Biodiversiteit en ontwikkelingssamenwerking: twee kanten van dezelfde medaille

Visual van de dag “Biodiversiteit en ontwikkeling: erfgoed op wereldschaal” op 26.11.2015
18/12/2015
Biodiversiteit en ontwikkelingssamenwerking: twee kanten van dezelfde medaille
post by
Reinout Verbeke

Hoe kunnen we de biodiversiteit in ontwikkelingslanden beschermen en tegelijk hun ontwikkeling op een duurzame manier stimuleren? Het was de centrale vraag op het symposium ‘Biodiversiteit en Ontwikkeling, erfenis op wereldschaal’, georganiseerd door ons programma CEBioS. Meer dan twintig sprekers gaven voor een volle zaal hun kijk op het belang van soortenrijkdom en ecosystemen in ontwikkelingslanden.

Het leven op aarde heeft al vijf massa-uitstervingen meegemaakt, waarvan de laatste - 65 miljoen jaar geleden - onder meer de dinosauriërs uitroeide. Een aantal wetenschappers op het CEBioS-symposium sprak onomwonden van een zesde uitstervingsgolf vandaag, veroorzaakt door de mens. Door massale habitatvernietiging, vervuiling, overbejaging en introductie van exoten beleven we een biodiversiteitscrisis die volgens veel aanwezige experts minstens evenveel aandacht verdient als de klimaatverandering.

De bescherming van de soortenrijkdom gaat hand in hand met ontwikkelingssamenwerking. 'Mensen in de laagst ontwikkelde landen zijn voor hun overleving enorm afhankelijk van producten uit lokale ecosystemen', zei minister Alexander De Croo (Open VLD) in zijn openingstoespraak. 'Zonder het water, voedsel, hout en de geneeskrachtige planten in hun directe omgeving zijn ze kansloos. Als hun bronnen ontgonnen zijn, hebben ze vaak geen andere keuze dan te migreren.' De recente migratiestromen vanuit de Sahel richting Europa zijn deels te verklaren door die 'milieustress'.

In 2015 - tijdens het Europese jaar voor Ontwikkeling - ontwikkelden de Verenigde Naties de ‘Sustainable Development Goals’. Ze moeten ervoor zorgen dat tegen 2030 honger en extreme armoede de wereld uit is en het land en water op onze planeet duurzaam worden beheerd. 'De biodiversiteit beschermen ten voordele van toekomstige generaties stimuleert de lokale economie, helpt conflicten te vermijden, en zorgt voor stabiliteit op lange termijn', aldus nog De Croo.

Biodiversiteitsmanagers

Biodiversiteit vrijwaren en armoede voorkomen kan alleen als de lokale bevolking aangemoedigd wordt hun natuurlijke rijkdommen duurzaam te beheren. Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen ontvangt daarom al jaren taxonomen en andere biologen uit ontwikkelingslanden, onder meer via het Global Taxonomy Initiative. Zij komen naar het KBIN en naar partnerinstellingen voor training en krijgen daarbij toegang tot al onze wetenschappelijke databanken en collecties. Ook ter plaatse organiseren we samen cursussen.

Kruisbestuiving tussen onze biologen en lokale collega's biedt nieuwe perspectieven. Vorig jaar werd onder impuls van KBIN-bioloog Erik Verheyen het Centre de Surveillance de la Biodiversité (CSB) opgericht aan de Universiteit van Kisangani (Democratische Republiek Congo). Het centrum, met 38 wetenschappers en technici, wil het onderzoek naar biodiversiteit in het Congobekken stimuleren door Congolese, Belgische en internationale onderzoekers samen te brengen.

Samenwerking leverde al concrete resultaten op. Zo inventariseerden entomologen Patrick Grootaert (KBIN) en Jean Lambert Wetsi Lofete (Universiteit van Kisangani) de eetbare rupsensoorten in het regenwoud rond Kisangani. Grootaert: 'Er is een gebrek aan grote zoogdieren en apen in die wouden, dus haalt de bevolking haar proteïnen onder meer uit insecten.' De onderzoekers speurden de lokale markten af om te zien welke rupsen worden verkocht, wanneer ze precies worden verzameld, welke plaatselijke namen ze kregen, en op welke waardplanten ze voorkomen. Zo kwamen ze tot een regionale atlas van eetbare rupsen van vooral nachtpauwogen. 'We moeten de eetbare rupsen duurzaam leren beheren, met goede reglementering van de overheid, zodat de toekomstige generaties ze ook kunnen exploiteren', zegt Wetsi Lofete. De onderzoekers lichtten de bevolking al uitgebreid in via presentaties.

Waterkwaliteit

Taxonomie, het beschrijven, identificeren en klasseren van soorten, kan ook bijdragen tot de verbetering van waterkwaliteit in ontwikkelingslanden. KBIN-bioloog Frank Fiers deed samen met Moïssou Lagnika (Université d'Abomey-Calavi) onderzoek naar drinkwaterputten in Benin. In het putwater leven roeipootkreeftjes (copepoden). Aan de hand van de soortensamenstelling kunnen lokale taxonomen snel inschatten of het water gecontamineerd is met oppervlaktewater, want daarin leven andere soorten. Een chemische analyse kan daarna uitsluitsel brengen hoe drinkbaar het putwater nog is, van groot belang voor de lokale bevolking. Patrick Martin (KBIN), leider van het project, onderzoekt nu samen met Lagnika de wormensoorten in het Beninese putwater, en hoe ze informatie kunnen opleveren over de waterkwaliteit.

Luisteren naar lokale bevolking

Het is cruciaal dat de lokale bevolking actief betrokken wordt bij nieuwe beschermingsmaatregelen. Alleen dan maken de initiatieven kans op lange termijn te slagen. Neem nu het 'Termit en Tin Toumma'-natuurreservaat in Niger, met 100.000 vierkante km het grootste van Afrika. Conservatiebioloog Roseline Beudels van ons Instituut bracht de sterk bedreigde Mendes-antilope (Addax nasomaculatus) in het gebied in kaart, en zette zich mee achter de bouw van het reservaat. Maar oorlogen, exploitatie van nieuwe olievelden, jacht en overbegrazing door veeteelt doen de antilopenpopulaties toch verminderen. Beudels: 'De beste garantie om het reservaat te vrijwaren van verdere verstoring is sterk samen te werken met de gemeenschappen, door de lokale leiders, ngo's en scholen bij de conservatie van de diersoorten te betrekken.'

Onderzoekers en ontwikkelingswerkers moeten eerst proberen de plaatselijke cultuur te begrijpen en nagaan welk belang de lokale mensen zien in de bescherming van biodiversiteit. Bruusk ingrijpen in de dagelijkse gewoonten is vaak nefast, bleek uit het afsluitende debat met natuurwetenschappers, sociale wetenschappers en ngo-medewerkers uit binnen- en buitenland. Onderzoekster Laura Loko van de Universiteit van Abomey-Calavi in Benin gaf een eenvoudig voorbeeld: 'Ontwikkelingswerkers bouwden een nieuwe waterput in een dorp, maar beseften niet dat de vrouwen liever tien kilometer wandelden naar de oude put om vrijuit te kunnen praten over hun mannen!'

Gemeenschappelijke erfenis

Op het symposium hoorden we onder meer nog Daniel Pauly (University of British Columbia) over de alarmerend sterke daling van de visbestanden wereldwijd, Richard Kock (Royal Veterinary College, University College London) over de relatie tussen gezondheid, biodiversiteit en ontwikkeling en Pierre Meerts (Université Libre de Bruxelles) over de enorme metaalvervuiling rond de mijnsites van Katanga in de Democratische Republiek Congo. 'Het kortetermijndenken van de mens zit ingebakken in de genen, en speelt ons parten', zegt Luc Janssens de Bisthoven, hoofd van CEBioS. 'Maar de menselijke creativiteit kan daartegen ingaan en langetermijnstrategieën ontwikkelen om het tij te doen keren. Politici moeten creatiever durven denken en moeten de blik verder richten dan de volgende verkiezingsslag. Het is ook de hoogste tijd om de krachten te bundelen tussen wetenschappers, burgers, ngo's, overheid én privésector.'

'Biodiversiteit is niemands 'eigendom', maar een gemeenschappelijke erfenis', besluit Roseline Beudels. 'We zijn verplicht mee te werken aan de conservatie ervan. Dat is ieders verantwoordelijkheid.'

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top