Dinosaurus 'Silky' sleutelfossiel in evolutie veren

Het zo goed als intacte fossiel van Serikornis sungei. (Foto: Thierry Hubin)
25/08/2017
Dinosaurus 'Silky' sleutelfossiel in evolutie veren
post by
Reinout Verbeke

Belgische paleontologen hebben een nieuwe, 165 miljoen jaar oude dinosaurussoort uit Noord-China beschreven. Serikornis sungei - bijnaam 'Silky' - is een belangrijk fossiel in de evolutie van veren bij dinosauriërs. Silkie had veren aan de vier poten maar kon niet vliegen. Het fossiel suggereert dat dinosauriërs al veren hadden toen ze nog 'op de grond' rondliepen. Ze waren een manier om partners te imponeren of vijanden te waarschuwen. Pas verder in de evolutie zouden veren dino's 'vleugels geven'.

Toen onze paleontoloog Ulysse Lefèvre het fossiel van Serikornis sungei aan een Franse collega toonde, vond ze dat het op een 'zijdehoen', een Silkie, leek. Dit kippenras is een wandelende bol wol. De bijnaam was een feit. 'Silky', zo'n 48 centimeter lang, 160 tot 165 miljoen jaar oud en al die tijd perfect bewaard gebleven in de Noord-Chinese Tiaojishan-formatie, vertoont net zoals een Silkie-kip veren aan zowel voor- als achterpoten. Maar die veren waren niet geschikt om mee te vliegen, blijkt uit de uitvoerige beschrijving van de nieuwe dinosoort (en meteen ook een nieuw geslacht) in het vakblad The Science of Nature.

Vleugellam

'Silky' is het eerste fossiel van een gevederde dino waarbij de 'baardjes' zichtbaar ontbreken. Dat zijn een soort weerhaakjes aan de baarden van een veer, die als velcro de hele veer samenhouden. Het maakt de veer stijf en bestand tegen de luchtdruk tijdens de vleugelslagen. Bij Silky waaide de lucht gewoon door de veren heen. Die waren bovendien symmetrisch, en je hebt asymmetrische veren nodig om van de grond te komen en te sturen. En aan het kleine borstbeen van Silky zaten nooit genoeg spieren gehecht om de vleugels krachtig genoeg op en neer te slaan. Ook in de voorarm waren de botten (ulna en radius) niet aangepast om genoeg vleugelslag te maken.

'Serikornis is een belangrijk fossiel, omdat het meer inzicht geeft in hoe het vliegen bij de dinosauriërs is geëvolueerd', zegt Ulysse Lefèvre (Koninklijk Belgische Instituut voor Natuurwetenschappen en Université de Liège). 'Het toont aan dat dinosauriërs al veren hadden aan de vier ledematen toen ze nog op de bodem rondliepen, nog voor de moderne vleugel- en veerstructuur ontstond waarmee ze konden vliegen.'

Partners aantrekken

Als veren aanvankelijk niet dienden om te vliegen, wat was hun functie dan wel? Lefèvre: 'Gevederde dino's zoals Serikornis waren wellicht geen toppredatoren, dus moesten ze zich snel uit de voeten kunnen maken om aan predatie te ontsnappen. Symmetrische veren op de achterpoten helpen je dan niet, want weinig aerodynamisch. Dus denken we dat die veren, net zoals die op de voorpoten, partners hielpen aantrekken of vijanden waarschuwden.'

Later - toen veren ook 'baardjes' kregen - konden de dino's van het jura de lucht verkennen, met slaande vleugels. Dat moet zijn gebeurd bij de Eumaniraptora, een groep dinosauriërs waar Velociraptor, Troodon en vroege en moderne vogels toe behoren.' Serikornis behoort tot een meer basic groep binnen de Paraves. Gelijkaardige nog ongedifferentieerde veren zien we bij nauw verwante tijdgenoten als Aurornis, Eosinopteryx en Anchiornis, waarvan de eerste twee beschreven door onze collega en paleontoloog Pascal Godefroit. 'Deze theropoden hadden net zoals Serikornis een lange klauw waarmee ze zich aan boomschors konden vasthaken en naar een hoger punt konden klimmen. We sluiten niet uit dat ze zich naar beneden konden parachuteren, in een soort glijvlucht, waarbij hun veren de val remden. Om uit te maken of het vliegen vanaf de grond ontstond of vanaf bomen, zijn wel meer fossielen en meer onderzoek nodig.'

Hotspot

'Silky' werd in 2014 gevonden in Daxishan Village, in de provincie Liaoning, in het noordoosten van China, en opgenomen in de collecties van het paleontologisch museum van Liaoning. Het fossiel zat in een laag van de geologische Tiaojishan-formatie, een 'hotspot' voor onder meer gevederde dinosauriërs. Omdat onze paleontologen goeie contacten onderhouden met hun Chinese collega's, kregen ze de toestemming het zo goed als perfect bewaarde fossiel van Serikonis te bestuderen. Uit dankbaarheid verwijst de soortnaam naar Sun Ge, hoofdconservator van het museum in Liaoning.

Ulysse Lefèvre hield ook een levende Silkie-kip op het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. 'Mijn onderzoeksleider Pascal Godefroit doopte haar Penelope', zegt hij, verwijzend naar zijn bijzondere voornaam. 'Pascal legde er op een dag het afgietsel van Serikornis naast en riep: "haar grootmoeder"!'

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top