Narwal in Schelde wellicht gestorven door verhongering

De narwal voor de autopsie (Foto KBIN-OD Natuur).
03/05/2016
Narwal in Schelde wellicht gestorven door verhongering
post by
Sigrid Maebe

De narwal die op 27 april dood werd aangetroffen in de Schelde, aan de sluis van Wintam (Bornem), is wellicht gestorven door verhongering. Dat heeft de autopsie uitgewezen. Het is de allereerste keer dat dit Arctische zeezoogdier in België gerapporteerd is.

Wetenschappers van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen en de universiteiten van Gent en Luik voerden afgelopen vrijdag een autopsie uit op de gestrande narwal. Het dier was in verregaande staat van ontbinding, waardoor het moeilijk is de doodsoorzaak zwart-op-wit vast te stellen.

Op het kadaver waren alvast geen sporen van een aanvaring te zien. Volgens de wetenschappers is het dier door verhongering gestorven. Die hypothese lijkt aanvaardbaar, onder meer omdat de narwal tot vele duizenden kilometers van zijn normale verspreidingsgebied afgedwaald was.

Het dier had geen voedselresten in de maag, maar wel stukjes plastic en geërodeerd drijfhout. Die komen geconcentreerd voor in bepaalde delen van de Schelde, een mogelijke aanwijzing dat de tandwalvis niet in de Noordzee aan zijn einde kwam, maar de Schelde nog is opgezwommen en daar kort nadien stierf. Het dier was al één tot twee weken dood voor het door twee wandelaars is ontdekt aan de sluis van Wintam bij Bornem.

Voorts toonde de autopsie aan dat het dier hartproblemen had en een vergrote schildklier. Verschillende onderzoeken, onder meer een genetische studie en één naar parasieten, zijn nog aan de gang.

De gestrande narwal was een jong mannetje van 3,04 m lang, met een omtrek van 1,81 m en een slagtand van 70 cm (de slagtand van mannetjes kan tot 3 m lang worden). Het dier woog 290 kg, meer dan 150 kg te weinig voor een dier van deze lengte.

In België werd nog nooit een narwal gerapporteerd. In Nederland is er één geval beschreven uit 1912, in de toenmalige Zuiderzee (nu IJsselmeer). In de rest van Europa zijn maar een handvol waarnemingen bekend. Doorgaans blijven narwallen in het hoge noorden, ten noorden van 70 graden noorderbreedte, in de Arctische wateren van Rusland, Groenland en Canada. Dit is wellicht de meest zuidelijke waarneming ooit in Europa.

Het skelet zal in de collecties van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen worden bewaard. Het KBIN wil al wie betrokken was bij de ontdekking, het uit het water halen, het transport en de autopsie van dit uitzonderlijke dier, hartelijk bedanken voor de medewerking.

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top