Oudste bavianen van Egypte onthullen vroege handelsroutes naar het zuiden

15/04/2026
Jonge baviaan gevonden op de site van Hierakonpolis  (c) link.springer.com/article/10.1007/s12520-026-02416-6

Al meer dan 5.500 jaar geleden werden bavianen via lange handelsroutes vanuit het zuiden naar Egypte gebracht. Dat blijkt uit nieuw onderzoek naar dierenskeletten uit Hierakonpolis, een belangrijke site uit de periode vóór de farao’s in Opper-Egypte. De studie toont dat het niet om één, maar om twee verschillende soorten bavianen gaat.  “De bavianenbotten uit Hierakonpolis zijn het oudste fysieke bewijs voor het voorkomen van deze dieren in Egypte,” zegt archeozoöloog Wim Van Neer. 

De onderzoekers analyseerden de resten van twintig bavianen uit de periode 3700–3500 v.Chr., gevonden op de elitebegraafplaats HK6 in Hierakonpolis, een van de belangrijkste religieuze en politieke centra van Egypte. Omdat bavianen niet van nature in Egypte voorkwamen, moeten ze van elders aangevoerd zijn. 

“Op basis van de geografische verspreiding van de twee soorten hebben we de herkomst van de bavianen bepaald en onderzocht via welke routes ze naar de site werden gebracht,” zegt Van Neer. De dieren kwamen uit regio’s ver ten zuiden van Egypte en werden via lange handelsroutes naar de Nijl gebracht. “De bavianen zullen zich waarschijnlijk ook niet voortgeplant hebben op de site waardoor altijd nieuwe dieren moesten worden aangevoerd uit het zuiden.” 

Links: Kaart met de huidige verspreiding van de mantelbaviaan (Papio hamadryas, geel) en de groene baviaan (Papio anubis, blauw), en de ligging van Hierakonpolis. Midden: Kaart van Egypte met vindplaatsen van fysieke resten van bavianen (driehoekjes) en baviaanbeeldjes (cirkels). Rechts: Voorbeelden van baviaanbeeldjes gevonden in Hierakonpolis. (c) link.springer.com/article/10.1007/s12520-026-02416-6

De onderzoekers konden daarnaast ook een langlopende discussie oplossen. “De skeletten uit Hierakonpolis zijn in het verleden eerst als mantelbaviaan gedetermineerd en nadien als groene baviaan,” zegt Van Neer. Door meer dan vijftig moderne schedels te bestuderen konden de onderzoekers bepalen welke kenmerken betrouwbaar zijn.  

Een moderne groene baviaan (Papio anubis, links) en mantelbaviaan (Papio hamadryas, rechts) (c) Wikimedia Commons
Schedels van een groene baviaan (links) en een mantelbaviaan (rechts), met verschillen in snuitlengte en overgang tussen oogkas en neus (schaalbalk: 5 cm). (c) link.springer.com/article/10.1007/s12520-026-02416-6

“De hoek tussen de oogkassen en de snuit bleek bijvoorbeeld een belangrijk kenmerk. Bij de groene baviaan is deze overgang veel minder bruusk dan bij de mantelbaviaan en bovendien is de snuit bij de eerste relatief langer.” Met die nieuwe inzichten tonen ze aan dat beide soorten aanwezig waren: zowel de mantelbaviaan (Papio hamadryas) als de groene baviaan (Papio anubis). Voor het onderzoek werden collecties van het Instituut voor Natuurwetenschappen, het AfricaMuseum en het Museum Koenig in Bonn gebruikt. 

Links: Schedels van bavianen in de werkruimte op de archeologische site van Hierakonpolis (2023) (c) Wim Van Neer, Instituut voor Natuurwetenschappen. Rechts: Moderne bavianenschedels in de collecties van het Instituut voor Natuurwetenschappen gebruikt als referentie om de archeologische vondsten te determineren. (c) Bea De Cupere, Instituut voor Natuurwetenschappen

Bavianen als statussymbool 

Hierakonpolis (het oude Nekhen), gelegen op ongeveer 100 kilometer ten zuiden van Luxor, was een van de belangrijkste centra van Egypte in het vierde millennium voor Christus. De site geeft een uniek beeld van zowel het dagelijkse leven als de elite. Zo vonden archeologen er sporen van een van de oudste bekende bierbrouwerijen, naast grote hoeveelheden voedselresten. 

In de elitebegraafplaats HK6 zijn tot nu toe bijna 100 mensen en meer dan 150 dieren opgegraven. Het gaat om zowel gedomesticeerde dieren zoals runderen en honden, als wilde soorten zoals olifanten, nijlpaarden en bavianen. Deze dieren werden bewust begraven rond de graven van machthebbers. 

Op de elitebegraafplaats HK6 in Hierakonpolis werden meer dan 150 dieren gevonden. De vindplaatsen van bavianen zijn aangeduid met blauwe pijlen.  (c) link.springer.com/article/10.1007/s12520-026-02416-6

Bavianen speelden een bijzondere rol in het oude Egypte. Hoewel ze er niet van nature voorkwamen, verschijnen ze vaak in kunst en religie, bijvoorbeeld als heilige dieren verbonden met de god Thoth. Ze werden ook gehouden als exotische dieren en statussymbolen.  “In de elitegraven zie je dat dieren bewust werden gekozen om status en macht te tonen,” zegt archeozoöloog Bea De Cupere. “Zeker exotische dieren zoals bavianen moeten een enorme indruk hebben gemaakt.” De vondst van echte bavianenskeletten is daarom uitzonderlijk. “Voor de rest zijn er alleen afbeeldingen en beeldjes,” zegt Van Neer. De bavianen werden begraven in minstens zes verschillende graven, soms alleen en soms in groepen van tot acht dieren. Opvallend is dat ze één van de weinige wilde dieren zijn die soms ook samen met mensen werden begraven. 

Stress en rachitis 

De skeletten geven ook een inkijk in het leven van individuele dieren. Eén baviaan vertoont groeven in het tandglazuur. “Het gaat om groeven in het glazuur die ontstonden tijdens de tandvorming en die het gevolg zijn van stress toen het dier gevangen werd en overgebracht is naar Egypte,” zegt Van Neer. Op basis daarvan konden de onderzoekers bepalen dat het dier ongeveer 1 à 2 jaar oud was toen het werd gevangen en ongeveer zeven jaar oud werd. 

Een ander geval is een jong dier van ongeveer zes maanden oud, het jongste dat werd gevonden. De opperarmbeenderen zijn gebogen wat wijst op rachitis, waarschijnlijk door verkeerde voeding. “Hoe dit komt weten we niet precies: ofwel werd dit dier gescheiden van de moeder bij de vangst ofwel enige tijd nadat het aangekomen was,” zegt Van Neer. 

Links: De botten van een baviaan van amper zes maanden oud. De duidelijk gebogen opperarmbeenderen (bovenarmen) wijzen op rachitis, waarschijnlijk veroorzaakt door verkeerde voeding in gevangenschap. (c) link.springer.com/article/10.1007/s12520-026-02416-6 Rechts: Een babybaviaan met zijn moeder (c) Wikimedia Commons

Verder onderzoek 

De herkomst van de bavianen – “uit het zuiden” - is momenteel nog erg vaag en gebaseerd op de natuurlijke verspreiding van de twee soorten, gecombineerd met wat men weet uit de archeologie over de vroegere contacten van Egypte met andere streken. Om een preciezere herkomst te bepalen, zijn stalen genomen van het tandglazuur waarvan nu de chemische samenstelling, meer bepaald de strontiumisotopen, worden onderzocht. Deze variëren in de gesteenten naargelang de streek en die typische signatuur wordt doorgegeven in plant en dier. 

Met blauwe silicone maken de onderzoekers afdrukken van de bavianentanden om microscopische sporen van stress en slijtage zichtbaar te maken. (c) Wim Van Neer, Instituut voor Natuurwetenschappen 

Ook zijn afdrukken genomen van de oppervlakken van de snij- en hoektanden van alle individuen die nu microscopisch gaan bekeken worden om defecten op te sporen die niet met het blote oog zichtbaar zijn. Aan de hand hiervan zal het mogelijk zijn de individuele levensgeschiedenis en gezondheid van de bavianen te illustreren. 

Het wetenschappelijk artikel is gepubliceerd in Archaeological and Anthropological Sciences 

Nieuws