Categories

Gustave Gilson (1859-1944), een van de eerste oceanografen en voormalig directeur van het KBIN
1. Belgische collecties

De Belgische collecties - ongeveer 1 miljoen specimens, vooral weekdieren - worden apart bewaard. Een belangrijke hoeveelheid materiaal komt van Gustave Gilson, voormalig directeur van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, en een van de eerste Belgische oceanografen. Hij bemonsterde de Noordzee systematisch tussen 1898 en 1939 en deed onderzoek naar de invloed van het milieu op Noordzeeorganismen, en naar de impact van visserij op vispopulaties. En natuurlijk brachten ook zijn collega's materiaal mee na tal van expedities in Belgische wateren en aan land, ook vandaag nog. De collectie is systematisch geordend, en bevat zowel droge als natte verzamelingen.

 

 

In de filosofie van het KBIN werden (en worden) ook referentiecollecties aangelegd uit alle hoeken van de wereld. Zo hebben we specimens die wetenschappers verzamelden tijdens tal van buitenlandse expedities: de beruchte Belgica-expeditie naar de polen, de Mercator-expeditie (1935-1938), de hydrobiologische exploratie van het Tanganyika-meer (1946-1947), de oceanografische expeditie van Mbizi (1948-1949), en de expedities naar de nationale parken van Zaïre (1933-1957) en naar Laing Island in Papoea-Nieuw-Guinea (1976-1994). En dan mogen de ontelbare kleinere expedities naar dikwijls exotische plekken niet onvermeld laten.

De droge specimens (schelpen) uit deze internationale collecties zijn ondergebracht in 3.000 houten lades, de 'natte' onderdelen (volledige specimens mét hun inwendige delen) zitten in 10.000 glazen bokalen. Ook deze collecties zijn systematisch gerangschikt. 

 
Belgische schelpensoorten uit de Dautzenberg-collectie
2. De Dautzenberg-collectie

Andere grote collecties die ons Instituut gekocht heeft of die geschonken werden, zijn apart bewaard. De bekendste collectie is die van Philippe Dautzenberg (1849-1935), een van de bekendste amateur-malacologen van zijn tijd. In juni 1935 kocht ons instituut, dat toen nog 'Musée Royal d'Histoire naturelle' heette, het grootste deel van Dautzenbergs verzameling, 40.000 soorten waarvan 7.000 gefossiliseerd, en de bijbehorende bibliotheek met 8.000 publicaties. Nog een paar indrukwekkende cijfers over deze verzameling: 300.000 loten, 4,5 miljoen specimens, geklasseerd in zo'n 2.000 meestal open lades. De specimens zitten nog altijd in hun groene kartonnen doosjes of in glazen tubes, afgesloten met kurk of katoen. Elk lot bevat nog de oorspronkelijke, handgeschreven labels.

 

De collectie is taxonomisch ingedeeld, en om ze ook doorzoekbaar te maken hebben medewerkers van het KBIN - onder leiding van voormalige curatoren Dr. E. Leloup en prof. dr. W. Adam een dubbel kaartensysteem gemaakt. Het ene is gerangschikt op soort of subsoort, het ander op geografische regio, samen goed voor 85.000 fiches. De Dautzenberg-collectie is ter plekke volledig doorzoekbaar, helaas nog niet digitaal. Dat is nu één van onze volgende doelen, een huzarenwerk.

Ook de Dautzenberg-bibliotheek is doorzoekbaar met een kaartensysteem. Ze omvat bijna alle werken over malacologie (weekdieren) tot 1934, met enkele heel zeldzame en kostbare boeken. Zelfs in deze digitale tijden blijft het een erg waardevolle onderzoekstool voor malacologen over de hele wereld. U kunt de bibliotheek raadplegen na afspraak met conservator Yves Samyn. Deze bibliotheek zal worden gedigitaliseerd zodra de middelen daarvoor beschikbaar zijn. 

3. Andere privécollecties

Het Koninklijk Belgisch Instituut beheert nog andere privécollecties, waarvan de volgende het meest in het oog springen: de rijke chiton-collectie van R. Van Belle, een Zuid-Aziatische schelpencollectien van G. Poppe, de collecties van de heer en mevrouw Buyle en de collecties van R. Marquet, om er maar enkele te noemen.

4. Overzicht

Het is ons doel om van alle taxa van ongewervelden vertegenwoordigers te hebben, en we hebben materiaal van bijna alle grote groepen. Hieronder een overzicht (alleen de weekdieren niet, zie hierboven). De Belgische verzamelingen worden weer apart bewaard. 

Details

The Portuguese man o’ war, an invertebrate with a very powerful sting (Photo: Sean Nash, Flickr: www.flickr.com/photos/nashworld/4526330308)
C. Cnidaria (neteldieren): Hydrozoa (hydroïdpoliepen, zoals zoetwaterpoliepen), Scyphozoa (schijfkwallen, zoals kwallen en zeewespen), Anthozoa (bloemdieren of -poliepen, zoals koralen, gorgonen and zeeanemonen)
  • Wat: Cnidaria zijn dieren met twee basale lichaamsvormen, die overeenkomen met de levensfase waarin ze zich bevinden: een poliep en een medusa. Het zijn stuk voor stuk waterdieren, de meeste leven in zeeën. Ongeveer 9.000 soorten zijn beschreven tot nu toe.

  • In onze collecties: We hebben een heel belangrijke collectie Cnidaria. Dr. E. Leloup van het KBIN en prof. dr. Bouillon van de Université Libre de Bruxellles verzamelden Hydrozoa (hydroïdpoliepen), ongeveer 800 soorten in totaal, waarvan 65 naamdragende soorten en varianten. De volledig geïnventariseerde collectie bestaat zowel uit specimens op alcohol als uit microscopische plaatjes. Via de DaRWIN-database kun je ze allemaal terugvinden. We hebben ook Siphonophora, dat zijn koloniale Hydrozoa zoals de wereldberoemde en gevaarlijke Portuguese Man o' War (Physalia physalis). 
  • We hebben minder Scyphozoa (schijfkwallen), maar dat komt omdat ze weinig divers zijn (slechts 200 bekende soorten). De Anthozoa-collectie (bloemdieren), met zachte en harde koralen, gorgonen, zee-veren en zeeanemonen is verbluffend, met specimens van exotische locaties zoals de Malidiven en Papoea-Nieuw-Guinea. Zeker de familie Fungiidae, binnen de harde koralen, is goed vertegenwoordigd, zowel in de alcohol-collectie als droog.

 

Go to top