Natuurlijke waterstof: van veldonderzoek tot wetenschappelijke exploratiestrategie

27/05/2026
Minister Jean-Luc Crucke met geologen en de algemeen directeur van het Instituut voor Natuurwetenschappen en ook vertegenwoordigers van de Belgische ambassade in Frankrijk. Ze bezochten met de pers de site in Pontpierre (Lotharingen, Frankrijk) waar in de ondergrond grote volumes aan natuurlijke waterstof zijn gedetecteerd. (Foto: Reinout Verbeke, Instituut voor Natuurwetenschappen)

 

Op dinsdag 26 mei 2026 bezochten minister Jean-Luc Crucke en vertegenwoordigers van de Belgische Geologische Dienst (BGD), deel van het Instituut voor Natuurwetenschappen, de site van Pontpierre in Lotharingen (Frankrijk), waar natuurlijke witte waterstof werd gedetecteerd. Dit werkbezoek kaderde in de verdere uitbouw van BE.Hydrogen, het Belgische nationaal programma voor geowetenschappelijke exploratie van natuurlijke waterstof en maakte het mogelijk om praktijkervaring en wetenschappelijke inzichten te vergelijken met de Belgische aanpak en ambities voor de exploratie van natuurlijke waterstof. Met dit waterstofprogramma neemt België een voortrekkersrol op binnen Europa over waterstofexploratie. Het programma wordt mee gefaciliteerd door de POD Wetenschapsbeleid (BELSPO).

Florent Mages

Pontpierre, het bewijs van de aanwezigheid van waterstof in de Franse ondergrond

In mei 2023 werden sporen van “witte” waterstof gedetecteerd tijdens metingen in een boring op 1.100 meter diepte in Folschviller (Frankrijk). De exploratie werd begin 2026 voortgezet met de lancering van een nieuwe boring in Pontpierre, in Lotharingen (Frankrijk), die een diepte van 3.655 meter bereikte. Hoewel de meest ambitieuze schattingen over het potentieel van het ontdekte reservoir al circuleren, blijven bijkomende studies noodzakelijk om de werkelijke omvang ervan te evalueren. De eerste in-situ-metingen van opgeloste waterstof in het reservoir worden binnenkort uitgevoerd met behulp van de SysMoG-sonde. Deze analyses hebben tot doel om de aanwezigheid van waterstof te bevestigen en de geologische mechanismen beter te begrijpen die aan de oorsprong liggen van de vorming van natuurlijke waterstof. De eventuele exploitatie van een dergelijk reservoir op deze dieptes blijft bovendien een belangrijke technologische uitdaging.

Boorput in Pontpierre, die tot meer dan 3,6 kilometer diep gaat. (Foto: Reinout Verbeke, Instituut voor Natuurwetenschappen)

Waarom vandaag  interesse in natuurlijke waterstof?

In tegenstelling tot industriële waterstof komt witte waterstof van nature voor in de ondergrond. Het zou een overvloedige, lokale energiebron met een lage koolstofvoetafdruk kunnen vormen, zonder nood aan een energie-intensief productieproces. Eerste analyses uitgevoerd door de BGD wijzen bovendien op een mogelijke aanwezigheid van witte waterstof in de Belgische ondergrond.

Indien op Belgisch grondgebied exploiteerbare volumes worden geïdentificeerd en geschikte exploitatiemethoden worden ontwikkeld, kan deze nationale bron van schone waterstof bijdragen aan:

  • industriële toepassingen;
  • zwaar transport;
  • het in evenwicht brengen van vraag en aanbod van energie, als aanvulling op seizoensopslag.
     


Tien maanden geleden werd mij over witte waterstof gesproken als over een illusie. Vandaag is het een strategische opportuniteit die we met voorzichtigheid, maar ook met methode en ambitie moeten verkennen. In een onzekere geopolitieke context telt elke lokale energiebron.


Jean-Luc Crucke, minister van Klimaat en Ecologische Transitie

 

België geeft zichzelf de middelen om zijn potentieel te evalueren

Een budget van 1,5 miljoen euro, afkomstig uit de opbrengsten van emissiehandel, financiert de eerste fase van BE.Hydrogen. De uitvoering ervan wordt toevertrouwd aan de Belgische Geologische Dienst (Instituut voor Natuurwetenschappen).

Als nationale referentie-instelling voor de Belgische ondergrond beschikt de BGD over een jarenlange opgebouwde internationaal erkende wetenschappelijke expertise in de studie van de Belgische ondergrond. Bovendien beheert en bewaart de BGD unieke historische geologische collecties en databanken en beschikt ze over de nodige technische capaciteiten, die noodzakelijk zijn om een geowetenschappelijk exploratieprogramma op nationale schaal uit te voeren. Binnen dit programma zullen geologische, geofysische, geochemische en hydrogeologische dimensies worden geïntegreerd.

Het BE.Hydrogen programma volgt een gefaseerde en behoedzame aanpak, gebaseerd op het verzamelen van objectieve gegevens, het verminderen van onzekerheden en de wetenschappelijke validatie van hypothesen vóór enige mogelijke valorisatie van de hulpbron. De eerste resultaten worden binnen twee jaar verwacht.

BE.Hydrogen, een wetenschappelijk exploratieprogramma voor natuurlijke waterstof

De Belgische ondergrond vertoont een uitzonderlijke geologische diversiteit, met verschillende potentiële mechanismen voor de vorming van waterstof zoals diepe ontgassing, steenkoolbekkens, oxidatiereacties, radiolyse in diepe granieten. De aanwezigheid van waterstof in economisch exploiteerbare hoeveelheden moet echter nog worden aangetoond. Het doel van het BE.Hydrogen-programma is deze kennislacune te vullen en de onzekerheden te verkleinen. Het programma bestaat uit twee parallelle werkassen:

 

1. Geologische modellering: “Waar wordt H₂ verwacht?”

Ontwikkelen van een geologisch model dat de mechanismen van vorming en migratie van waterstof integreert. Hiervoor zullen zowel bestaande geologische gegevens als nieuwe data uit veldonderzoek worden gebruikt. Het model zal dieper reiken dan de huidige geologische modellen voor België.

 

2. Detectie in het veld: “Waar wordt H₂ gedetecteerd?”

Ontwikkelen van meet- en analysetechnieken voor de detectie van natuurlijke waterstof in het veld; en het verzamelen van nieuwe data ter validatie van het nieuw opgestelde geologische model. De methodes die in BE.Hydrogen gebruikt worden zijn niet-invasief; dit impliceert dat er geen nieuwe geologische boringen uitgevoerd worden.

 


De wetenschappelijke uitdaging is duidelijk: op objectieve basis bepalen of de omstandigheden voor vorming, migratie en accumulatie van natuurlijke waterstof aanwezig zijn in de Belgische ondergrond. Met dit nationale plan geeft België zichzelf de middelen om dit op een rigoureuze, gefaseerde en passende schaal te evalueren.


Estelle Petitclerc en Kris Welkenhuysen, hoofdonderzoekers van het programma.

 

De Belgische Geologische Dienst heeft verschillende diepe geologische structuren geïdentificeerd (aangeduid op onderstaande kaart) die mogelijk gunstige omstandigheden bieden voor de aanwezigheid van natuurlijke waterstof. In het kader van het onderzoeksprogramma zullen onze geologen deze verschillende zones verspreid over België verder onderzoeken.