Langsnuitige krokodillen konden 80 miljoen jaar geleden de Atlantische Oceaan oversteken
Onderschat oude krokodillen niet! Onderzoekers gebruikten CT-scanners om in de schedels te kijken van fossiele krokodilachtigen die ongeveer 80 tot 60 miljoen jaar geleden leefden. Binnenin die schedels ontdekten ze nieuwe aanwijzingen over hoe deze lang uitgestorven dieren leefden. De langsnuitige krokodillen konden mogelijk zelfs de toenmalige Atlantische oceaan oversteken.
Een internationaal team van paleontologen, geleid door KU Leuven en het Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), onderzocht drie fossiele schedels van thoracosauriërs. Deze dieren, herkenbaar aan hun extreem smalle snuiten, waren misschien wel de vroegste vertegenwoordigers van de Crocodylia, de groep waar ook de huidige krokodillen, alligators en gavialen bij horen. Hoewel deze fossielen al meer dan een eeuw bekend zijn, wisten we tot nu toe verrassend weinig over deze dieren.
De onderzochte fossielen zijn afkomstig uit Noord-Frankrijk, Zuid-Zweden en de Amerikaanse staat Mississippi, maar thoracosauriërs waren wijd verspreid in Europa en Noord Amerika. Ze leefden hier in een cruciaal tijdperk van de geschiedenis, 80 tot 60 miljoen jaar geleden, vlak vóór en na de inslag van een asteroïde die een einde maakte aan de heerschappij van de dinosauriërs op het land.
Aangepast aan zoute zee
'We vinden natuurlijk geen zoutklier zelf terug in een fossiele schedel', zegt onderzoekster Sophie Boerman, die gefinancierd wordt door FWO. 'Maar de vorm en positie van deze holtes lijken op de structuren bij andere uitgestorven zeereptielen, dus vermoeden we dat thoracosauriërs goed aangepast waren aan een leven in zee.'
Dat wordt ondersteund door het feit dat hun fossielen teruggevonden worden in mariene gesteentelagen. Deze klieren zouden ook kunnen verklaren waarom thoracosauriërs zowel in Europa als in Noord-Amerika voorkwamen: mogelijk waren ze in staat om de Atlantische Oceaan over te steken. Let wel, die oceaan was 80 miljoen jaar geleden minder reusachtig dan vandaag, en Europa en Noord-Amerika lagen dus dichter bijeen.
'De verspreiding van deze dieren is opvallend: we vinden ze zowel in Europa als in Noord-Amerika', zegt Sophie Boerman. 'De nieuwe gegevens uit hun schedels bieden nu een mogelijke verklaring. Als thoracosauriërs inderdaad goed tegen zout water konden, kan dat hen geholpen hebben om zich over grote afstanden door mariene gebieden te verspreiden.'
De interne schedelanatomie levert nog andere aanwijzingen voor hun levenswijze. Zo vertoont het binnenoor kenmerken die passen bij een sterk aquatische levensstijl. Tegelijk suggereren grote luchtkanalen in de schedel dat thoracosauriërs waarschijnlijk geen diepe duikers waren. Mogelijk speelden die structuren in de schedel ook een rol bij het produceren of waarnemen van geluid onder water, maar daarvoor is verder onderzoek nodig.
De onderzoekspaper is gepubliceerd in het vaktijdschrift Palaeontology.