Onderwatergeluid

Belwind gezien vanop RV Belgica

De bouw en werking van windmolenparken in zee veroorzaken zowel boven als onder water geluid, dat een weerslag kan hebben op het milieu. De nieuwe Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (MSFD) identificeert geluid als een factor die druk uitoefent en dus gecontroleerd moet worden om ervoor te zorgen dat de Europese zeewateren een ‘goede milieustatus’ bereiken. In het Belgische deel van de Noordzee genereren heel wat menselijke activiteiten geluid, zoals zand- en grindexploitatie, de installatie van leidingen en kabels, militaire oefeningen, intense scheepvaart en windmolenparken in zee. Wij doen geluidsmetingen boven en onder water tijdens de bouw en de operationele fase van de windmolenparken in het Belgische deel van de Noordzee. Het Rapport over de impact van windmolenparken voor de kust (2013) bevat meer informatie.

Boven- en onderwatergeluid

Tijdens het heien van palen van een stalen windmolenfundering hebben we een maximaal niveau aan de bron van het bovenwatergeluid gemeten (145 dB(A)). Bij weinig achtergrondlawaai konden de heiwerken tot 10 km van de bron af gedetecteerd worden. Ze zijn dus niet hoorbaar vanaf de kust.

Gravity based fundering
Geluid door windmolenparken: onderwatergeluid

Aangezien de installatie van “gravity-based foundations” (GBF, windmolens die OP de bodem staan) geen heiwerk vereist, zou de bouw van GBF windmolens als relatief stil kunnen worden beschouwd. Het meeste geluid is immers afkomstig van meer scheepvaart- en baggeroperaties met geluidsniveaus van om en bij de 115 dB re 1 μPa; dat is niet veel luider dan het omgevingsgeluid onder water. Van heiwerken is echter bekend dat ze veel hogere geluidspieken produceren. En ook al duren ze niet lang, toch worden ze beschouwd als van dezelfde orde als het geluid van een windbuks. Het operationele geluid werd zowel voor de windmolens op de Thorntonbank als die van de Blighbank gemeten. Een monopile windmolen van 3 MW genereert doorgaans een geluidsdruk die dubbel zo hoog is als die van een windmolen met jacketfundering van 6,15 MW, die op zijn beurt dan weer meer geluid produceert dan een GBF windmolen van 5 MW.

Geluidsmeting
Wetgeving

Met betrekking tot het operationele bovenwatergeluid worden de geluidsbeperkingen voor windmolens aan land vermeld in VLAREM. Voor een park van 100 windmolens zou de afstand ten minste 3 à 4 km moeten zijn. De woonzones die zich het dichtst bij de windmolenparken in zee bevinden, liggen momenteel op 30 km afstand. Wanneer het hele Belgische windmolenparkgebied ontwikkeld zal zijn, zal dat nog 21 km zijn. Inwoners van de Belgische kust zullen dus nooit geluidshinder ondervinden van de windmolenparken in zee.

Voor onderwatergeluid zijn de beperkingen nog niet helemaal in de Belgische wetgeving opgenomen. De beperkingen in onderwatergeluid hebben uiteraard geen rechtstreeks verband met het menselijk welzijn, maar wel met de verstoring van het mariene leven, en momenteel in het bijzonder van zeezoogdieren. Gezien de seizoensgebonden hoge ‘bevolkingsdichtheid’ van bruinvissen in de Belgische wateren (gemiddeld meer dan 2 bruinvissen/km²), is het mogelijk dat bovenmatig geluid een grote impact heeft.

Voor de toekomstige monitoring van het onderwatergeluid zullen we ook verankerde instrumenten gebruiken om een lange periode van onderwatergeluid op te nemen over een of meer complete heiwerksessies. Bovendien zullen de instrumenten gebruikt worden voor operationele geluidsopnames tijdens verschillende weersomstandigheden.

Go to top