Paleontologen ontdekken ‘primitieve iguanodon’ met tanden als scharen

Artistieke reconstructie van de nieuwe dinosaurussoort Matheronodon provincialis. (Beeld: Lukas Panzarin)
26/10/2017
Paleontologen ontdekken ‘primitieve iguanodon’ met tanden als scharen
post by
Reinout Verbeke

Een Belgisch-Frans team van paleontologen heeft een nieuwe dinosaurussoort beschreven die scharen van tanden had. De fossiele resten van Matheronodon provincialis – een primitieve verwant van iguanodon – werden in 2012 opgegraven in de Provence, tijdens een ‘paleotrip’ van het Museum voor  Natuurwetenschappen.

Velaux-La Bastide Neuve, ten noordenwesten van Marseille, is een site met afzettingen uit het laat-krijt, die in 1992 werd ontdekt. Ons Museum organiseerde twee ‘paleotrips’ naar de vindplaats – in 2009 en 2012 – en dat leverde honderden fossielen op, onder meer van dinosauriërs, pterosauriërs (vliegende reptielen), krokodillen en schildpadden.

Paleontologen en liefhebbers vonden zelfs een kaakbeen en tanden van wat nu een nieuwe dinosoort blijkt. De paleontologen – onder meer van ons Instituut – beschreven de nieuwe soort in het vakblad Scientific Reports en doopten hem Matheronodon provincialis, naar Philippe Matheron, die in 1869 als eerste resten beschreef van Rhabdodontidae, een groep plantenetende dinosauriërs waartoe ook deze nieuwe vondst behoort. ‘M. provincialis was een primitieve verwant van de iguanodons’, zegt onze collega en paleontoloog Pascal Godefroit.

Palmbladeren versnijden

De nieuwe soort leefde zo’n 70 miljoen jaar geleden en was waarschijnlijk tot 5 meter lang. Hij had ook een heel gespecialiseerd voedingspatroon, dat waarschijnlijk vooral uit palmbladeren bestond, suggereren de tanden.

Matheronodon had weinig maar wel extreem grote tanden, tot 6 cm lang en 5 cm breed. ‘Ze werkten als een schaar, die zichzelf slijpt’, legt co-auteur Koen Stein van de Vrije Universiteit Brussel uit. ‘De tanden hebben een geribbeld oppervlak, maar zijn maar aan één kant bedekt met een dikke laag glazuur. Glazuur kan beter tegen slijtage dan het vrijliggend tandbeen, dus door te bijten bleven de tanden scherp.’

‘Het gebit van deze groep dinosauriërs was in een andere richting geëvolueerd dan die van hun tijdgenoten de hadrosauriërs of eendenbekdinosauriërs’, zegt Pascal Godefroit. ‘Hadrosauriërs hadden een gesofisticeerde ‘batterij’ van kleine tanden, waarmee ze coniferen konden vermalen. Matheronodon en de andere Rhabdodontidae aten waarschijnlijk bladeren van palmbomen, die toen in Europa heel algemeen waren. Ze moesten de grote en vezelrijke bladeren versnijden, eerder dan vermalen, voor ze ze konden inslikken.’

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top