier te werk gingen?

‘Nee, dat niet. De mammoeten hadden trouwens een anale flap: een driehoekige verbreding van de huid aan de bovenkant van de staart die ook bedekt was met haar. Dat weten we door mammoetkadavers die in de permafrost van Siberië bewaard bleven. Die anale flap diende om de ingewanden van de mammoet te beschermen tegen de koude.

Maar het is wel heel waarschijnlijk dat ook de prehistorische mensen eerst de prooi verwondden en dan het bloedspoor volgden om het dier af te maken, wanneer het te uitgeput was om nog verder te vluchten.’

De wapens van de neanderthalers waren nog primitief. Mogen we zeggen dat de Magdalénien-mensen van Lascaux een stuk geavanceerder waren?

‘Ik weet niet of “geavanceerd” de juiste term is. Ze waren anders. Op dezelfde manier kan je de vraag stellen of de huidige Bosjesmannen in Afrika of Yukaghir in Siberië minder geavanceerd zijn dan wij. Ze leven gewoon anders, meer niet. Maar goed, in zekere zin waren de wapens van de Magdalenianen wel geavanceerder. Ze hadden wapens die toelieten om op grotere afstand dieren te treffen. Wat ze ook voorhadden op de neanderthalers – die trouwens veel eerder leefden – is dat ze honden hielden. Elke samenleving die honden kan inzetten, heeft een enorme voorsprong op een samenleving dat niet doet.’

 

‘Volgens mij fungeerden prehistorische honden vooral als lastdieren’, zegt Mietje Germonpré. Zij is als paleontologe bekend om haar onderzoek naar de domesticatie van prehistorische honden. Ze onderzocht onder meer de hondenschedel van Goyet, uit een grot in de buurt van de stad Namen, van ongeveer 36.000 jaar oud. ‘Als we naar de huidige Inuit en indianen kijken, zien we dat ook bij hen honden een belangrijke rol spelen als pakdier. Sledes kwamen er bij de mensen ten tijde van Lascaux niet aan te pas, want die zijn er hoogstwaarschijnlijk pas na de ijstijd gekomen. Ik  vermoed dat de prehistorische honden geen echte jachthonden waren, omdat de jacht een bijzonder moeilijke aangelegenheid is.’

Klopt het cliché van de man die jaagt en de vrouw die bessen raapt?

‘Ja, hoogstwaarschijnlijk wel. Bij jager-verzamelaars jagen de mannen en zoeken de vrouwen knollen of bessen. Jagen is, zoals gezegd, uiterst moeilijk. Etnografisch onderzoek heeft aangetoond dat de beste jagers ongeveer veertig jaar oud zijn. Er is zo’n twintig à dertig jaar ervaring nodig om een succesvolle jager te kunnen worden. Die ervaring konden vrouwen simpelweg niet opbouwen, omdat ze voor hun kinderen moesten zorgen. Jagen met een baby gaat niet. Wel konden ze af en toe helpen met een drijfjacht, maar in het algemeen was het mannenwerk.’

Wat gebruikten ze van de gedode dieren?

‘Alles. Het vlees, het vet, het merg, de hersenen … Het vlees van het wild is zelf heel mager, de  mensen waren vooral op zoek naar vet. Ze klopten ook de beenderen open om het merg eruit te halen. Maar niet alles was om op te eten.  Van de vacht maakten ze kleren, of leer voor schoenen en tentbedekkingen. De ligamenten en zenuwen gebruikten ze dan weer om koorden te maken.’

Tot slot: Hebben moderne mensen de mammoeten om het hoekje geholpen?

‘Daar is nog discussie over. Zijn ze uitgestorven door overbejaging of door de klimaatopwarming op het einde van de laatste ijstijd? In ieder geval hadden de mammoeten het moeilijk met de opwarming van het klimaat. Maar de vorige ijstijden eindigden ook met een opwarming, en toen overleefden ze wel. Dus waarschijnlijk was de mens toch een extra bezwarende factor.

Op het einde van laatste ijstijd waren de meeste mammoeten uitgestorven. Alleen op een paar eilanden in de noordelijke ijszee hebben ze nog langer geleefd, tot aan het tijdperk van de farao’s. Zowel op genetisch als op ecologisch vlak deden de mammoeten het op die eilanden heel goed. Maar ook daar zijn ze plots verdwenen, in een periode waarin het klimaat vrij stabiel was. Het uitsterven van deze laatste mammoetpopulatie is dus misschien toch te wijten aan de mens.’

Klik op de afbeelding bovenaan om meer foto's te zien.

Interview: Isaac Demey

De expo Lascaux loopt nog tot 12 april 2015 in het Jubelparkmuseum, en op 7 mei opent in ons Museum voor Natuurwetenschappen de Galerij van de Mens, een vaste tentoonstelling over onze evolutie en de ontwikkeling van ons lichaam. Bekijk ook het interview van onze archeoloog Laurence Cammaert over Lascaux en onze toekomstige Galerij van de Mens.

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top