Biodiversiteit: Zeezoogdieren

De zuidelijke Noordzee vormt een deel van het natuurlijke verspreidingsgebied van enkele soorten zeezoogdieren zoals de bruinvis (een kleine dolfijnsoort), de gewone zeehond en de grijze zeehond. Ook groepjes witsnuitdolfijnen worden hier frequent waargenomen. De tuimelaar, de dolfijn die men in dolfinaria vindt, is nagenoeg uitgestorven in de Noordzee, en wordt slechts zelden waargenomen. Alle soorten zeezoogdieren die in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan voorkomen, kunnen tot aan onze kusten afdwalen. Zo kwamen in het recente verleden strandingen voor van een bultrug, een gewone vinvis en enkele potvissen. Noordelijke zeehonden, zoals baardrobben, zadelrobben, ringelrobben, klapmutsen en walrussen zijn aan onze kust zeer zeldzaam.

Gewone zeehond

De laatste jaren worden zeehonden en bruinvissen algemener in onze wateren. Voor de zeehonden heeft men vastgesteld dat de populaties in de ons omringende landen gegroeid zijn. Voor de bruinvis lijkt de meest waarschijnlijke verklaring voor het opnieuw algemeen voorkomen van deze soort in de zuidelijke Noordzee een zuidwaartse verplaatsing van de populatie. De oorzaken hiervoor zijn nog onduidelijk. Zeezoogdieren zijn wettelijk beschermd: dit betekent concreet dat ze niet met opzet mogen verstoord, gevangen of gedood worden, en dat maatregelen moeten genomen worden om onopzettelijke verstoring en sterfte te voorkomen.

Bruinvis

De OD Natuur coördineert het onderzoek van gestrande zeezoogdieren. Van de aangespoelde zeezoogdieren worden een aantal dieren geselecteerd voor verder onderzoek zoals bijvoorbeeld een autopsie. De gegevens verzameld tijdens de autopsie leren ons veel over de dieren zelf, over de gezondheidstoestand van de populatie en de problemen waarmee ze geconfronteerd wordt. Problemen zijn onder meer vervuiling door olie, pesticiden, zware metalen en PCB's, overbevissing en bijvangst in visnetten.

Een selectie van schedels en skeletten worden voor studie en educatieve doeleinden bewaard in de collecties van ons Museum, of van andere wetenschappelijke instellingen. Meldingen en strandingen van zeezoogdieren worden bijgehouden in een databank die online te consulteren is.

Potvis

Naast de zeezoogdieren en zeevogels zijn volgens de wetgeving zeeschildpadden en een aantal mariene vissen beschermd, zoals de steur, de zeeprik en de fint (Koninklijk Besluit van 21 december 2001). Voor sommige soorten, zoals voor de zeezoogdieren en voor de steur, bestaat een meldingsplicht indien men ze ongewild in de netten gevangen heeft. Het routinematige onderzoek van aangespoelde zeevogels wordt uitgevoerd door het INBO.

Wat te doen bij waarnemingen, strandingen en incidentele vangsten van beschermde zeedieren?

Bij de waarneming van kadavers van zeezoogdieren en zeeschildpadden, of levende dolfijnachtigen en zeeschildpadden, kan je best zo vlug mogelijk de BMM verwittigen:

  • 059 70 01 31 (kantooruren)
  • Politie of brandweer (buiten de kantooruren)

 

Waarnemingen van levende zeezoogdieren kunnen gemeld worden aan de BMM: dolfijn@natuurwetenschappen.be.

Vissers melden af en toe de bijvangst van vogels of zeezoogdieren. Deze meldingen worden desgevallend in alle discretie behandeld.

Wanneer je een levende zeehond in nood (ziek verzwakt, gekwetst) vindt, kan je dit onmiddellijk aan Sea Life Blankenberge (050 42 43 00, 24u/24) melden. Zij staan in voor de opvang van zeehonden in moeilijkheden.

Tijdens de zomermaanden kunnen jonge, verzwakte gewone zeehonden bij ons aanspoelen. Deze diertjes zouden zonder menselijke tussenkomst niet overleven. Een klein zeehondje dat in nood verkeert ziet er mager en futloos uit. Het kan relatief gemakkelijk benaderd worden. Respecteer in dit geval de volgende regels:

  1. Veroorzaak geen onnodige stress. Laat het dier aan land komen en zorg ervoor dat het publiek afstand houdt.
  2. Raak het dier niet aan; het kan bijten en eventueel ziektekiemen overbrengen op de mens.
  3. Verwittig Sea Life Blankenberge.

Een zeehond op het strand heeft niet noodzakelijk hulp nodig. Gezonde dieren zoeken dagelijks een plaats op het droge op om daar te rusten. Gewone zeehonden worden op zandbanken of stranden geboren. Bij het waarnemen van een uiterlijk gezonde zeehond dient men er in eerste instantie voor zorg te dragen het dier niet te verstoren. Observeer het vanop afstand.

 

Info brochure 2013: Wat te doen bij waarnemingen, strandingen en incidentele vangsten van beschermde zeedieren?

Go to top