‘Taxonomen zijn bedreigde soort’

Taxonomen-op-rust Patrick Grootaert en Léon Baert in een van de bewaarzalen van het Instituut.
18/01/2017
‘Taxonomen zijn bedreigde soort’
post by
Reinout Verbeke

Taxonomen beschrijven, definiëren en benoemen het leven op aarde. Dat basiswerk is nodig om de slinkende biodiversiteit te kunnen beschermen. Maar taxonomen zijn zelf een bedreigde soort aan het worden, getuigen twee ervaren rotten aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.

De Oostelijke gorilla, de addax-antilope, de zee-engel, de gouden klompvoetkikker, de zwartvleugelspreeuw of de Hawaiiaanse palm. Mocht niemand deze dieren en planten ooit wetenschappelijk hebben beschreven, zouden we ze vandaag – nu ze ernstig bedreigd zijn – moeilijk kunnen beschermen. ‘Je moet weten wát je beschermt’, legt taxonoom Patrick Grootaert uit. Eind 2016 nam hij samen met collega Léon Baert, na een rijke carrière, afscheid van de dienst Entomologie – zeg maar insectenkunde – van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN).

Een slordige 1,9 miljoen diersoorten hebben zo’n wetenschappelijke ‘identi-kit’ gekregen. En dat is een peulschil, want miljoenen – schattingen gaan van 8,7 miljoen tot zelfs 50 miljoen – dieren kruipen, vliegen of zwemmen nog anoniem rond. ‘Ik denk dat we nog maar 10 hoogstens 20 procent van de fauna kennen,’ zegt Grootaert, ‘en veel dieren verdwijnen nog voor we ze hebben beschreven.’

In het rood

De recentste update van de rode lijst van de Internationale Unie voor Natuurbehoud (IUCN) liegt er niet om: van 85.604 onderzochte soorten zijn 24.307 met uitsterven bedreigd. Wetenschappers spreken onomwonden van een biodiversiteitscrisis en een zesde massa-uitsterving. De vorige veegde 65 miljoen jaar geleden alle niet-vliegende dino's van tafel.

Habitatverlies, roofbouw, vervuiling, klimaatverandering, concurrentie door exoten,… ze treffen niet alleen de 'poster'-dieren, bekend van WWF-campagnes. Op de rode lijst staan ook 394 insectensoorten geklasseerd als uitgestorven. Volgens schattingen gaan er véél meer verloren, tot wel 100 per dag. Maar wélke soorten verdwijnen en wat zijn de gevolgen voor de lokale ecosystemen (denk aan bestuiving)? ‘We hebben er geen idee van, en dat is verontrustend’, schreef insectenspecialist Axel Hochkirch begin november nog in Nature. Hij pleit voor meer investeringen in taxonomie.

Geen postzegels

Taxonomen staan met beide benen op de grond, vaak met laarzen of bergschoenen aan. Grootaert – in de wandelgangen wel eens ‘Lord of the Flies’ genoemd – kamt onder meer de mangroves in Singapore uit op zoek naar vliegensoorten, Baert bracht onder andere de spinnenpopulaties van de Galapagoseilanden in kaart. Ze zijn beiden de tel kwijtgeraakt, maar beschreven respectievelijk een goeie 330 en 150 nieuwe soorten voor de wetenschap. Grootaert: ‘Een nieuwe soort vinden is een onbeschrijfelijk gevoel en drijft taxonomen om dit werk hun hele carrière te doen. Maar taxonomie is méér dan postzegels verzamelen. We proberen nieuwe inzichten te krijgen in de biodiversiteit, door bijvoorbeeld wekelijks – met insectenvallen – stalen te nemen in een gebied. Zo zien we op lange termijn fluctuaties in de populaties, leren we hun habitat kennen, weten we hoe verschillende organismen met elkaar interageren. We zitten dus niet in een hoekje met de paardenbril op naar soortjes te kijken! Een taxonoom moet durven kaderen, moet naar buiten komen met zijn werk.’

Dat werk kan de basis vormen voor onderzoek naar soortvorming en naar evolutionaire processen, maar moet ook tot doeltreffendere natuurbescherming leiden. Maatregelen zijn vaak te weinig doordacht, vindt Baert. ‘De biodiversiteit in gebieden verhogen mag geen doel op zich zijn. Je moet de speciale soorten – soorten die typisch zijn voor een gebied – beschermen.’ Hij vertelt over een natuurlijk bronnetje dichtbij het Museum voor Natuurwetenschappen, waarrond paasbloemen en typische spinnensoorten leefden. ‘Het moest plaatsmaken voor een bloemenweide. De biodiversiteit ging wel omhoog, maar met doordeweekse soorten. De typische, speciale soorten waren weg.’

Laatste der Mohikanen

Het gaat met de professionele taxonomen als met de soorten: ze dunnen uit. We tellen nog amper twintig taxonomen in heel België. Grootaert en Baert waren de laatste der Mohikanen op die dienst Entomologie van het KBIN. Tien jaar geleden werkte er nog een dozijn. In het buitenland is het niet anders. 'Taxonomen zijn met uitsterven bedreigd', zegt Baert. ‘Kennis en vaardigheden worden niet overgedragen naar een nieuwe generatie, en gaan verloren.’ Voor veel dierenfamilies is er zelfs niet eens een specialist. Uitstervingen blijven zo onder de rader. Grootaert beaamt: ‘Minder taxonomen is slecht nieuws voor de fauna zelf.'

Waarom zien steeds meer taxonomen hun levenswerk gefnuikt? Besparingen, koerswijzigingen binnen een instituut of weggeduwd door ‘hippere’ wetenschappers bij de verdeling van onderzoeksfondsen. Het imago van deze old school wetenschapstak zit niet altijd mee, en taxonomisch onderzoek haalt zelden toptijdschiften als Nature of Science, waar het in de wetenschap jammer genoeg te vaak om draait.

DNA-barcoding – soorten definiëren op basis van hun genetisch profiel - is vandaag hot en kan de indruk wekken dat ze de klassieke taxonomie, op basis van morfologische (uiterlijke) kenmerken, overbodig maakt. ‘Niets van’, zegt Grootaert fel. ‘Soms zijn dieren uiterlijk identiek, maar verschillen ze genetisch, en omgekeerd! Het is juist de combinatie van genetische en morfologische taxonomie die de beste wetenschap oplevert.’

Biologiedepartementen aan universiteiten of instituten voor natuuronderzoek, zoals het INBO, hebben zelf geen taxonomen aan boord. Die expertise moet van natuurwetenschappelijke instituten komen. ‘En dat zal verwateren’, vreest Grootaert. Baert ziet in zijn specialisatie, de arachnologie, wel al een lichte tegenbeweging: ‘De VS was begonnen met de afbouw van taxonomen: ineens was het allemaal ecologie wat de klok sloeg. Maar ze hebben intussen ingezien dat je daarvoor ook taxonomen nodig hebt.’

Burgerwetenschappers

Er zijn wel steeds meer liefhebbers of – met een hippere term – citizen scientists (burgerwetenschappers) die bijspringen voor veldwerk of om soorten te determineren. Vrijwilligers hebben altijd al bestaan. Darwin zou zijn theorie van evolutie door natuurlijke selectie nooit hebben bedacht mocht hij niet van honderden amateurnaturalisten over de hele wereld bewijsmateriaal hebben gekregen. Baert kon steevast op een tiental amateurs rekenen van de arachnologische vereniging ARABEL, die hij oprichtte. 'Daar zaten biologiestudenten bij, maar evengoed een staalarbeider of een mijnwerker. En die laatsten waren nog de beste!' Grootaert opent intussen fier een bewaarkast: ‘Hier! Veel van mijn werk over vliegen is gebaseerd op de verzamelingen van twee Gentse ‘amateurs’, Maurice Bequaert en Maurice Goetghebuer. Prachtige collectie! Burgerwetenschappers doen uitstekend werk, maar het is geen duurzame oplossing. Je blijft professionelen nodig hebben om de projecten te coördineren, om inzichten te verwerven. Amateurs doen ook vooral waar ze zin in hebben – en wie geeft hen ongelijk, het is hun hobby! – terwijl professionele taxonomen het saaiere, technische werk niet uit de weg gaan, zoals het genoom van soorten uitpluizen op zoek naar verschillen. Burgerwetenschappers zijn nodig, maar kunnen het nijpende tekort aan taxonomen nooit compenseren.’

De twee éminences van het Instituut gaan officieel op rust, maar willen van geen stoppen weten. Grootaert vertrekt eerst voor een half jaar naar Singapore om er zijn werk in de mangroves voort te zetten, Baert is al als vrijwilliger aan de slag: ‘Het werk is niet gedaan. En, eens gebeten altijd gebeten. Daar zal de pensioenleeftijd niks aan veranderen.’

 

Wie zijn ze?
Patrick Grootaert

Patrick Grootaert begon zijn carrière aan de Universiteit Gent en kwam in 1980 naar het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. ‘Ik ben taxonoom geworden nadat ik in mijn eigen tuin vliegensoorten ontdekte die nog nooit waren beschreven. Dat wou ik uitpluizen en zo heb ik zes vrij algemeen voorkomende soorten in België ontdekt die nieuw waren voor de wetenschap. Laatst nog Drapetis bruscellensis, een nieuwe soort gevonden in Brussel.’

Over taxonomie raakt de praatvaar van het KBIN niet uitverteld. ‘Je ontdekt nieuwe organismen, hun vormen en waarvoor ze dienen, hun gedrag - het dansen van vliegen! -, en de enorme verscheidenheid aan soorten!’ De favoriete soort uitpikken die hij beschreef, is moeilijk. ‘Elke soort heeft zijn eigen thematiek. Erg leuk waren de Ngirhaphium-soorten, een nieuw genus dat uitsluitend in mangroves voorkomt. Vliegen van meer dan vijf millimeter, dus relatief groot. Eerst vond ik drie nieuwe soorten in Singapore, dan twee nieuwe soorten in Zuid-Thailand en nu ook in Borneo en Cambodja. Toch wil ik vooral weten welke niche die organismen innemen in de enorm diverse natuur.'

Grootaert is een avonturier. Blijven hem vooral bij: de expeditie in de Sahara, door het regenwoud van Borneo met de kano, de mangroves van Zuid-Thailand, in het Koning Leopold III-station op Laing Island in Papoea-Nieuw-Guinea en natuurlijk de grote Boyekoli Ebale-expeditie op de Congostroom in 2010. ‘Wat een totaalervaring daar in Congo, met honderd wetenschappers samen!’

 

Léon Baert

Begon als ecoloog aan de Universiteit Gent, vooral faunistiek, en verhuisde in 1975 naar het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.

Op aanraden van zijn toenmalige chef Jackie Van Goethem ging hij de spinnenpopulaties van de Galápagoseilanden bestuderen. 'Dat leverde veel onbekende soorten op, en die moesten beschreven worden. Zo word je vanzelf taxonoom.’ Taxonomie is belangrijk in elke biologische discipline, vindt Baert. ‘Ik pleit voor meer taxonomen, en voor meer expedities naar ongerepte natuurgebieden.’ Welk aspect van het werk hem nog het meeste voldoening geeft? ‘Je kunt iemand voor wie je dankbaar bent vereeuwigen. Zo bedacht hij zowel Jacques Brel als zijn echtgenote met een spinnensoort op Galápagos.’

 

 

 

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top