Taxidermie, een beroep in beweging

Christophe De Mey - Museum taxidermist (Photo: Thierry Hubin / RBINS)
15/01/2016
Taxidermie, een beroep in beweging
post by
Yannick Siebens

Een goede taxidermist verenigt vaardigheden van anatomen, naturalisten en kunstenaars. Het is een opmerkelijk en zeldzaam beroep, maar de laatste jaren hip en jong. We gingen langs in de werkplaats van onze taxidermist Christophe.

Taxidermie was lange tijd beladen met negatieve connotaties. Een taxidermist zet dode dieren of ‘kadavers’ op. Vandaag oefenen in België maar een twintigtal mensen het beroep uit. De wetgeving in België is vrij streng en de reglementeringen verschillen voor Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Maar met CITES, de internationale overeenkomst over de handel in dieren en planten die verschillende dieren beschermt, moet iedereen rekening houden. 

Taxidermisten zijn sleutelfiguren in elk natuurhistorisch museum. Ze prepareren nieuwe collectiestukken (gedeeltelijk of volledig) of restaureren oude specimens voor nieuwe tentoonstellingen. Onze eigen taxidermist Christophe Demey werkt meestal voor de wetenschappelijke collecties. Hij prepareert dan zoveel mogelijk dieren van zoveel mogelijk soorten. De afgewerkte specimens gaan naar de bewaarplaatsen, waar ze vele decennia later nog door wetenschappers kunnen worden onderzocht, voor morfologische analyses of DNA-onderzoek. 

Voor de tentoonstellingen moeten de specimens ‘levensecht’ zijn: zorgvuldig opgezet, met veel aandacht voor de positie en de afwerking. Daarvoor wordt het stoffelijk overschot van een dier soms volledig vanaf nul geprepareerd. Zo zijn voor de expo Babydieren in 2014 nog enkele nieuwe vogels opgezet. Maar vaker restaureert de taxidermist opgezette dieren uit onze bewaarplaatsen en daar zitten soms nog exemplaren uit de 19de eeuw tussen. 

Er wacht Christophe een grote uitdaging: tegen de heropening van het KMMA (het Afrikamuseum van Tervuren) mag hij 131 collectiestukken restaureren, waaronder de legendarische giraf, olifant en zebra’s. ‘Het is een omvangrijke opdracht die niet te onderschatten valt, maar het is ook een eer dat wij hiervoor in aanmerking komen.’

Nieuw leven

Elke week belanden nieuwe kadavers op het Instituut. Het zijn dieren die zijn omgekomen in het verkeer, overleden in dierentuinen of revalidatiecentra. Eerst worden alle dieren die binnenkomen ingevroren. Dieren die niet in aanmerking komen om op te zetten, gaan naar de osteoloog van het Instituut, die de skeletten prepareert voor bewaring.

Om het dier ‘nieuw leven in te blazen’, moet de taxidermist het eerst stropen met scalpel en schaar, waarbij hij het dier binnenstebuiten keert. Hij snijdt zoveel mogelijk vlees weg om rotting te voorkomen. Zelfs de dunne, langgerekte vleugelspiertjes moeten eruit. Vervolgens gaan de specimens in een looibad en worden ze gewassen. Daarna weken de dieren nog even in verdunde alcohol, en gaan ze de droogtrommel in, met daarin houtschilfers die het droogproces versnellen. Bij vogels wordt de schedel behouden omdat de bek eraan vastzit, bij zoogdieren gaat de schedel eruit, wordt hij ontvleesd en teruggeplaatst, of vervangen door een kunstschedel.

En dan komt de bioloog en kunstenaar in de taxidermist naar boven: hij maakt op basis van de afmetingen van het vlees en naargelang de gewenste houding een kunstbody – vaak van polyurethaan hardschuim – waar dan de huid over wordt geplaatst. Nu is die body nog handgemaakt, maar intussen zijn er proeven aan de gang met 3D-printers. Het oeroude beroep is volop in beweging. Christophe verkiest natuurlijke houdingen en uitdrukkingen. ‘Het in positie brengen van de ogen van uilen en roofvogels of die van andere vogels zijn zeer verschillend. Als je de oogkas van uilen kan behouden is het vaak mooier en oogt het natuurlijker dan als je er een kunstoog in plaatst. Ik zou in de toekomst ook graag houdingen uit de natuur weergeven: roofdieren die een prooi vangen of parende vogels en zoogdieren.’

Taxidermie is 'in'

Er zijn heel wat jonge mensen die taxidermist willen worden. In België is het beroep sinds 2014 ocieel erkend, maar voorlopig bestaat er nog geen gecertifieerde opleiding taxidermie, wel in Nederland en Groot-Brittannië. Sinds kort heeft Christophe stagiairs - meestal geneeskundestudenten of biologen - die hij de kneepjes van het vak leert. Zoals hij zelf jaren geleden werd opgeleid door de taxidermist van het Instituut. ‘Ik kreeg de smaak te pakken en kreeg de kans haar op te volgen. Het is een delicaat proces, waarbij je nauwkeurig te werk moet gaan en alternatieven moet zoeken voor producten die nu niet meer gebruikt mogen worden’.

Christophe restaureert dus niet alleen, hij ontwikkelt ook nieuwe methodes. Eén van de problemen bij opgezette dieren is dat kunstlicht het donkere pigment mettertijd doet verbleken, terwijl licht pigment verdonkert. Het is aan de taxidermist om te experimenteren met verschillende producten om een langdurig en kwalitatief resultaat te krijgen.

Michèle Monsieurs helpt Christophe tijdens haar stage. Ze is bezig aan een jan-van-gent. ‘Ik was altijd al in de natuur geïnteresseerd en ik werk graag met mijn handen. Ik vind taxidermie kunst, het is precisiewerk en je moet kunstzinnig zijn in de afwerking en het schilderen van snavel enpoten. Ja, ik heb mijn roeping gevonden. Ik studeerde secretariaat-talen en vond het jammer dat ik niet naar het kunstonderwijs mocht, maar nu heb ik na een aantal jaren kantoorjobs toch gevonden wat ik zocht. Ik ga nu proberen van deze hobby mijn beroep te maken.’ Taxidermie is zeker aan een opmars bezig en de opvolging is verzekerd!

 

Onze tentoonstelling WoW - Wonders of Wildlife, met spectaculaire taxidermie, loopt nog tot 28 augustus 2016.

Categorieën: Tentoonstellingen, Collecties
Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top