Langsnuitige krokodillen konden 80 miljoen jaar geleden de Atlantische Oceaan oversteken

30/09/2026
Langsnuitige thoracosauriër. (Artistieke impressie door Nathan Dehaut) 

 

Onderschat oude krokodillen niet! Onderzoekers gebruikten CT-scanners om in de schedels te kijken van fossiele krokodilachtigen die ongeveer 80 tot 60 miljoen jaar geleden leefden. Binnenin die schedels ontdekten ze nieuwe aanwijzingen over hoe deze lang uitgestorven dieren leefden. De langsnuitige krokodillen konden mogelijk zelfs de toenmalige Atlantische oceaan oversteken.


Een internationaal team van paleontologen, geleid door KU Leuven en het Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), onderzocht drie fossiele schedels van thoracosauriërs. Deze dieren, herkenbaar aan hun extreem smalle snuiten, waren misschien wel de vroegste vertegenwoordigers van de Crocodylia, de groep waar ook de huidige krokodillen, alligators en gavialen bij horen. Hoewel deze fossielen al meer dan een eeuw bekend zijn, wisten we tot nu toe verrassend weinig over deze dieren.

Om meer te weten te komen over de thoracosauriërs, maakte het team gebruik van CT-scans. Net zoals de CT-scanners in een ziekenhuis de binnenkant van het menselijk lichaam zichtbaar maken, is het met CT-scans van de fossiele schedels van de thoracosauriërs ​mogelijk om interne kenmerken, verborgen door de schedelbeenderen, aan het licht te brengen. Zo konden de onderzoekers details van de hersenholte, sinussen, delen van het bloedvaten- en zenuwstelsel en de neusholte van de fossielen bestuderen, zonder ze te beschadigen.
 

De Noord-Amerikaanse Eothoracosaurus mississippiensis onder de scanner. (Foto: Mississippi State University)


De onderzochte fossielen zijn afkomstig uit Noord-Frankrijk, Zuid-Zweden en de Amerikaanse staat Mississippi, maar thoracosauriërs waren wijd verspreid in Europa en Noord Amerika. Ze leefden hier in een cruciaal tijdperk van de geschiedenis, 80 tot 60 miljoen jaar geleden, vlak vóór en na de inslag van een asteroïde die een einde maakte aan de heerschappij van de dinosauriërs op het land.

Aangepast aan zoute zee

De beelden verrasten de onderzoekers. Ze brachten een onverwacht kenmerk van de inwendige schedelanatomie aan het licht: grote, bolvormige uitstulpingen van de neusholte, vlak bij de oogkas, die we bij de krokodilachtigen van vandaag niet zien. De uitstulpingen lijken op schedelstructuren die we zien bij andere uitgestorven zeereptielen, waar ze in verband werden gebracht met zoutklieren. Zulke organen van zacht weefsel stelden deze dieren in staat om overtollig zout uit hun lichaam te verwijderen, waardoor ze langere tijd in zout zeewater konden overleven. De onderzoekers vermoeden dat ook de thoracosauriërs over zoutklieren beschikten.

'We vinden natuurlijk geen zoutklier zelf terug in een fossiele schedel', zegt onderzoekster Sophie Boerman, die gefinancierd wordt door FWO. 'Maar de vorm en positie van deze holtes lijken op de structuren bij andere uitgestorven zeereptielen, dus vermoeden we dat thoracosauriërs goed aangepast waren aan een leven in zee.'

Dat wordt ondersteund door het feit dat hun fossielen teruggevonden worden in mariene gesteentelagen. Deze klieren zouden ook kunnen verklaren waarom thoracosauriërs zowel in Europa als in Noord-Amerika voorkwamen: mogelijk waren ze in staat om de Atlantische Oceaan over te steken. Let wel, die oceaan was 80 miljoen jaar geleden minder reusachtig dan vandaag, en Europa en Noord-Amerika lagen dus dichter bijeen.

'De verspreiding van deze dieren is opvallend: we vinden ze zowel in Europa als in Noord-Amerika', zegt Sophie Boerman. 'De nieuwe gegevens uit hun schedels bieden nu een mogelijke verklaring. Als thoracosauriërs inderdaad goed tegen zout water konden, kan dat hen geholpen hebben om zich over grote afstanden door mariene gebieden te verspreiden.'

De interne schedelanatomie levert nog andere aanwijzingen voor hun levenswijze. Zo vertoont het binnenoor kenmerken die passen bij een sterk aquatische levensstijl. Tegelijk suggereren grote luchtkanalen in de schedel dat thoracosauriërs waarschijnlijk geen diepe duikers waren. Mogelijk speelden die structuren in de schedel ook een rol bij het produceren of waarnemen van geluid onder water, maar daarvoor is verder onderzoek nodig.

De onderzoekspaper is gepubliceerd in het vaktijdschrift Palaeontology.

 

Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van KU Leuven.

Nieuws