Entomologen houden invasieve plaagmieren in de gaten

De invasieve mierensoort van de Tapinoma-groep, ook wel 'plaagdraaigatje' genoemd, in Oostende. (Foto: Thomas Parmentier, KBIN)
16/06/2015
Entomologen houden invasieve plaagmieren in de gaten
post by
Reinout Verbeke

Entomologen van het Koninklijk Belgische Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) houden in Oostende een mierensoort uit de Tapinoma-groep in de gaten. Het is een invasieve mier zoals de plaagsoort Lasius neglectus, waarvan de insectenexperts kolonies monitoren op vijf plaatsen in België.

Onderzoekers van ons Instituut merkten vorig jaar in Oostende een mierenkolonie op van het zogenaamde ‘plaagdraaigatje’ (Tapinoma sp. Magn.). Het was de eerst keer dat de soort in ons land werd gespot. ‘De soort vertoont gelijkaardig gedrag als de plaagmier: de mieren bouwen grote nesten en foerageren op alles’, zegt entomoloog Wouter Dekoninck (KBIN). ‘We zien dat het nest zich aan het uitbreiden is. Het heeft zich van de ene kant van de straat uitgebreid naar de andere kant. En we vermoeden dat de kolonies zich heel gemakkelijk verder verspreiden.’ In Duitsland zijn al een aantal probleemsites bekend.

Plaagmieren bouwen superkolonies die verschillende honderden vierkante meters kunnen beslaan. Dekoninck: ‘Eigenlijk gaat het om een netwerk van aaneengesloten kleinere nesten. De paring gebeurt in of rond het nest. De koningin of enkele nieuwe koninginnen splitsen zich dan af met een deel van de werksters in de buurt van het oorspronkelijke nest. Het probleem is dat die mieren een heel gebied gaan monopoliseren en domineren, waardoor de inheemse fauna (mieren en andere insecten) eronder lijden.’ In tegenstelling tot veel andere geïmporteerde mierensoorten zijn de plaagmier en deze nieuwe Tapinomasoort, voor ons land, in staat om koude winters te overleven.

Monitoring op vijf plaatsen

Het KBIN brengt de verspreiding van de plaagmier ondertussen op vijf plaatsen in kaart: in het Gentse Citadelpark, in Aalst, Bonheiden, Jodoigne (Geldenaken) en Flémalle. ‘Net zoals de gewone wegmier geeft de plaagmier problemen binnenshuis door eten te zoeken’, zegt Dekoninck. ‘Maar de plaagmier komt voor in exponentieel grotere aantallen. Soms zitten miljoenen mieren in een vals plafond. Op straat palmen ze makkelijk twintig of dertig meter van een voetpad in.’ Bij een lokale mierenplaag is doelgerichte bestrijding met insecticiden voorlopig de efficiëntste oplossing, en daarna een goeie opvolging om te zien of alle koninginnen weg zijn.

 

Klik op de foto bovenaan om er meer te zien

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top