Zo meten geologen hoe een land vervormt na een aardbeving

Katleen maakt interferogrammen door twee satellietbeelden over elkaar te leggen. (Katleen Wils -Contains modified Copernicus Sentinel data 2016-2017)
23/02/2017
Zo meten geologen hoe een land vervormt na een aardbeving
post by
Jonas Van Boxel

Katleen Wils doet onderzoek naar het aardbevingsgebied in Chili. Met satellietbeelden brengt ze de kleinste bewegingen van het aardoppervlak in kaart.

Op Kerstdag 2016 werd het eiland Chiloé, in Zuid-Centraal Chili, getroffen door een aardbeving met een magnitude van 7.6. Duizenden mensen werden geëvacueerd en een paar uur lang was een tsunami-alarm van kracht. Er vielen gelukkig geen slachtoffers en een verwoestende vloedgolf bleef uit.

Chili is een van de meest tektonisch actieve gebieden ter wereld en daarom bijzonder interessant voor Katleen Wils, doctoraatsstudente van de Universiteit van Gent. Zij doet onderzoek naar exact de plek waar de aardbeving op 25 december plaatsvond. Ze gebruikt beelden van de ESA Sentinel-1, een radarsatelliet die elke 12 dagen over het gebied vliegt.

Radarsatellieten zenden elektromagnetische golven uit om een deel van het aardoppervlak te doen oplichten. Door de golven die ‘terugbotsen’ te registreren en te meten kan de satelliet heel wat informatie over het oppervlak afleiden.

Kleuren tellen

Om te weten te komen hoe het aardoppervlak na een beving heeft bewogen, legt Katleen twee satellietbeelden – een van voor en een van na de aardbeving – op elkaar om een zogenoemd interferogram te creëren. De verschillende kleuren wijzen op een faseverschuiving: hoe smaller de randjes, des te groter de deformatie. ’Je moet het aantal banden of fringes tellen. Eén zo’n fringe betekent een verschil van 2,83 cm van/naar de satelliet weg/toe.’

De aardbeving op Kerstdag deed het zuiden van Chiloé enkele tientallen centimeters in westelijke richting bewegen, leidt Katleen af uit het interferogram. En het zuidwestelijke deel steeg, terwijl het zuidoostelijke deel daalde.

Deze ‘deformatiekaart’ helpt om de locatie, de grootte en het type van de aardbeving te bepalen, en modellen voor aardbevingen te verbeteren. Die modellen kunnen helpen het risico op een beving in de toekomst in te schatten.

Een keer per week komt Katleen naar het Instituut om computerberekeningen uit te voeren. Voor de komende vier jaar bestudeert ze elke deformatie, en gaat daarbij terug tot de vroege jaren negentig. In ons Instituut wordt ze bijgestaan door onze geologen Jan Walstra en Vanessa Heyvaert. 

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top