Oudste voorouder walvis zoog prooi naar binnen

Artistieke impressie van Mystacodon selenensis (Foto: Alberto Gennari)
11/05/2017
Oudste voorouder walvis zoog prooi naar binnen
post by
Reinout Verbeke

Paleontoloog Olivier Lambert van ons Instituut heeft in Peru de oudste voorouder van baleinwalvissen opgegraven. Het fossiel is 36,4 miljoen jaar oud en heeft nog duidelijk tanden. Slijtsporen op de tanden suggereren dat walvissen hun voedsel naar binnen zogen voordat ze baleinen ontwikkelden. Het fossiel doet ook vermoeden dat walvissen hun achterpoten later verloren dan voorheen gedacht.   

Onze collega Olivier Lambert heeft in het zuiden van Peru, samen met buitenlandse collega’s, de oudste voorouder van baleinwalvissen opgegraven. De vondst, beschreven in Current Biology, vult een grote leemte in de evolutie van deze zeezoogdieren. De onderzoekers doopten het 36,4 miljoen jaar oude fossiel Mystacodon selenensis. Het is maar 3,75 à 4 meter lang, kleiner dan eender welke baleinwalvis vandaag – denk maar aan de bultrug of de blauwe vinvis.

Tussenfase: zuigvoeden

Moderne walvissen hebben baleinen: lange keratine repen waarmee ze enorme hoeveelheden kleine vissen en garnalen uit het water filteren. Mystacodon heeft nog tanden. Veel tanden blijken bovenaan ‘afgetopt’, volgens de onderzoekers een van de aanwijzingen dat het dier zijn prooi naar binnen zoog (suction feeding in het Engels). Met de prooi, die hij wellicht dichtbij de bodem vond, kwamen ook zand en kiezels mee, waardoor de bovenkant van de tanden geleidelijk aan afsleet.

Basilosauridae, de nog oudere groep waaruit baleinwalvissen en tandwalvissen (denk aan dolfijnen) afsplitsten, beten hun grote prooien nog in stukken. Zij vertonen slijtage aan de zijkanten van de tanden. Mystacodon illustreert dus een tussenfase van ‘zuigvoeden’, voordat walvissen baleinen ontwikkelden.

De onderzoekers gaan nog de interne structuur van de fossielen bestuderen om na te gaan of Mystacodon aangepast was aan een leven dicht bij de zeebodem. ‘Walvissen die traag zwemmen en bij de zeebodem leven, hebben doorgaans zwaardere botten. Met een zwaarder skelet kunnen walvissen dichter bij de bodem blijven met minder inspanningen.’

Achterpoten verdwenen later

Het bekken van Mystacodon leverde nog een andere verrassing op: er moeten kleine achterpoten aan vast hebben gezeten. Paleontologen dachten altijd dat walvissen hun achterpoten al eerder in de evolutie hadden ‘verloren’, al van bij de Basilosauridae, dus nog voor baleinwalvissen en tandwalvissen van elkaar weg evolueerden. De achterpoten zijn wel al sterk verkort en op weg om te verdwijnen. De studie doet vermoeden dat baleinwalvissen en tandwalvissen de achterpoten onafhankelijk van elkaar verloren.

Lambert en zijn collega’s plannen nog opgravingen in het Pisco Bassin in het zuiden van Peru, om meer walvisfossielen uit verschillende periodes te vinden. ‘Lange tijd was het moeilijk inzicht te krijgen in de evolutie van walvissen omdat de meeste paleontologen te dicht bij huis, in Europa en Noord-Amerika, zochten. Maar belangrijke evolutionaire veranderingen vonden plaats in gebieden die nu India, Pakistan, Peru en zelfs Antarctica zijn.’

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top