Opknapbeurt voor Mammoet van Dendermonde

De mammoet van Dendermonde krijgt een make-over. Het skelet behoort tot de collecties van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, en staat al sinds 1975 in het Vleeshuismuseum van Dendermonde. (Foto: Anthonie Hellemond)
20/03/2017
Opknapbeurt voor Mammoet van Dendermonde
post by
Reinout Verbeke

Pyrietbloei bedreigde een paleontologische parel: de mammoet van Dendermonde, die tot onze collecties behoort. Museummedewerkers en vrijwilligers staken de handen uit de mouwen om het skelet te restaureren.

1968: de 16-jarige Hugo De Potter vindt in een zandput in Dendermonde, een bot. Zijn biologieleraar denkt dat het een mammoetwervel is. Daarop geeft de uitbater van de zandgroeve De Potter de toestemming de beenderen verder uit te graven. ‘Elke woensdagnamiddag, weekend- en vakantiedag ging ik graven. En dan fietste ik naar huis met het dijbeen van een mammoet. Dat was nogal een attractie in de wijk’, herinnert De Potter zich. In 1972 heeft hij een prachtige collectie mammoetbotten bijeen.

De stad Dendermonde neemt de collectie wel in beslag en later verhuist ze naar ons Instituut. Als De Potter op onze dienst paleontologie komt werken, ziet hij zijn eigen mammoetverzameling terug. Hij helpt het skelet – aangevuld met stukken uit de collecties van het Instituut – op een metalen frame te monteren. Vanaf 1975 krijgt de 29.000 jaar oude parel een plaats op de zolderverdieping van het Vleeshuismuseum van Dendermonde.

Woekerend pyriet

Maar de Dendermondse mammoet wordt – zoals zoveel fossielen – bedreigd door een sluipmoordenaar: pyriet. Het goudkleurige mineraal, ‘gekkengoud’ in de volksmond, groeit als een tumor in de botten en kan zodanig uitzetten dat ze springen of verpulveren. Specialisten van ons Instituut en vrijwilligers van de Belgische Vereniging voor Paleontologie (BVP) besloten het skelet een opknapbeurt te geven.

Ze verwijderden het pyriet zoveel mogelijk met scalpels, naalden en borstels. Dan moest het pyriet binnenin de gefossiliseerde resten gestabiliseerd worden: dat deden ze door ze in te strijken met een alcoholoplossing genaamd - hou je vast - Monoethanolaminthioglykolat. Om de oplossing te verwijderen, spoelden de paleontologen de resten met pure alcohol. Als het behandelde botmateriaal opgedroogd was, kreeg het nog een laag Mowilith, een vorm van polyvinylacetaat opgelost in aceton. Die legt een film rond de fossielen, die ze afsluit van lucht. Dan restte alleen nog wat retoucheerwerk: uitdrogingsbarsten opvullen met modelleerpasta en bijkleuren. ‘De technieken kunnen het aftakelingsproces afremmen maar nooit volledig tegenhouden’, zegt Annelise Folie, conservator van de paleontologische collecties van ons Instituut. 'We zullen de fossielen geregeld moeten nakijken en de behandeling moet over een paar jaar opnieuw worden gedaan.'

Tweeslachtig

De mammoet van Dendermonde is niet in één stuk gevonden (‘gearticuleerd’ noemen paleontologen dat). De 74 skeletdelen komen vermoedelijk van 74 verschillende mammoeten. Het zijn mammoeten die wellicht in het Scheldebekken zijn gestorven en tot op het laagste punt afdreven.

Het specimen is 'tweeslachtig'. ‘De schedel en slagtanden zijn van een mannetje (een stier), het bekken is duidelijk van een vrouwelijke mammoet’, zegt Anthonie Hellemond, voorzitter van de Belgische Vereniging voor Paleontologie, die mee de kar trok voor de restauratie. Het skelet is zo goed als compleet, maar de voet- en handbeentjes ontbreken. ‘De kleine beentjes worden makkelijker meegespoeld door rivieractiviteit en belanden elders. Of ze raken van het skelet verwijderd doordat aaseters, zoals hyena’s, eerst de poten afrukten en meenamen. Op een van de botten zijn trouwens duidelijk vraatsporen van hyena’s te zien.’

Nog meer mammoet

Sinds 1 april kan het publiek de gerestaureeerde mammoet gaan bewonderen in Dendermonde. De restauratie was een mooie samenwerking tussen een federaal onderzoeksinstituut, een stadsbestuur en een vereniging om een bijzonder stuk Belgisch erfgoed te bewaren en het publiek een beeld te geven van de fauna van de ijstijd.

Ons Instituut heeft behalve het mammoetskelet van Dendermonde, ook nog dat van Lier en van Hoboken in haar collecties. De mammoet van Lier – vandaag te zien in ons Museum – was in 1869 het eerste skelet dat je in West-Europa kon bekijken, en het tweede in de wereld, na het natuurhistorisch museum in Sint-Petersburg.

Categorieën: Tentoonstellingen, Collecties
Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top