Belgische onderzoekers speuren mee naar oorzaak ebola-uitbraak Congo

Biologen Sophie Gryseels, Herwig Leirs en Erik Verheyen vlak voor hun vertrek naar Congo om er de oorzaak van de ebola-uitbraak te achterhalen. (Foto: Universiteit Antwerpen)
27/06/2017
Belgische onderzoekers speuren mee naar oorzaak ebola-uitbraak Congo
post by
Reinout Verbeke

In het noorden van Congo brak in mei een beperkte ebola-epidemie uit. Gelukkig kon die vrij snel worden ingedijkt. Op vraag van de Congolese autoriteiten vertrekt een internationaal team, onder wie wetenschappers van de Universiteit Antwerpen en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, naar de afgelegen provincie Bas-Uélé om de besmettingsbron te achterhalen.

Bij de grote ebola-epidemie in Guinee, Liberia en Sierra Leone stierven in 2014 en 2015 meer dan 11 000 mensen. Toen er in mei 2017 sprake was van een uitbraak in een zeer afgelegen dorp in het noorden van Democratische Republiek Congo, gingen de alarmbellen dan ook meteen af. Dankzij de snelle interventie van de gezondheidsdiensten en mede door de afgelegen locatie bleven de gevolgen beperkt. Er is sprake van enkele tientallen verdachte gevallen.

Een verdere verspreiding van het virus lijkt dus te zijn verhinderd, maar dat betekent niet dat de autoriteiten op hun lauweren kunnen rusten. Het Congolese Institut National de Recherche Biomédicale stelt een internationaal team samen om een ecologisch onderzoek naar de besmettingsbron uit te laten voeren.

Vleermuizen onderzoeken

Dat Congolese instituut zocht contact met UAntwerpen-biologen Herwig Leirs en Sophie Gryseels en met onze collega Erik Verheyen. Ze vertekken op woensdag 28 juni voor drie weken naar Congo. Erik Verheyen werkt al jaren samen met de Université de Kisangani en is vertrouwd met de streek en haar fauna. Gryseels trok in 2014 naar Guinee waar ze tijdens de grote ebola-uitbraak een maand lang bloed- en urinestalen van patiënten in een mobiel lab analyseerde. UAntwerpen en het KBIN maken middelen vrij voor het onderzoek.

'Bijzonder aan deze epidemie is dat de besmetting van de eerste patiënt goed gedocumenteerd is', zegt Leirs. 'Het ging om een visser die een dood wild zwijn vond in het bos en vlees daarvan mee naar huis nam voor consumptie. De plaats waar dit gebeurde, is bekend. We weten nog niet welke wilde diersoort ‘gastheer’ van het virus is, al zijn er sterke aanwijzingen dat het om vleermuizen gaat.'

Bioveiligheid respecteren

De drie wetenschappers zullen zich samen met een team onderzoekers van het Centre de surveillance de la biodiversité van Kisangani  focussen op het verzamelen van weefselstalen van zoogdieren, met bijzondere aandacht voor vleermuizen, knaagdieren, spitsmuizen en ‘bushmeat’, wild dat door de lokale bevolking wordt gejaagd voor consumptie en handel. Erik Verheyen: 'Van alle verzamelde dieren nemen we stalen van bloed en verschillende organen. Tijdens het veldwerk houden we rekening met alle bioveiligheidsaspecten. Het spreekt voor zich dat we geen risico op besmetting willen lopen.'

 

(Tekst: Peter De Meyer, UAntwerpen)

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top