Tickets & Reservaties

“Een tentoonstelling is geslaagd wanneer je de verwondering van de bezoekers ziet”

15/10/2026

Iedereen heeft wel eens een tentoonstelling bezocht, maar slechts weinigen weten wat er allemaal bij komt kijken en hoeveel werk dit achter de schermen vraagt. Wat zijn de grootste uitdagingen? Welke beroepen zijn erbij betrokken? Hoe kies je wat je toont en hoe geef je vorm aan een tentoonstelling?

Florent Mages Yannick Siebens


Samen met Cécile Gerin en Sophie Boitsios, museologen en projectverantwoordelijken voor de tentoonstelling ANIMAZING, proberen we een antwoord te geven op deze vragen.
 

Sophie Boitsios en Cécile Gerin - museologen van ANIMAZING

Van idee tot verhaal

Alles begint met een idee. Cécile verklaart zich nader: “Bij ANIMAZING vertrokken we vanuit het idee van ‘bizarre dieren’. Ik verzamelde zoveel mogelijk verhalen over dieren die ik grappig vond en waarvan ik dacht dat er iets bijzonders over te vertellen viel, iets wat het publiek zou kunnen verrassen. Al die verhalen vormden samen een groot vuurwerk. Daarna moesten we ze structureren en ordenen, op zoek naar een rode draad en samenhang in de tentoonstellingsruimte.”

Vanuit die uitdaging ging Sophie aan de slag. “Het was een kwestie van voortdurend puzzelen, dingen uit elkaar halen en weer samenbrengen, tot we ervan overtuigd waren dat het klopte”, vertelt Cécile.

Dit conceptuele werk gebeurt in overleg met de wetenschappers en conservatoren. Zij kunnen nieuwe ideeën aanbrengen of aangeven welke specimens beschikbaar zijn in de collecties.

Geleidelijk krijgt de rode draad ook een ruimtelijke vorm. Voor ANIMAZING ging Sophie in gesprek met de scenograaf om samen te zoeken naar een samenhangend geheel dat aansloot bij het onderwerp. Zo lieten ze zich inspireren door verschillende elementen uit de natuur – het bos, de rots, de eilandjes en de ijsbergen – om zowel het parcours als de teksten vorm te geven. Langzaam kregen vier werelden vorm in de tentoonstelling.
 

Het verhaal vormgeven

Zodra het concept op punt staat, komt een andere discipline in beeld: de scenografie. Ook die is voor ANIMAZING intern uitgewerkt. Amandine Pitsaer geeft de ruimte vorm volgens de ideeën, zones en boodschappen die de museologen hebben bepaald.

De scenograaf ontwerpt onder meer het meubilair voor de tentoonstelling. Dat is complexer dan het lijkt, want scenografie gaat veel verder dan interieurarchitectuur. Het doel is om de dieren zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen, zodat het meubilair naar de achtergrond verdwijnt. Tegelijk moet het de boodschap en de bedoeling van de tentoonstelling ondersteunen.

Ook de bezoekers staan centraal bij het uitwerken van de scenografie: de teksten voor jonge bezoekers staan bijvoorbeeld welbewust op ooghoogte van een gemiddelde achtjarige, het parcours biedt voldoende ruimte zodat schoolgroepen kunnen halthouden voor uitleg zonder andere bezoekers te hinderen, en de ontwerpers proberen knelpunten en opstoppingen te vermijden.

Parallel met de scenografie begint het werk aan de grafische vormgeving en de teksten. De grafische identiteit speelt een essentiële rol: ze vertaalt de bedoeling van de tentoonstelling naar een visuele taal. Die wordt in nauwe samenwerking met de scenografie ontwikkeld. Beide evolueren samen en versterken elkaar.

“Freya Vlerick, onze grafisch vormgever, is erin geslaagd om een vleugje magie aan de scenografie toe te voegen”, vertellen Sophie en Cécile. “Ze weet de verwondering bijna tastbaar te maken.” Op de panelen, illustraties en affiche duiken vleugels, voelsprieten, poten, snuiten, oren en staarten op. Het kleurenpalet en de verschillende vormen van de panelen versterken en vervolledigen de scenografie.

Ook het schrijven van de tentoonstellingsteksten vraagt grote precisie. Naast de uitdaging om alles in vier talen aan te bieden, moeten de bezoekers in één oogopslag de verschillende informatieniveaus kunnen herkennen. Door te variëren in tekstgrootte en lettertypes kunnen bezoekers die weinig tijd hebben, meteen de kern van de boodschap vatten. Wie meer wil weten, kan zich dan weer gemakkelijk meer dan een uur verdiepen in alle informatie.

De tentoonstelling in de kijker zetten

Elke tentoonstelling krijgt een titel en een beeld dat bezoekers moet aantrekken, ongeacht hun taal of achtergrond.
Zodra het concept, de scenografie, de grafische vormgeving en de inhoud vastliggen, gaat het communicatieteam aan de slag. Het bepaalt de titel en het affichebeeld van de tentoonstelling en schrijft de promotieteksten.

De verschillende voorstellen worden vervolgens getest bij het publiek om na te gaan of ze duidelijk zijn en de testpersonen aanspreken.

Wat je mooi vindt, krijgt je respect

De media brengen regelmatig alarmerende berichten over de achteruitgang van de biodiversiteit en de toestand van ons leefmilieu.

Bij ANIMAZING is bewust gekozen voor verwondering.
“Het is alsof je tijdens de hele tentoonstelling door een roze bril kijkt. Wanneer je de tentoonstelling verlaat, kan je ervoor kiezen om die roze bril op te houden en meer respect te tonen voor de natuur… Of misschien ook niet, en dat is niet erg. Zolang we mensen doen nadenken, is dat niet voor niets geweest”, legt Sophie uit.

Aan het einde van de tentoonstelling worden bezoekers uitgenodigd om hun eigen dier te tekenen en te kiezen in welke wereld het zal leven: een wereld waarin alleen de sterksten overleven, een wereld voor plantrekkers of een wereld waarin iedereen zijn plaats heeft.

Het doel is niet om een antwoord op te dringen, maar om bezoekers aan het denken te zetten over de manier waarop zij zich de wereld vol levende wezens voorstellen.

Animazing is een bol met vele facetten

De Dienst Tentoonstellingen, een multidisciplinair team van 17 medewerkers, ontwerpt en realiseert de permanente en tijdelijke tentoonstellingen van het museum. De dienst staat ook in voor het onderhoud en de actualisering ervan.

Sophie en Cécile gebruiken de metafoor van een ‘discobal’ om uit te leggen hoe de coördinatie van een tijdelijke tentoonstelling verloopt. De projectverantwoordelijken moeten het overzicht bewaren over de vele facetten en de verschillende specialisten aansturen. Iedereen brengt daarbij zijn eigen kijk en expertise mee. Het is dus essentieel dat iemand ervoor zorgt dat iedereen in dezelfde, afgesproken richting werkt.
 


“De collecties vormen een belangrijk facet van elke tentoonstelling. Zo veel als mogelijk tonen we opgezette dieren, een van de rijkdommen van het Instituut. Die worden vaak aangevuld met andere museale middelen, zoals een miniatuur, een spel, een video of een tekst, om dezelfde informatie door te geven. We zijn niet bang voor herhaling”
, benadrukt Cécile.

Een tentoonstelling ontwerpen vraagt tijd: tussen het eerste idee en de opening voor het publiek kunnen twee tot drie jaar verlopen. In die periode werken de verschillende experts parallel aan hun onderdeel en moeten de vele facetten van het project geleidelijk samenkomen in één geheel.

Achter de schermen starten ook de nodige overheidsopdrachten op voor de productie van de tentoonstelling, bijvoorbeeld voor het meubilair, het drukwerk of de multimediatoepassingen. De planning daarvan moet zorgvuldig worden voorbereid, zodat elk onderdeel op het juiste moment een plaats krijgt in de tentoonstelling.

Het tentoonstellingsteam doet daarnaast een beroep op heel wat expertise binnen het Instituut zelf: juridische ondersteuning, boekhouding, schoonmaak en onderhoud, secretariaat, communicatie…

De verscheidenheid aan betrokken competenties en beroepen is zo groot dat we ervoor hebben gekozen ze niet allemaal in dit artikel op te sommen. Via de tekstkaders laten we je liever kennismaken met enkele van de vele specialisten die samen onze grote discobal doen schitteren.

Van 3D-print tot natuurgetrouw model

Claire Goovaerts, maquettist
Ellen Carlier, maquettist

We kiezen zoveel mogelijk voor echte specimens. Waar mogelijk geven we de voorkeur aan opgezette dieren uit onze collecties. Zijn die specimens te groot, te klein of te kwetsbaar, dan kunnen we 3D-prints gebruiken. De meeste daarvan worden in het Instituut zelf gemaakt door Claude Desmedt, die zich heeft gespecialiseerd in 3D-modellering en -printing.

De modellen worden vervolgens realistisch beschilderd en wetenschappelijk gevalideerd. “Voor het beerdiertje hadden we die kennis niet in huis. We hebben contact opgenomen met een specialist, die ons alle details heeft uitgelegd”, vertelt Sophie. Cécile vult aan dat als wetenschappelijke instelling elk detail correct moet zijn: van de kleur van het vuurvliegje tot de structuur van de haaienhuid.

Claire Goovaerts en Ellen Carlier staan in voor het levensecht maken van de modellen. Dat vraagt bijzonder nauwkeurig werk: alle details van een dier natuurgetrouw weergeven, vergt tijd en concentratie. Bovendien moeten er reserveonderdelen worden voorzien voor kwetsbare delen van de specimens, zoals poten en voelsprieten.

Soms worden 3D-prints ook extern gemaakt, bijvoorbeeld wanneer ze te groot of te complex zijn. Ook dan gelden dezelfde hoge eisen op het vlak van detail en nauwkeurigheid. “Cécile en ik zijn zelfs naar de ateliers in Nederland gegaan om de structuur van de haaienhuid te controleren”, vertelt Sophie.
 

Als licht zijn werk doet

Benoît Lambert, lichttechnicus
Germain Braeckman, audiovisueel technicus

Hoewel de meeste bezoekers het niet opmerken, speelt de belichting een essentiële rol in de sfeer van een tentoonstelling. Onze lichttechnicus Benoît Lambert gaat nauwkeurig te werk om elk specimen optimaal uit te lichten en tegelijk de visuele sfeer van de tentoonstelling te versterken. Bij elke lichtbron houdt hij dan ook met heel wat factoren rekening: de juiste hoek voor de spots, de breedte van de lichtbundel, de lichtsterkte en de kleurtemperatuur.

Daarnaast wordt er tijdens de hele ontwikkeling van de tentoonstelling nagedacht over de sfeer in elke zone. Die versterkt de keuzes die voor de scenografie worden gemaakt.

De lichttechnicus werkt nauw samen met een andere specialist die soms over het hoofd wordt gezien: audiovisueel technicus Germain Braeckman. Hij maakt alle technische plannen en legt de bekabeling aan die nodig is voor de verlichting en alle audiovisuele installaties. Dat gaat van de hoofdaansluiting tot het kleinste voedingskabeltje. Die bekabeling loopt door de hele tentoonstelling, ook al ziet de bezoeker er niets van.