Fossiele dwergwalvissen op noordelijk halfrond herschrijven geschiedenis mysterieuze dier

Een zeldzame foto van een levende Caperea op zee (foto: Robert Pitman).
25/10/2017
Fossiele dwergwalvissen op noordelijk halfrond herschrijven geschiedenis mysterieuze dier
post by
Jonas Van Boxel

Paleontologen hebben twee fossiele voorouders van de dwergwalvis gevonden op Sicilië en in Japan. De studie, door een internationaal team met onderzoekers van ons Instituut, zet het weinige dat we dachten te weten over het dier op zijn kop.

De dwergwalvis (Caperea marginata) is de kleinste baleinwalvissoort (tot 6,5 meter lang), maar door enorme, overlappende ribben is hij stevig als een tank. Bovendien is hij de enige walvis die kleuren kan onderscheiden.  De dwergwalvis komt enkel voor in de zuidelijke oceanen: de weinige keren dat het dier zich liet zien, was bij de kusten van Chili, Vuurland, Namibië, Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland. Fossielen van zijn voorouders doken enkel op op het zuidelijk halfrond, wat deed denken dat de hele evolutionaire geschiedenis van het dier zich daar afspeelde. Die aanname wordt door deze vondst onderuitgehaald.

‘Alsof we een kangoeroe in Schotland zouden vinden, of een ijsbeer op de Zuidpool.’  Zo beschrijft Felix Marx, paleontoloog aan ons Instituut, de ontdekking. Het gaat om twee nieuwe fossiele vondsten – een deel van een schedel in het zuiden van Japan en een oorbeentje in Sicilië. De fossielen zijn relatief jong: respectievelijk 500.000 à 900.000 jaar en rond de 1.8 miljoen jaar oud.

IJstijd

De onderzoekers stellen dat Caperea miljoenen jaren geleden alleen in het zuiden leefde, zoals vandaag. Maar daar kwam 2.5 miljoen jaar geleden verandering in. Bij het begin van de ijstijd koelden de tropische zeeën rond de evenaar af, zodat de dwergwalvis daar ook voedsel kon vinden. Een nieuwe wereld ging open en Caperea kreeg toegang tot de (afgekoelde) tropische zeeën en het noordelijk halfrond. Andere zeezoogdieren, zoals zeeolifanten en verschillende soorten dolfijnen, profiteerden ook van de klimaatverandering.

Toen de aarde opnieuw opwarmde, werd de ‘tropische doorgang’ opnieuw een barrière en geraakten populaties in het noorden en het zuiden van elkaar afgezonderd. Ze evolueerden in verschillende richtingen, werden aparte soorten, maar in het noorden stierf Caperea uit.

Dit is een scenario dat vandaag  door  klimaatverandering ook kan plaatsvinden. Warmere tropische zeeën kunnen onbewoonbaar worden voor zeezoogdieren, waardoor hun habitat krimpt en populaties van elkaar gescheiden raken. Dit kan tot nieuwe soorten leiden, maar evengoed tot massale uitsterving.

De studie verscheen in Current Biology

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top