Liefst 15 miljoen specimens en weefsels telt onze collectie Recente Invertebraten. Het zijn levende soorten en soorten die tijdens het kwartair (2,6 miljoen jaar geleden tot nu) zijn uitgestorven. Maar dan weer niet de insecten, terrestrische spinachtigen en veelpotigen: die zijn apart ondergebracht in de collectie Entomologie.

 


 

 

Blik op een bewaarzaal voor de natte collecties met invertebraten

Sponzen, koralen, zeesterren, kreeftachtigen, kwallen, raderdieren, bloedzuigers, ... de verzameling ongewervelden is heel divers. Er zijn zogenoemde 'droge' en 'natte' collecties, ondergebracht in acht bewaarzalen met een nagenoeg perfecte temperatuur en vochtigheidsgraad voor lange bewaring. De natte collectie is vooral in de jaren dertig aangelegd en wordt vandaag voortdurend aangevuld. Ze bestaat uit naar schatting een half miljoen bokalen en buisjes met specimens op alcohol. Het leeuwendeel van de droge collectie zijn schelpen, zo'n tien miljoen stuks. Eén van de belangrijkste schelpenverzamelingen is die van de 19de-eeuwse amateur-verzamelaar Philippe Dautzenberg, die ook een rijk archief naliet.

 

Enkele ongewervelden uitgestald op een tafel
Waardevol voor wetenschap

De collecties ongewervelden zijn van onschatbare waarde voor de taxonomie en de systematische biologie. We hebben tienduizenden type-specimens, die maat zijn voor de beschrijving van een soort. Ook de andere 15 miljoen specimens (zogenoemde 'voucher specimens') zijn belangrijk om de morfologische en steeds vaker ook genetische variatie binnen en tussen soorten te kunnen begrijpen en beschrijven. Zo kunnen biologen de evolutionaire relaties tussen organismen bestuderen, inclusief de verbanden met uitgestorven soorten.

In de schatkamers zit nog ontzettend veel onbekende, nog onbeschreven biodiversiteit, en de verzamelingen worden steeds belangrijker in milieustudies waarbij de impact van de mens op het verlies aan biodiversiteit wordt ingeschat, of de effecten van klimaatverandering op organismen en ecosystemen.

 

 

Go to top