Zeezoogdieren in België in 2016

Narwhal washed ashore along the Scheldt river in Bornem (28 april 2016).
23/08/2017
Zeezoogdieren in België in 2016
post by
Kelle Moreau

In een nieuw jaarrapport bundelen onze wetenschappers de beschikbare informatie over zeezoogdieren in België in 2016. Naast een overzicht van strandingen en waarnemingen van zeezoogdieren en opmerkelijke vissen worden ook de resultaten van het onderzoek naar de doodsoorzaak van aangespoelde dieren besproken, en wordt ingegaan op de revalidatie en vrijlating van opgevangen dieren. Tot slot wordt het onderzoek naar de invloed van offshore windmolenparken op de bruinvis kort voorgesteld.

Zeldzame gasten

De meest opvallende waarnemingen van zeezoogdieren in 2016 waren twee bultruggen (Megaptera novaeangliae) en een narwal (Monodon monoceros). ‘Het verschijnen van de bultrug aan onze kust komt niet echt als een verrassing: er is een stijgende trend in het aantal waarnemingen van deze soort in de Noordzee.’ zegt Jan Haelters, hoofdauteur van het rapport. ‘Voor de narwal ligt dit anders, het was de eerste narwal ooit geregistreerd in België, en het was zelfs bijna 70 jaar geleden dat deze soort uit het hoge noorden nog in de Noordzee gemeld was. Mogelijk is er een verband met klimaatsverandering en het afsmelten van het poolijs’. De narwal werd levend waargenomen in de Schelde op 30 maart, en de ontbonden resten werden op 27 april aangetroffen te Bornem, en verzameld door ons instituut voor verder onderzoek. Naast zeezoogdieren strandden ook een aantal opmerkelijke vissen: een levende reuzenhaai (Cetorhinus maximus) en twee maanvissen (Mola mola).

Bruinvissen

Met 137 dieren was het aantal strandingen van bruinvissen (Phocoena phocoena) weer op het recordniveau van 2013 en 2014. ‘In bijna twee derde van de gevallen waren de kadavers te sterk ontbonden om de doodsoorzaak vast te kunnen stellen. Bij de overige dieren waren incidentele vangst en predatie door de grijze zeehond (Halichoerus grypus) de belangrijkste doodsoorzaken.’ aldus Haelters. Het aantal waarnemingen van bruinvissen bij gericht onderzoek was dan weer relatief laag. Met betrekking tot de offshore windturbines, waarvan er tot begin 2017 232 in Belgische wateren werden geïnstalleerd, wordt vastgesteld dat bruinvissen tijdens de constructie sterk verstoord worden.

Dolfijnen en zeehonden

Witsnuitdolfijnen (Lagenorhynchus albirostris) werden in 2016 slechts op één dag gemeld, terwijl tuimelaars (Tursiops truncatus) regelmatigere gasten waren. In april spoelde ook een Tuimelaar aan, enkele dagen later gevolgd door een sterk ontbonden dolfijn te Hemiksem (Schelde). De soort kon niet meer worden bepaald.

Het aantal aangespoelde dode of stervende zeehonden was vergelijkbaar met de voorbije jaren: zes gewone (Phoca vitulina), 11 grijze en 12 niet tot op soort geïdentificeerde zeehonden. SEA LIFE Blankenberge verzorgde een recordaantal dieren: 15 grijze en 24 gewone zeehonden, waaronder een albino dier. Maar liefst 12 grijze en 20 gewone zeehonden konden na revalidatie weer in vrijheid worden gesteld.

 

Deze verslaggeving kadert in de uitvoering van het Koninklijk Besluit over de soortenbescherming in de Belgische zeegebieden, en benadrukt de hulp en steun van vele vrijwilligers en lokale orde- en hulpdiensten. Geïnteresseerden kunnen hier dit rapport bekomen. Op deze website vindt u ook een overzicht van waarnemingen van levende en aangespoelde zeezoogdieren, alsook de brochure ‘Wat te doen bij waarnemingen, strandingen en incidentele vangsten van beschermde zeedieren’.

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top