Biodiversiteit: Exotische soorten

Zwaardschede

De laatste jaren merken we veel veranderingen in onze mariene flora en fauna. De opwarming van de aarde heeft ook effecten op de mariene biodiversiteit.

  • Een aantal noordelijk soorten worden in de zuidelijke Noordzee minder waargenomen: garnaal, kabeljauw, schelvis en heilbot, de gele haarkwal.
  • Een aantal zuidelijke soorten breiden hun leefomgeving in noordelijke richting uit; Dat is vooral het geval bij de invertebraten: grijze zwemkrab, vulkaantje, kleine heremietkreeft, breedpootkrabbetje, fluwelen zwemkrab, messchede, schaalhoorn, fuikhoorn. Ook bij de vissen is er een toenemend aantal aan zuidelijke soorten zoals lipvis, zeepaardje, sardien, zeebarbeel en ansjovis.
  • Soorten die afkomstig zijn uit tropische en subtropische zeeën en die via scheepvaart of aquacultuur onze kust bereiken, de zogenaamde exoten, blijken in onze Noordzee ook te profiteren van de effecten van een temperatuurverhoging. Enkelen kenden zelfs zo'n explosieve ontwikkeling dat ze nu een dominant onderdeel vormen van onze mariene flora en fauna. Zo werd de Amerikaanse zwaardschede bij ons voor het eerst aangetroffen in 1987 maar de schelpen spoelen nu bij miljoenen aan op onze stranden. Ook de Japanse oester vestigde zich hier pas in het begin van de jaren '90, maar leeft nu massaal op strandhoofden en in havens. Twee recente Aziatische introducties, de penseelkrab (2003) en blaasjeskrab (2006) soorten zijn nu (2014) al erg algemeen. Op dit ogenblik zijn er zo'n 120 exoten in de hele Noordzee bekend, maar dat is een onderschatting van het werkelijke aantal.
Japanse oester

Inheemse soorten zien hun verspreidingsgebied door concurrentie met de exoten sterk inkrimpen. Sommige exoten groeien zelfs uit tot een plaag; dan spreken we van invasieve soorten zoals het muiltje. Deze schelp kwam met oesters mee uit Amerika op het eind van de 19e eeuw, en groeide uit tot een ware pest voor de lokale oesterkweek. In de Noordzee zijn nog geen voorbeelden bekend van soorten die verdwenen zijn als gevolg van de introductie van een exoot. Dat is wel het geval in zoetwater en estuaria. De voortplanting van onze soorten kan door exoten ook in het gedrang komen. De Amerikaanse en de inheemse kreeft kunnen bijvoorbeeld samen paren, maar hun nakomelingen zijn steriel.

Exoten zouden de biodiversiteit kunnen verhogen. Maar de nieuwkomers zijn meestal snelgroeiende soorten, die beter bestand zijn tegen verstoring en vervuiling. Ze voelen zich thuis in haven- en kustgebieden met artificiële harde substraten en in door visserijdruk verarmde gebieden. Zo dreigt er wereldwijd een vervlakking en uniformisering van de mariene flora en fauna. Dus ook als introducties plaatselijk een grotere biodiversiteit zouden veroorzaken, kan dit op wereldschaal een verarming inhouden.

Er bestaat ook een reëel gevaar dat de exoten organismen en ziekten meebrengen, waartegen de inheemse soorten niet bestand zijn. Zo kwam er met de oesters uit Japan een eencellige parasiet mee die schadelijk is voor de inheemse oesters. Geïntroduceerde fytoplanktonsoorten kunnen een giftige planktonbloei veroorzaken zodat oesters of mosselen ongeschikt zijn voor consumptie.

Oranje zeepok

In België is de opzettelijke introductie van exoten bij wet (art 11 Wet ter bescherming van het Marien Milieu (MMM Wet, 1999) verboden. Op Europees niveau is onder andere de Kaderrichtlijn Mariene strategie (KRMS 2008/56/EG) een belangrijk beleidsinstrument. Wereldwijd zoekt men naar behandelingstechnieken voor ballastwater die de import langs die weg kunnen tegenhouden. Omdat de aquacultuur een toenemende bron is van introducties, dienen ook daar maatregelen voorzien te worden.

De OD Natuur heeft een jarenlange expertise in het herkennen en bestuderen van mariene introducties. Ze vertegenwoordigt België in 2 werkgroepen bij de International Council for the Exploration of the Sea (ICES) die zich bezighouden met de introductie en de transfer van mariene organismen en de rol van de scheepvaart en andere vectoren bij hun verspreiding.

Go to top