Update over de effecten van windmolenparken in Belgische wateren op het mariene milieu.

Rapport Effecten van windmolenparken op zee: update
17/03/2017
Update over de effecten van windmolenparken in Belgische wateren op het mariene milieu.
post by
Sigrid Maebe

In onze Belgische wateren zijn inmiddels drie windmolenparken operationeel, één is in aanbouw, en nog vijf andere zullen worden gebouwd in de nabije toekomst. Tegen 2019, zal het aantal windmolenparken verdubbeld zijn door de realisatie van de projecten Nobelwind, Rentel en Norther. Deze parken zullen een aantal van de grootste individuele turbines in onze wateren hebben: tot 8,4 MW vermogen en een hoogte van 187 m boven zeeniveau! De OD Nature van het KBIN coördineert de monitoring van de effecten van deze windparken. Het toezichtprogramma mikt op fysische, biologische en socio-economische aspecten van het mariene milieu. De nieuwe onderzoeksresultaten worden nu gepresenteerd in het rapport 2016.

Resultaten: Onderwatergeluid door operationele windmolens

In eerdere rapporten werd het “impuls geluid” bekeken. Dat is het geluid dat geproduceerd wordt tijdens de bouwactiviteiten. In het huidige rapport wordt het continue onderwatergeluid, dat veroorzaakt wordt door operationele wind turbines, gekwantificeerd. Het onderwatergeluid neemt toe met de windsnelheid en is afhankelijk van het type fundering. Voor een gemiddelde windsnelheid van 10 m/s, zal een “stalen monopile” 10 dB meer geluid veroorzaken dan een “jacket fundering”.

Resultaten: Veranderingen in macrobenthos

Veranderingen in de hydrodynamica, de aanwezigheid van fauna op de turbine en de uitsluiting van visserij zouden de belangrijkste invloeden zijn op de macrobenthische gemeenschap in een windmolenpark. Nu werd er onderzocht of eerder waargenomen veranderingen in sediment en macrobenthische gemeenschap ook worden waargenomen op grotere afstanden van de turbines. Er werden stalen genomen in de directe nabijheid van de turbines (50 m afstand) en verder weg (350-500 m afstand). Voor de abiotische factoren werden geen verschillen waargenomen tussen de twee afstanden: alle stalen worden gekenmerkt door grof sediment met een laag moddergehalte en een klein totaal gehalte aan organische stof. De dichtheden van macrobenthos verschilden anderzijds wel tussen de twee afstanden: er waren meer individuen en meer soorten verder weg van het park. Het blijft onduidelijk welke onderliggende ecologische processen verantwoordelijk zijn voor dit verschil want de huidige resultaten zijn niet in overeenstemming met de resultaten van eerdere studies.

Resultaten: invloed op epibenthos en vissen in de zachte substraten

Vele studies hebben het rifeffect op epibenthos en vissen in de onmiddellijke nabijheid van de windmolenfunderingen aangetoond (windmolens worden gekoloniseerd door kleine organismen en die trekken grotere organismen aan), maar de invloed op vis in open water in het bredere windparkgebied is minder duidelijk. In de Belgische windparken waren er aanwijzingen van een aantal effecten verder weg van de windmolens: een verhoging van het epibenthos en een mogelijke 'refugium-effect' (door de afwezigheid van visserij). De eerder waargenomen effecten lijken te zijn verdwenen, en moeten gezien worden als reactie op korte termijn van opportunistische soorten direct na de bouw van de molens. Deze eerder gemelde signalen van een 'refugium-effect' zijn niet meer waargenomen. Langlevende soorten zijn we nog niet tegengekomen, maar die zouden nog een kans krijgen om zich te vestigen wanneer alle parken gebouwd zijn en in het hele gebied een visverbod geldt. Om het effect van windparken op het eetgedrag van demersale vis te onderzoeken, werden analyses op de maaginhoud van de kleine pieterman (Echiichthys Vipera) en schar (Limanda limanda) uitgevoerd in en rond het C-Powerpark. Voor beide soorten zijn er geen significante verschillen in de volheid van de maag van individuen binnen of buiten het windpark. Er werd echter aangetoond dat beide soorten zich sinds de bouw van de windmolens echter wel meer voeden met prooidieren die geassocieerd leven met harde substraten.

Resultaten: Gevolgen van geluid op jonge zeebaars

Het heien van de windmolens in de zeebodem veroorzaakt sterke impulsieve geluiden die de gezondheid en het welzijn van het mariene leven kunnen beïnvloeden. De impact van heien op jonge Europese zeebaars (Dicentrarchus labrax) werd beoordeeld door veld- en laboratoriumexperimenten. Er werd onderzocht of er additionele sterfte, fysiologische stressreacties en veranderend gedrag bij de vissen werd waargenomen. Een veldexperiment op 45 meter van de hei-activiteit, bleek geen acute of vertraagde sterfte te veroorzaken, maar de vissen vertoonden wel sterke secundaire stressreacties, zo is er een daling van 50% in zuurstofverbruik. Ook in de experimenten in het labo, vertoonden de jonge zeebaarzen gedragsreacties: ze verminderden hun zwemactiviteit en stopten alle agressieve contacten met soortgenoten die er in normale omstandigheden wel zijn. Binnen de 25 minuten erna herstelde het normale gedrag zich.

Resultaten: Zeevogels

Jan-van-genten (Morus bassanus) en zeekoeten (Uria aalge) vermijden de eerste twee Belgische windparken volledig. De grote mantelmeeuw (Larus marinus) wordt door deze parken echter aangetrokken. De kleine mantelmeeuw (Larus fuscus), zilvermeeuw (Larus argentatus) en grote stern (Thalasseus sandvicensis) worden aangetrokken door slechts één van beide windparken. Het vermijden van parken door vogels is te interpreteren als verstoring, maar het is moeilijker om een verklaring te vinden voor het feit dat sommige vogels ook aangetrokken worden door de windmolenparken.

Resultaten: Densiteit van bruinvissen in Belgische wateren
Passieve akoestische monitoring van bruinvissen in de periode 2010 en 2015 toont aan dat bruinvissen vooral voorkomen in de late winter en het vroege voorjaar en de nazomer. Dat is in overeenstemming met de resultaten van ons observatievliegtuig en de strandingsgegevens.

Anticiperen op toekomstige ontwikkelingen: Onderwatergeluidsnormen voor het heien

Vanaf 2017 gelden nieuwe reglementen ivm onderwatergeluid en dus moeten er oplossingen gevonden worden om geluidshinder tijdens het heien in de Belgische (en Nederlandse) wateren tegen te gaan. Parkontwikkelaars ontwikkelen al strategieën voor kosteneffectieve geluidsvermindering maar er blijft onzekerheid over het geluidsniveau dat geproduceerd wordt en over het resultaat van deze maatregelen.

Recreatievissers

De sluiting van de windparken voor de commerciële visserij, gecombineerd met deze nieuwe artificiële harde substraten heeft het visbestand in de parken gunstig beïnvloed en kan dus in theorie, mogelijkheden bieden voor recreatieve visserij. In België is recreatieve visserij verboden ​​in het windpark: vissers moeten een minimale afstand van 500 m van de turbines houden. Als gevolg daarvan zeggen minder dan 2% van de Belgische recreatieve vissers dat ze gaan vissen in de omgeving van de windmolenparken, zelfs wanneer 30% tot 40% van de respondenten daar meer en grotere vissen verwacht. 40 % van de vissers zou wel in de parken willen vissen indien het toegelaten was. De handhaving van de sluiting voor de visserij en de scheepvaart is dus van vitaal belang bij het streven naar de oprichting en het herstel van de visgronden in het gebied.

Invloed op het inktvislarven en vislarven

De toename van het aantal windmolens zal de afzetting van vis- en inktviseieren beïnvloeden omdat ook de bodem veranderd is en er meer afzettingsplaatsen zijn. We hadden in de windmolenparken hogere dichtheden van vroege levensstadia verwacht: eitjes bij de harde substraten en larven in de waterkolom. Dit werd onderzocht op de Thorntonbank in 2010 en 2013. De metingen tonen geen significante effecten van het windpark op de kuit, vislarven en inktvislarven. Maar de gegevens zorgen voor een goede basisinformatie over visplankton en inktvislarven die gebruikt kan worden in de toekomstige monitoring.

Zorgen windmolenparken voor voordelen voor ingevoerde soorten op harde substraten?

Windmolenparken op zee, zoals andere kunstmatige structuren in het mariene milieu, worden verondersteld om geïntroduceerde soorten te bevoordelen en dat vormt een bedreiging voor de inheemse fauna. Eerdere rapporten beschreven de kolonisatie van dit nieuwe leefgebied en de opkomende gekende geïntroduceerde soorten in het intergetijdengebied. Nu hebben we geïntroduceerde soorten op de Belgische offshore windparken onderzocht. In het subtidale gebied, zullen de offshore windparken slechts marginaal bijdragen aan de verspreiding van geïntroduceerde soorten omdat er al een enorme hoeveelheid van zowel natuurlijke en kunstmatige hard substraat beschikbaar is in de Noordzee. Maar, voor het intergetijdengebied, kunnen de windparken een groter risico zijn voor de verdere verspreiding van die geïntroduceerde soorten die in helder water leven (en niet aan de kust).

Zeevogelradar

In de windmolenparken worden vogels bestudeerd met speciale vogelradars: ze bieden continue gegevens, op grote schaal en voor vele jaren. Maar de verkregen gegevens bevatten veel verkeerde informatie van andere objecten dan vogels (bijv. zee-oppervlak, schepen, regen). Er werd een  filter ontwikkeld om deze ruis uit de data te filteren. Dit zorgt ervoor dat de flux van vogels nu nauwkeuriger bepaald wordt en bijgevolg ook voor een betere schatting van het aantal mogelijke aanvaringsslachtoffers.

Vleermuizen

Om de risico’s van offshore windparken voor vleermuizen te bekijken, moeten we eerst de verspreiding van vleermuizen op zee bepalen. Gedurende twee volle trekperiodes van vleermuizen, werd een geautomatiseerde akoestische recorder op het Belgische onderzoeksschip 'RV Belgica' geïnstalleerd. Er werden een hondertal akoustische signalen van vleermuizen geregistreerd. Deze behoorden tot vier verschillende soorten. Deze signalen werden allemaal in slechts een paar nachten geregistreerd. In 2015 en 2016 heeft een uitgebreid netwerk van negen “Batcorders” nog extra gegevens in het Nederlandse en Belgische deel van de Noordzee en langs de kustlijn verzameld. Deze instrumenten zullen onze kennis over de impact van windparken op vleermuizen verhogen.

Meer info over windmolenparken in Belgische wateren.

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top