Oude meren

Tanganyika

Er zijn honderdduizenden, waarschijnlijk zelfs miljoenen, meren op de aarde, maar slechts enkele tientallen onder hen kunnen de status van “oud meer (ancient lake)” claimen doordat ze al een miljoen jaar of langer bestaan. Dit komt omdat meren als het ware zelfmoord neigingen hebben! Wanneer een meer ontstaat (lees: wanneer een gat in de grond zich met water vult) begint het reeds te sterven: door invloeiend water van beekjes en stroompjes of door de wind vult het meer zich op met sediment. Dit sediment zal zich op de bodem van het meer opstapelen, zodat het meer langzaam aan ondieper wordt.  Geleidelijk aan verandert het meer in een moeras, om daarna volledig te verdwijnen. Een meer kan dus enkel ‘oud’ worden als het zelf sneller dieper wordt dan dat het sediment het kan opvullen. Dit is het geval in meren die in zogenaamde slenkvalleien gelegen zijn, zoals de grootmoeder van alle meren, het  Baikal meer in Siberië (ongeveer 30 miljoen jaar oud) of het Tanganyika meer (ongeveer 12 miljoen jaar oud) en het Malawi meer (ongeveer 5-8 miljoen jaar) in de Oost Afrikaanse slenk. Slenkvalleien (in het Engels “Rift Valleys”) liggen in tektonisch actieve gebieden en worden door die geologische activiteiten steeds breder en vooral dieper. Ook deze meren accumuleren sediment, maar ze worden sneller dieper dan ze door aanvoer van sediment kunnen opvullen. Het Tanganyika meer is op haar diepste punt bijna anderhalve kilometer diep, maar daaronder ligt 5 tot 7 km sediment!

Oude meren zijn een paradijs voor evolutiebiologen omdat er relatief gezien zeer veel soorten voorkomen, die meestal ook enkel daar voorkomen. Deze soorten zijn dus endemisch voor dit meer. Deze soorten zijn ook vrijwel allemaal in datzelfde meer ontstaan. Biologen kunnen deze soorten dus onderzoeken in de wieg waar ze ontstaan zijn, een zeer uitzonderlijke situatie. Oude meren zijn dus evolutionaire laboratoria die wachten op de aandacht van de evolutiebiologen!

Tanganyika

Onze groep is actief in het onderzoek aan de ostracoden (mosselkreeftjes) in het Baikal, Tanganyika en Malawi meer. We onderzoeken hoe oud de soortenwolken zijn die er voorkomen. Soortenwolken vormen het geheel van alle soorten die nu in een meer voorkomen en ontstaan zijn uit één en dezelfde vooroudersoort die het meer lang geleden koloniseerde.  Deze soortenwolken bestaan vaak uit tientallen tot honderden soorten. We vergeleken daarvoor de ouderdom van de soorten van het genus Cytherissa in het oudere Baikal en van het genus Cyprideis (plus aanverwante genera) in het wat jongere Tanganyika meer. En hier wachtte ons reeds een eerste verrassing: het oudste meer (Baikal) heeft de jongste soortenwolk! Hoewel het Baikal meer makkelijk 30 miljoen jaar oud is, is de Cytherissa soortenwolk ‘slechts’ 3-5 miljoen jaar oud.

Een tweede ontdekking deden we onlangs in het zuidelijk deel van het Tanganyika meer: wat volgens de morfologie (vorm van klepjes, pootjes enz.) één soort was, bleek na moleculaire analyse een soortencomplex van minstens vier zogenaamde “cryptische” soorten, welke enkel genetisch te herkennen zijn. De diversiteit van de endemische soortenwolken in oude meren is dus nog veel groter dan we oorspronkelijk dachten! Momenteel kijken we na of we ook cryptische soorten in het Baikal meer kunnen vinden.

Tanganyika

Tegelijkertijd zoeken we ook naar de mechanismen die tot zulke ongelooflijke soortenrijkdom geleid hebben: wat drijft die uitzonderlijke soortvorming? Is het enkel de ouderdom van deze meren waar soorten zich over zeer lange tijd geleidelijk van elkaar onderscheiden of is er meer aan de hand? Speelt hier voornamelijk natuurlijke selectie (aanpassingen aan verschillende sedimenttypes, voedselbronnen, diepte van voorkomen,…) of zijn er aanwijzingen dat voornamelijk seksuele selectie gespeeld heeft in het soortvormingsproces en zoeken we naar de pauwenstaart van de ostracoden? Ons onderzoek, dat sinds 1990 loopt, is eigenlijk nog maar pas begonnen!

Go to top